woensdag 6 december 2017

CADEAUMAAND DECEMBER

De cadeaumaand is weer aangebroken. Sinterklaas is weer naar huis en nu zijn we allemaal in de ban van de kerstman. Wij thuis vierden sinterklaas en kregen met de kerst alleen een leesboek van de zondagsschool. Ik keek daar erg naar uit, want dan kon ik dat boek lezen in de kerstvakantie.

Onze zorggroep viert geen sinterklaas. Alhoewel de goedheiligman, gisteren, wel langs is geweest om hen pepernoten te brengen. Maar ze zijn inmiddels helemaal in de ban van kerstcadeautjes. Ik wordt bestookt met vragen als: Wanneer begint de kerstvakantie? Wanneer gaan we kerstinkopen doen? Wanneer krijgen we ons kerstgeld? Wanneer gaan we de cadeautjes uitpakken? Hoe gaan we dat doen en wie zijn er van de begeleiders bij ons? Wat wil jij hebben en kan je een verlanglijstje maken? Krijgen we dan ook iets lekkers? Ga zo maar door.

Het is druk in hun hoofd en de spanning stijgt. Maar het is een hele andere spanning als wij vroeger hadden. Wij vonden het spannend omdat je niet wist wat je ging krijgen. In de loop van de jaren zijn zij het feest anders gaan benaderen. Eerst kregen ze kerstgeld van de bewindvoerder en aangezien het gezin bestond uit vijf personen, werd het kerstgeld gedeeld door vijf. Ieder kocht dan voor een vijfde deel cadeautjes voor de anderen en een deel was voor hen zelf en kochten ze een eigen cadeautje.

Ze konden daar niet goed mee omgaan, want daardoor kreeg je kleine pakjes. Voor zichzelf konden ze dan ook niet echt kopen wat ze wilden. Ook viel het dan vaak tegen wat ze moesten kopen voor een ander, want zelf iets bedenken voor een ander is heel moeilijk. Dus hadden ze er over nagedacht en familieberaad gehouden. Vanaf dat moment kocht ieder voor zich zijn eigen cadeautjes. Voor de anderen kochten ze iets heel kleins, als aardigheidje.

Dat bevalt veel beter, want ten eerste krijg je altijd wat jij zelf leuk vindt, en je kunt dan ook iets uitzoeken wat duurder is. Jij zou dan kunnen zeggen, maar dat is dan toch niet meer spannend?  Bij hen is "spannend" iets heel anders dan bij ons en ik moet toegeven dat dit ook iets heeft. Want ze ervaren wel degelijk spanning.

Zij gaan op pakjesavond dobbelen. Degene die een zes gooit mag een cadeautje pakken. Omdat ze zelf wel weten wat ze krijgen, maar vaak niet wat de ander heeft gekocht, pakken ze dus, heel spannend, een onbekend cadeau. Dat is zo spannend voor hen, want nu krijgt iemand iets waarvan zij niet weten wat er in zit. Dat is hun spanning. En in plaats dat je als eerste je eigen cadeau wil hebben om te weten wat er inzit, pak je iets voor een ander. Ik vind het zo gek nog niet.


dinsdag 5 december 2017

OP ZOEK NAAR EEN LEUK CADEAU ????

Het sociaal ondernemerschap zit de schrijfster van deze verhalenbundel, Alida Schipper en haar partner in het bloed. Ruim twintig jaar geleden werden ze gevraagd door de plaatselijke gemeente om zorgweigeraars op te vangen. De meesten die zijn gekomen zijn niet meer weggegaan.

Als vrijwilligers hebben ze deze groep mensen mantelzorg gegeven. Totdat het te complex werd en ze een familie niet gezamenlijk konden plaatsen in één van de grote instellingen in de buurt. Om de zorg rondom hen te verwezenlijken zijn ze professioneel te werk gegaan.

Vanuit de visie dat ze de zorgvragers serieus nemen en ze een leuke dag moeten hebben, is er in dat kader een dagbesteding opgezet in 2008 en twee jaar later is er een wooninitiatief gestart.

Deze wereld levert mooie verhalen op. Grappige, verdrietige, emotionele en soms frustrerende momenten. De zorg kan ook leuk zijn! Leef mee in de wereld van bijzondere mensen. Het is heel bijzonder om met hen te mogen werken.

Een oom zei: De Pioenroos is een warm nest.

Een moeder geeft aan dat als zij haar zoon naar een woongroep zou brengen. Ze hem met een gerust hart naar de Pioenroos zou brengen.

De fysio: Ik ben zo blij dat ik onderdeel van het geheel mag zijn.

Het boek is te bestellen op : boekenbestellen.nl  voor €14,95
Lees daar ook een fragment uit het boek.

zondag 3 december 2017

LUNCH PAKKET

Anneke komt op me aflopen. Ze heeft rode wangen van het fietsen. In haar hand houdt ze iets vast. Terwijl ze op me afkomt steekt ze de hand naar voren. Kennelijk wil ze iets geven.

Ik kijk naar de zak en stel vast dat er een paar kapjes van het brood in zitten. 'Wat moet ik hiermee dan?' vraag ik haar. 'Die zijn voor José haar paard. Die is ze gisteren vergeten mee te nemen na haar dienst.'

'Geef jij ze maar aan haar als ze vanmiddag komt.' zegt Anneke en loopt terug naar de dagbestedingsruimte. Ik leg het pakketje op mijn bureau. Dat gaat vandaag niet lukken, pas morgen is ze er weer. Anneke heeft moeite met tijdsbesef. Maar voor haar is het probleem opgelost. Zij hoeft er nu niet meer aan te denken.

In de loop van de middag gaat ineens de voordeurbel. Ik loop van kantoor naar de voordeur. Het is de man van José. Hij vraagt of ze er is. 'Morgen weer.' antwoord ik. Ik denk ineens weer aan die brood kapjes. 'Heb je even een momentje, want ik heb iets voor je?' vraag ik. Ik loop naar mijn kantoor en pak het brood, en loop weer naar de deur.

' Alstublieft.' ik geef hem het pakje. 'Dat is nou aardig van jou.' zegt Harry. 'Dan moet je bij Anneke zijn, daar komt het vanaf.' geef ik als antwoord. 'Bedank haar maar even als je haar ziet.'

Ik sluit de deur, terwijl Harry weer naar de auto loopt. Ik zit, denk ik, net vijf minuten of de bel gaat weer. Ik loop naar de deur en zie Harry weer staan. 'Ja .' zegt hij 'Ik wil niet vervelend zijn, ik vond het al heel lief dat ik wat brood mee kreeg voor onderweg, maar volgens mij is Anneke het beleg vergeten.'

Verbaast kijk ik hem aan 'Beleg?????, het is niet voor jou bedoeld maar voor het paard van jullie.'

woensdag 29 november 2017

DE LEERPLICHTAMBTENAAR

Terwijl ik mijn kopje koffie pak, gaat de telefoon. 'Pioenroos, met Alida' zeg ik terwijl ik de hoorn aan mijn oor zet. Het is een leerplichtambtenaar.

'Klopt het dat Jeroen onlangs bij jullie is komen wonen?' vraagt ze vriendelijk. 'Nou onlangs, hij woont hier al een tijdje.' antwoord ik. 'Hoe oud was Jeroen toen hij bij jullie kwam wonen?' vraagt ze verder. 'Wie wil dit eigenlijk weten?' vraag ik verbaast.

'Ik ben leerplichtambtenaar en doe onderzoek naar Jeroen' geeft ze weer. 'Oké, en waarom wilt u dat dan weten?' Ik ben niet van plan om meteen maar alles in de openbaarheid te brengen, als ik niet weet wat de bedoeling is. 'Volgens mijn papieren is Jeroen bij jullie komen wonen toen hij 16 was.' vervolg ze verder vriendelijk.

'Dat klopt inderdaad.' zeg ik. 'U weet toch dat Jeroen leerplichtig is?' vraagt ze betuttelend. 'Ik neem aan dat u weet waar hij nu woont, een zorgwoning.' zeg ik rap. Ik laat me niet het kaas van mijn brood eten.

'U weet toch dat hij nu op school hoort te zitten?' zegt ze. Ik denk na. Wat voor antwoord kan ik hier op geven. Een jongen, met naast zijn verstandelijke beperking, veel gedragsproblematiek heeft, autistisch is en met gevaarlijke epilepsie. Ik zie zo de schoolbankjes door de klas vliegen, omdat hij niet de aandacht krijgt die hij nodig heeft. Ik zie knokpartijen, omdat alle kinderen gefrustreerd raken, omdat ze niet bij machte zijn hem in zijn ritme te houden. Ik kan nog zoveel dingen bedenken waarom hij niet naar school kan, maar daar heeft deze leerplichtambtenaar geen flauw benul van.
Hoe leg ik haar dat kort en bondig uit?

'Bent u er nog?, hoor ik aan de andere kant van de lijn......

'Weet u wat? antwoord ik. Zal ik hem een dagje bij u komen brengen? Dan kunt u het zelf beoordelen. Ik raad u wel aan om kostbare bezittingen even weg te leggen en het is ook wel handig als u 112 alvast in uw telefoon zet, om snel te kunnen bellen. O ja, het is maar even dat u het weet, maar ik kan uw veiligheid niet garanderen. Misschien is het handig als u ervoor zorgt dat er een tweede persoon in de buurt is. Wij hebben ook altijd twee begeleiders op de groep.' ik stop mijn betoog en wacht even af....

Er valt een stilte.................

'Nou.' zegt de vrouw, 'Ik denk dat ik voor nu even genoeg weet. Ik kom hierop terug.'
Dat is nu zeven jaar geleden. Ik heb niets meer van haar gehoord.

zondag 26 november 2017

AUTISTISCHE VAKANTIEKIEKJES

Om de logeerweek vast te leggen, maak ik al de hele week foto's. Een weekje logeren levert een heleboel verhalen op. Maar al die verhalen op één hoop, daar krijg je een vol hoofd van. Dat maakt het moeilijk om alles te vertellen als je weer thuis bent.

Om dat te voorkomen ga ik samen met Geert de laatste dag van zijn logeerpartijtje een fotoboekje maken. Samen printen we de foto's, en knippen ze uit. Ik heb een klein boekje gekocht waar per pagina een foto geplakt kan worden.

Als alle foto's zijn uitgeknipt komt het moeilijkste. Opplakken in de juiste volgorde. Omdat Geert dat moeilijk vindt ga ik ze nummeren. Doordat ze allemaal op een hoop liggen probeer ik de tijdslijn aan te houden. Ondertussen plakt Geert alvast de foto's in het boekje.

Op het moment dat hij bij nummer vijftien is, wordt hij nerveus. Hij kan nummer vijftien niet vinden. Eerst probeert hij alleen te zoeken, maar al die nummertjes op een hoop maakt het veel lastiger. Ik begin hem te helpen, pak steeds één foto en leg die opzij. Nadat we alle foto's hebben bekeken, moet ik vaststellen dat ik nummer vijftien heb overgeslagen. 'Dan slaan we die toch gewoon over.' zeg ik optimistisch en geeft hem nummer zestien.

Hij bekijkt de foto, kijkt op de achterkant en zegt 'Dit is niet nummer vijftien.' 'Dat klopt want ik ben die vergeten op te schrijven, dus slaan we die toch gewoon over?' is mijn reactie.
Maar dat was te optimistisch. Want ik zie Geert kijken naar de bladzijde waar nummer vijftien had moeten zitten. 'Ik kan echt niet nummer zestien op die bladzijde plakken, daar moet toch echt nummer vijftien.' Ik zie zijn wanhoop en probeer het nog eens, 'sla die bladzijde maar over, misschien vinden we de foto nog.'

Dit lukt, Geert schrijft op die bladzijde nummer vijftien en gaat verder met nummer zestien op de volgende pagina. Steeds bladert hij terug naar de lege pagina, want die is wel heel erg leeg. We hebben alles mooi op chronologische volgorde. Als we klaar zijn zegt Geert 'Nu hebben we nog steeds nummer vijftien niet gevonden.' Hij kan het maar moeilijk loslaten.

Opeens bedenkt Geert dat we nog niet alle foto's hebben afgedrukt. Want ik heb vandaag ook nog foto's gemaakt. Van Geert op de dagbesteding, en Geert op de heftruck. Samen gaan we terug naar de fabriek om die foto's nog uit te printen. 'Zit hier nou nummer vijftien bij?' vraagt hij hoopvol.

Hiermee geeft Geert heel goed aan dat in zijn hoofd het plaatje nog steeds niet compleet is. Puzzelstukjes waar je mee aan het puzzelen bent. De hele puzzel moet kloppen en dat doet het niet, want nummer vijftien mist nog steeds. Hij bladert weer door zijn plakboekje en komt weer terecht op die ene lege pagina met het nummer vijftien erop geschreven. 'Hoe gaan we dat nu doen?' vraagt hij treurig.

Hij kijkt naar de foto's die nog geplakt moeten worden en vraagt 'Zit hier echt niet nummer vijftien bij? Weet je dat zeker? 'Hoe moeilijk is het voor Geert om zijn puzzel in zijn hoofd goed te krijgen.

Mijn chronologische logica is niet zijn logica. Bij hem gaat het alleen maar om de nummers, die moeten kloppen. Dus ik laat mijn chronologische logica maar los. 'Welke foto vind jij nummer vijftien?' vraag ik. Hij pakt de foto waar hij op de heftruck zit. 'Dit is nummer vijftien.' zegt hij stralend. 'Oké geef maar hier ik zal er nummer vijftien op schrijven.'Hij geeft me de foto, ik schrijf het nummertje vijftien erop en Geert plakt hem op de juiste pagina. 'Nu is het fotoboek klaar.' zegt hij trots. Dit laat ik op school zien en kan ik vertellen wat we hebben gedaan. Hij heeft zijn rust gevonden.

Wat kan ik toch moeilijk doen. Of niet?.......................

woensdag 22 november 2017

NIET FIGUURLIJK MAAR LETTERLIJK

We zitten gezellig te keuvelen op een verjaardag. Anneke en Jos vergezel ik naar familie. Met een lekker stukje gebak en koffie vieren we de verjaardag van een nichtje van Anneke.

De familie leert ons stukje bij beetje kennen. Ze doen hun best en zijn zeer gastvrij. Toch ben ik een vreemde eend in de bijt. Ik begrijp heel goed dat het lastig is om naast hun familie ook begeleiders op bezoek te krijgen. Ze zijn echt heel aardig. Maar ze zijn vooral oprecht dankbaar dat er mensen zijn die het gezin hebben opgevangen. Elke keer laten ze ons dat weten.

Anneke praat honderd uit. Ze vertelt dat haar vriendin vaak op de koffie komt. Om de familie een beetje inzicht te geven in het verhaal van Anneke, vertel ik over haar vriendin. Dat ze heel veel over de vloer komt. Dat ze jaren lang elke avond kwam om samen te kaarten. Nu is het iets minder.

Ik vertel dat toen we met de woning begonnen er gesproken is met de familie van Anneke's vriendin. Die zouden het fijn vinden als ze ook bij ons kwam wonen. Anneke vond dat toen een heel goed idee. 'Maar ze wilde niet bij ons wonen.' zeg ik. Natuurlijk vragen ze waarom dan niet. 'Ik ben veel te streng' zeg ik.

Ze kijken verbaast en kijken Jos aan. 'Ja' beaamd hij 'Alida is heel erg streng.' De nicht kijkt er iets genuanceerder naar en zegt, 'Je bedoeld dat ze consequent is.' Maar dat is een moeilijk woord, dus Jos reageert er niet op. Om het te verduidelijken zegt ze ' Ik denk dat ik best met Alida door één deur kan.'

Jos staart haar aan, bekijkt haar van top tot teen. Vervolgens kijkt hij mij aan en bestudeert mij ook van kop tot teen. Dan trekt hij de conclusie 'Nou ik denkt niet dat jullie samen door de deur passen.'



zondag 19 november 2017

IN ROOK OPGEGAAN

'Ik kan maar niet slapen, ik heb steeds nachtmerries' Jos kijkt me hopeloos aan. Het is niet de eerste keer dat hij dit zegt. Zijn wereld is veranderd. Hij woont sinds kort bij ons in de zorgwoning. 2010 zal een gedenkwaardig jaar worden. De stap van zelfstandig wonen naar begeleid wonen is heel groot.

'Ik ben zo moe.' gaat Jos verder. Dat kan je ook aan hem zien. Donkere wallen onder de ogen. Ogen die verdrietig staan. Hangende schouders van lusteloosheid. Terwijl je eigenlijk zou verwachten dat het er nu beter op zou worden.

Ondanks dat ik weet waarom hij niet kan slapen stel ik hem toch weer dezelfde vraag als anders. Het is namelijk heel belangrijk dat ze leren praten. Al pratende kan je vaak het leven wat makkelijker maken. 'Waar gaan die dromen dan over?'

'Vannacht heeft oma weer op de rand van mijn bed gezeten. Want oma waakt over mij in de hemel. Alleen komt ze steeds in de nacht.' Jos zucht 'Waarom kan ze gewoon niet overdag komen, dan ben ik toch al wakker?' Hij zucht nog een keer.

Het is een terugkerend verhaal. Het lijkt erop dat hij de dood van zijn oma maar moeilijk kan verwerken. Hij was het lievelingetje van oma. Kreeg altijd de meeste snoepjes.

'Ik wil zo graag aan haar vertellen dat ik nu gelukkig ben. Dat jullie goed voor mij zorgen, en dat oma zich dus geen zorgen meer hoeft te maken over mij.' Je ziet de worsteling van Jos.

Ook bijzondere mensen hebben rouw. Zijn verdrietig en huilen ook. Ook zij moeten er mee leren leven. Ik merk dat bij hen het rouwproces precies zo verloopt als bij ons.

Eerst was er het ongeloof, oma kan niet dood zijn. Want dat is onmogelijk. Oma zou toch altijd voor ons blijven zorgen? Dan komt de boosheid. Want nu kan oma niet meer voor ons zorgen.

De fase waar Jos in blijft hangen is de depressie. Hij is nog niet toe aan de aanvaarding. Hij is verdrietig omdat hij oma niets kan vertellen over hoe het nu met hem gaat. Ik probeer hem hierin te ondersteunen. Ik merk bij hem de sterke wens dat oma moet weten hoe het nu met hem gaat.

Ik stel daarom het volgende voor, Jos gaat een mooie tekening maken van de samenstelling van het gezin op dit moment en de woning waarin ze nu wonen. Jos gaat onmiddellijk beginnen. Tekenen is voor hem een manier om de ander iets te vertellen, wat hij met woorden niet goed kan.

Als de tekening af is stel ik hem voor om een brief te schrijven aan oma. 'Maar dat kan ik niet.' zegt Jos. 'Ja wel, want het maakt niet uit hoe je iets schrijft, oma zal je altijd begrijpen.' Dit antwoord is voor hem voldoende om aan de slag te gaan met het schrijven van een brief. Hij schrijft hoe blij hij is en dat er goed voor hem wordt gezorgd. Hij geeft aan dat hij oma mist en af en toe nog moet huilen. Hij wenst dat oma nu rust krijgt en dat de nachtmerries stoppen.

Met de brief en de tekening gaan we naar het kerkhof. We zoeken het graf van oma. Als we er zijn open ik mijn tas. Ik heb een blik mee gebracht, met wat spiritus en lucifers. Ik doe de spiritus in het blik. We rollen de papieren op en stoppen ze ook in het blik. Jos mag van mij een lucifer aansteken en er ontstaat een vuurtje in het blik.

Heel langzaam zie je een zwarte rook van de verbranding. De rook stijgt op naar de hemel.
'Kijk...' zeg ik. Nu zie je de brief en tekening omhoog gaan naar de hemel. En daar staat oma te wachten tot ze de brief kan lezen en jou mooie tekening kan zien.

Jos kijkt de rookwolk na, statig gaat de wolk naar de hemel..........................................

Jos is in de laatste fase gekomen en kan accepteren dat oma daar boven is.




vrijdag 17 november 2017

SPLINTER DE RAT

Esmee en Joshua hebben een rat. Een mooie witte rat. Dieren vervullen een hele belangrijke rol in de wereld van bijzondere mensen. Dieren kunnen ze troosten en het allerbelangrijkste dieren luisteren en zeggen niets terug, gaan dus niet in discussie.

De rat van Esmee en Joshua heet Splinter. Ondanks dat er goed voor Splinter wordt gezorgd is Splinter ziek geworden. Een hele dikke bult groeit onder de keel. Kijkend op internet wat dat zou kunnen betekenen voor Splinter, is het duidelijk dat dit niet goed is. Niemand wil dat Splinter pijn lijdt. Dus worden de kinderen erop voorbereid dat ze naar de dierenarts gaan om Splinter te laten inslapen. Sandra probeert daar een beeld van te maken, zodat er duidelijkheid komt op wat hen te wachten staat.

'Dus' zegt Sandra 'We gaan met Splinter naar de dokter en die geeft Splinter een spuitje zodat Splinter kan inslapen.'

Joshua kijkt verbaast naar zijn moeder. 'Inslapen?? '...................

'Voor hoelang dan???????????????'

zondag 12 november 2017

AUTISME WAT HOUDT DAT EIGENLIJK IN??

Laatst werd ik door een moeder gevraagd of we autisme kunnen testen in het bloed. Helaas is dat niet zo, het is een verwerkingsprobleem in het brein.

Wij hadden een paar weken terug een gesprek met de nieuwe psychiater van Jeroen. Zij vertelde op een heldere manier wat autisme voor Jeroen betekent.

Wij rijden allemaal op snelwegen. Lekker snel, recht toe recht aan. Goede verbindingen tussen alle snelwegen en als er genoeg asfalt ligt hoeven we niet in een file komen te staan.

Jeroen, en met hem zijn lotgenoten, rijdt op een zandweg. Daar kan je niet hard rijden. Het is niet duidelijk of het zandweg een berm heeft, want het lijkt op elkaar. Onderweg komt je rotondes, kruispunten en stoplichten tegen. De weggetjes hebben veel bochten en Jeroen maakt er gewoon nieuwe weggetjes bij. Een rotonde is een probleem, want welke afslag pak je nou? Stoplichten groen, oké dan mag je rijden, maar ik wil helemaal niet rijden. Of stoplicht op rood, hoezo moet ik nu stoppen er komt toch niemand aan? Ik neem gewoon de binnenbocht, want daar ligt ook zand, maar daar blijf ik steken in de modder. Een zandpad heeft kuilen en bobbels. En naar mate je er meer op rijdt, worden die groter en hobbeliger.

Het kost dus heel veel tijd en de weg is niet gemakkelijk. De ene dag gaat het beter dan de andere. De ene dag kan Jeroen het aan en de andere dag juist helemaal niet. Wij als begeleiders moeten hierop inspelen. Bedenk goed dat iemand met autisme er zelf niet voor gekozen heeft. Hij kan er niets aan doen. Hij lijkt druk, maar dat komt door de zandweg met hobbels en gaten. Hij heeft ons nodig, om de weg te pletten.

En in de nacht kan je hem vergelijken met de accu van jou mobiele telefoon. Wij laden onze accu in de nacht op naar 100% ( of iets minder, bij een slechte nacht). Maar Jeroen laat zijn accu maar 10% op, elke nacht. Het lijkt alsof hij in een diepe slaap zit, maar hij moet zoveel informatie van de dag verwerken, dat aan het einde van de nacht zijn accu blijft hangen op 10%.

Kan hij er iets aan doen??????

Helemaal niets. Maar wij wel!!



vrijdag 10 november 2017

DAG VAN DE MANTELZORG


Het is vandaag de dag van de mantelzorg 2017. Een dag waarin heel Nederland mantelzorgers in het zonnetje zet.

De bel gaat. Ik ben nog boven, me aan het aankleden en zeker niet in staat om de deur open te doen.
Dus roep ik hard naar beneden, in de hoop dat Nico mij wel hoort, want de deurbel hoort hij niet.

Ik hoor dat hij de deur opent. Ik begrijp dat iemand iets komt brengen en ons een fijne dag wenst. Nieuwsgierig dat ik ben, schiet ik snel in de kleren.

Nico wijst naar de bar, en ik zie een kaart. We worden in het zonnetje gezet. Op de bijbehorende invulkaart zie ik dat de vriendin van Anneke me heeft opgegeven. Op die kaart moet ook worden opgegeven waarom diegene vindt dat er iemand in het zonnetje gezet moet worden.

Ze geeft aan omdat ze af en toe mee mag met de uitjes die we voor onze bewoners organiseren. Mooi en lief toch? Ondanks dat de zon zich niet laat zien op dit moment, schijnt de zon wel voor ons.

woensdag 8 november 2017

WOON-WERKVERKEER

Ik start de auto en rijd alvast achteruit totdat ik goed op de weg sta. Het is mijn beurt om Jeroen naar huis te begeleiden. Jeroen stapt op zijn fiets. Het is half oktober. De winter komt eraan en dus worden er een aantal voorzieningen getroffen zodat hij niet kan bevriezen onderweg.

Hij draagt op zijn hoofd eerst een oor-band, die zijn oren moeten beschermen tegen de kou. Daaroverheen zit een skimuts, dun van stof maar bedekt zijn haar. Over de muts zit een skihelm. Niet zo maar één, maar na een aantal te proberen is deze als beste uit de bus gekomen, wat betreft Jeroen.
Over zijn helm zit een grote skibril, want zijn ogen moeten ook beschermd worden. Een stevige sjaal bedekt zijn hals, want daar mag natuurlijk geen zuchtje wind doorheen komen. De zware oranje gekleurde winterjas zit met een rits en knopen dicht. Zijn handen zitten in skihandschoenen, waarvan de ingang helemaal in de mouw van de jas is gestopt. Dit om te voorkomen dat ook daar geen wind naar binnen kan kruipen. Laat nu maar de winter komen.

Als Jeroen gaat fietsen dan is hij super voorzichtig. Schuin, voorover gebogen alsof we al een westerstorm hebben fiets hij voorop en ik rijd er langzaam achteraan. Hij kan heel goed fietsen en op de meeste dagen zou hij het geheel zelfstandig kunnen doen. Maar...... we kunnen medeweggebruikers niet voorspellen. Daar zit het probleem en gevaar. Jeroen kan niet vooruitzien en beoordelen wat ze gaan doen. Een toeter kan hem al van slag brengen.

Dus rijden wij op gepaste afstand achter hem aan. Elk kruispunt, stopt hij en gaat hij met beide benen op de grond staan. Hij gaat pas rijden als er nergens meer verkeer te zien is. Dan pas steekt hij over.

Alsof hij zo de berg af kan skiën stapt hij weer op de fiets, op naar het volgende kruispunt. Hoe geweldig is dat, om op die manier een stukje zelfredzaamheid op korte afstand te mogen aanschouwen. 

zondag 5 november 2017

ALLERZIELEN 2017

Lieve papa,

Het doet zo verschrikkelijk zeer, ik voel overal in mijn lichaam pijn. Het is Allerzielen en dan wordt er een kaarsje voor jou aangestoken. Maar ik kan daar niet naar toe. Niemand mag zien hoeveel pijn ik heb. Ik wil sterk lijken papa.....

Maar in de nacht, als het donker is dan ben ik helemaal niet sterk. Dan rollen de tranen als belletjes over mijn wangen. En moet ik steeds in mijn ogen wrijven. Ik mag niet huilen, want ik wil sterk zijn. Gelukkig ziet niemand mij in het donker. Ik mag alleen niet hardop huilen, want dan maak ik anderen wakker. Wat zou ik graag willen schreeuwen, maar dat lukt niet. Daarom doet het zo'n pijn, papa. Mijn keel is zo dik dat er niets doorheen gaat.

Want ik mis jou, papa. Heel erg! Het is soms net alsof mijn lichaam gaat ontploffen. Waar ben je toch? Ik wil bij jou zijn, papa. Maar dat kan niet want dan hebben de mensen om mij heen nog meer verdriet. Ik moet er ook voor hen zijn. Maar die pijn papa, dat is zó erg. Zou dood gaan ook zo'n pijn doen? Kon ik het je maar vragen, papa. Maar je bent er niet meer. Ik kan alleen maar aan pijn denken. Dan raakt mijn hoofd vol en dan weet ik het niet meer, papa.

Soms dan pak ik de urn en zet ik je bij mij op schoot. Dan ben je even heel dicht bij. Als ik later doodga wil ik ook in zo'n pot, net als jij, papa. Dan kunnen we samen zijn, dicht bij elkaar.

Wanneer stopt die pijn toch papa? Ik zou dat zo graag willen weten. Wanneer wordt het weer licht, papa? Want ik ben bang in het donker, en dan zie ik jou op de rand van mijn bed, papa. Dan praat je even met mij, maar als ik echt kijk zie ik je niet meer, papa.

Ik ben heel boos op je geweest papa, maar dat is goed gekomen. Ik mis ons knuffelen en ik kan nooit meer tegen jou zeggen dat ik van je houd. Waarom moet dit zo lopen papa? Ik kan je nooit vergeten. Want jij zit in mij papa, wij zijn samen een familie en wij zullen altijd samen blijven papa.!

Ik heb nog zoveel vragen...........................................

je liefhebbende zoon

woensdag 1 november 2017

AFWASMIDDEL

Op de dagbesteding is een badkamer, voorzien van douche en luxe wastafel. Omdat we deze ruimte weinig gebruiken, voor wat betreft het douchen is in de loop der jaren de douchecabine een opbergplaats geworden. Het enige nadeel hieraan is dat, omdat de douche niet gebruikt wordt, het putje uitdroogt en dan gebeurt het om de zoveel tijd dat er een open verbinding is met het riool. Dat is niet zo prettig.

Als ik de voordeur open en de hal inloop ruik ik het al. Op kantoor en op de dagbesteding staan de ramen wagenwijd open. Om van de lucht af te komen. Maar daardoor is het behoorlijk koud op kantoor. Ik sluit dus het raam, dat grenst aan mijn bureau. Mijn collega geeft verontschuldigend aan dat het niet zo fris ruikt in de ruimte. Het klinkt als een excuus. Direct daarop komt er een begeleider op kantoor met de verontschuldiging dat Blacky het hondje van Anneke een vette wind heeft gelaten.
Ik schiet in de lach omdat iedereen maar wil aangeven dat de lucht vooral niet van hen afkomt.

Ik geef aan waar de lucht vandaan komt en hoe we dit probleem kunnen oplossen, door namelijk water in het putje te laten lopen. Zo simpel is het. Dat wil zeggen voor ons.

Jeroen moet naar de wc. Die wc grenst aan de doucheruimte. Ook hij weet niet waar de lucht vandaan komt en begint meteen te roepen dat iemand op de wc een hele vieze lucht heeft achtergelaten. Hij gruwelt ervan. Pakt onmiddellijk de spuitbus om luchtjes weg te werken. Omdat ik inmiddels de douchedeur open heb staan om het probleem op te lossen, is de lucht in het halletje en de toilet nog sterker geworden. Spuiten heeft dus geen zin. Met zijn hoofd duikt hij in de toiletpot om te ruiken of het daar vandaan komt. Dat is natuurlijk niet zo, maar hij doet een poging om het probleem op te lossen.

De begeleider die erbij staat weet ook niet waar het vandaan komt. Jeroen kan niet anders, dit moet eerst opgelost worden alvorens hij op de wc gaat zitten. Daarbij maakt hij komische geluiden om zijn ongenoegen te uiten. De begeleider probeert een oplossing te zoeken. Hij geeft aan dat ze wel even de afwasmiddel gaan pakken om even snel de toiletpot schoon te maken.

Er valt een stilte. Jeroen denkt na over de aangedragen oplossing.
'Nee joh, dat kan echt niet. Hoe dom kun je zijn. Afwasmiddel is alleen bedoeld om afwas schoon te maken.

Gelukkig had ik dé oplossing en kon hij snel naar de wc, want hij stond al te wiebelen.


zondag 29 oktober 2017

TOMTOM

Langzaam draai ik de snelweg op. Naast me zit Geert. Hij zit voor zich uit te staren. We zitten midden in een overgang. Na een gezellig weekje logeren is het moment gekomen dat ik hem naar huis breng. Hij heeft veel plezier gehad. Dat is logisch want hij was bij gelijkgezinde bijzondere mensen.

Hij is goed opgenomen in de groep. Ze hadden samen veel herkenning. De ene autist begrijpt de andere. Dat is leuk om te zien. Het verbroedert.  Maar nu is het weer tijd om naar huis te gaan. Hij wil dolgraag weer naar huis. Maar........................

Dit is een overgang. Autisten hebben vaak moeite met overgangen. Dat komt omdat hun wereld op zo'n moment verandert. Met een dergelijke grote verandering heeft Geert moeite. Voor hem duurt de overgang heel lang, want zijn thuis ligt anderhalf uur verderop. En anderhalf uur lang in een auto zitten is ook heel lang. Ik probeer het op te delen in stukjes. Van plaats naar plaats en hij kan dan kijken of we al bij de volgende plaats zijn, want dat kan je op de verkeersborden zien. Dat helpt.

Als we bij Boxmeer zijn bedenk ik me ineens dat ik een fotoboek ben vergeten. Dat boek is heel belangrijk en dus leg ik Geert uit dat we even terug rijden om het boek te halen. Op zich reageert hij hier goed op. Het duurt nu nog langer voor hij thuis is, maar hij wil ook graag dat het fotoboek mee gaat.

We gaan van de snelweg af, over de snelweg naar de andere kant van de snelweg en we rijden terug. Ik heb de Tomtom aanstaan omdat ik het laatste stuk van de route nog niet zo goed ken. Omdat ik terug rijd reageert de Tomtom dat ik verkeerd rij. Ze probeert me steeds om te laten keren. Dan vraag ze steeds ; 'Probeer om te draaien, lukt dat?' Een grappige vraag, waar ik in het begin om moest lachen. Maar Geert vindt het na een aantal keren helemaal niet grappig. Hij ergert zich aan de stem en vindt het heel vervelend dat ze er steeds tussendoor praat. Ik herken dat want Jeroen heeft er ook heel veel moeite mee. Daar zet ik bijna nooit de Tomtom aan. Geert reageert ook hetzelfde, want na een tijdje gaat de middelvinger omhoog en roept hij dat ze haar mond moet houden.

Als we het boek hebben gaan we opnieuw vertrekken. Op dit moment heeft Geert er minder last van, immers we zijn weer op de goede weg. Dan komen we op de stuk rijksweg, waar veel rotonde's zijn.
Stil kijkt Geert om zich heen. Als we weer bij een rotonde komen wordt hij ineens verwart.
'Snapt dat mens het nog steeds niet.' roept hij. Ik kijk langs me en zie dat hij zich opwindt.
'Die mevrouw zegt steeds: rechtdoor over de rotonde, tweede afslag.'

'Dat kan toch helemaal niet, want dan moet je dwars over die planten rijden.' hij wijst naar de ronde begroeiing in het midden. Het is maar goed dat we niet alles letterlijk opvatten. Geert vindt haar maar dom.

dinsdag 24 oktober 2017

DE BOSGROEP KOMT KOFFIE DRINKEN.

Ik kijk vanuit mijn raam zo op het natuurgebied de Maasduinen. Vrachtwagens rijden af en aan. Nog meer werk en kant en klare orders komen voorbij. Ik zie een busje stoppen voor de dagbesteding. Het is de bosgroep, vanuit een nabij gelegen instelling.

Geregeld komen ze langs. Wij hebben door ons werk veel afvalstukken van plaatmateriaal. Het meeste gaat de container in en wordt afgevoerd naar de stort. Soms komen er mensen langs die wat restafval willen hebben, voor verschillende doeleinden. Er komen mensen die vogelhuisjes willen maken voor een jaarmarkt, er zijn mensen die het als stookhout gebruiken voor het kweken van orchideeën en zo komt ook de bosgroep om restafval te halen.

Meestal zitten er twee begeleiders in de bus met een aantal zorgvragers. Samen lopen ze naar de container en halen ze steeds één stuk eruit en brengen die dan naar  de aanhanger, alwaar het netjes wordt opgestapeld. Maar vandaag zijn ze zonder aanhanger. Een jongen stapt uit. Het is Karel.
Karel komt altijd even bij mij op kantoor. Terwijl zijn vrienden het hout laden maakt hij een praatje met mij. Hele verhalen houdt hij, over waar hij woont en zijn zus en familie. In de loop der tijd ken ik een beetje hoe het hem toegaat. Dat geeft inmiddels voor hem een veilig gevoel, want hij blijft steeds langer zitten.

Er wordt op mijn deur geklopt en ik geef aan dat Karel binnen mag komen.
'Weet je wat voor dag het vandaag is?' vraagt hij vrolijk.
'Volgens mij is het woensdag vandaag.'
'Ja deuheu dat weet ik ook wel, maar ik bedoel iets anders' Hij klopt op zijn voorhoofd met het teken dat hij niet gek is.
'Nou, dan weet ik het niet, ik geef het op.' zeg ik.

'Ik ben vandaag jarig....' Hij loopt op mij af, zodat ik hem kan feliciteren.
'Dat is geweldig mooi, van harte gefeliciteerd Karel' en ik geef hem een hand.
'En nou kom ik met jou koffie drinken.' Hij zet zichzelf op één van mijn bezoekersstoelen en kijkt me afwachtend aan.
'Dan zal ik maar even koffie voor je gaan halen.' Ik loop naar de kantine en kom terug met twee bakjes koffie.

Ik merk op, dat als ik uit het raam kijk, dat iedereen in het busje zit en nog geen hout aan het halen zijn. 'Ze zijn nog niet aan het laden.' zeg ik tegen Karel, terwijl ik zijn koffie voor hem zit.
'Nee dat klopt, want we hebben geen hout nodig vandaag.'

Ik ben verbaast en trek mijn wenkbrauwen op. Hij ziet dat en zegt meteen 'We zijn hier omdat ik jarig ben.'  'Omdat je jarig bent?' herhaal ik en kijk nogmaals naar buiten. Ik tel twee begeleiders en nog vier jongens. 'Maar waarom zijn zij dan allemaal meegekomen?'vraag ik.

'Als je jarig bent mag je een wens doen en die gaan ze voor jou organiseren, en mijn wens was dat ik bij jou op de koffie mocht.' antwoord hij trots.
Ik voel me vereerd. Er zit dus buiten een groep mensen, met de handen over elkaar en met de neuzen op het raam, die geduldig wachten op hem tot hij klaar is met koffiedrinken.

Ik breng hem nadat zijn kopje leeg is weer naar het busje. Eén van de groepsleiders knipoogt naar mij en zegt: 'We konden hem niet op andere gedachten krijgen en hij bleef maar doorgaan. Dus zijn we maar naar jullie gereden en heeft hij zijn kopje koffie gehad. Karel zit te glunderen en is gelukkig. Wat wil je nog meer wensen, het kan zo simpel zijn. Ik waardeer de groepsleiders enorm, die toch met een moeilijke groep, moeten wachten in een busje tot Karel zijn koffie heeft opgedronken.
Karel zijn dag kon niet meer stuk.


zondag 15 oktober 2017

ONDER DE GROND

Pesten, ik zie het regelmatig op Facebook voorbij komen. Mensen die worden gepest en mensen die pesten. In wat voor wereld leven we? Maar als ik eerlijk ben was het vroeger er, helaas, ook al.

Ik weet nog dat ik als brugpieper geconfronteerd werd met pestende kinderen. Nee, ik werd niet gepest, maar een jongen uit mijn klas wel. Rieks was zijn naam. Ik kon daar niet goed tegen, dus nam ik het voor hem op. Zo ontstond er een clubje, waarvan je dacht: dat zijn vrienden.

Tot op een dag je op school kwam en te horen kreeg dat Rieks om het leven was gekomen. Door zelfdoding. Hij kon de scheiding van zijn ouders niet verwerken. Een scheiding was toen nog uitzondering. Wij, zijn "vrienden".....wisten niet eens wat er in de jongen omging.  Hoe erg is dat?

Ik weet nog dat we naar de aula van een crematorium gingen. Ik had geen idee wat ons te wachten stond. De schrik was enorm, toen we in de kist gingen kijken. Dat beeld staat nog steeds op mijn netvlies. Een puber met heel veel jeugdpuistjes, die door verstikking een vervelende kleur had. Alle puistjes waren daardoor nog beter zichtbaar. Voor mij een drama, ik had nog nooit een dode gezien.

De volgende schok kwam toen de kist, die op een rails stond langzaam werd weggereden. Schuifdeuren gingen open en ik was zo naïef om te denken dat achter de schuifdeuren het "grote vuur" was. Net zoals ik wel eens op de televisie had gezien. Dus nogmaals een schok voor mij. Maar gelukkig was dat niet zo.

Ik was zo van slag, ik had zoiets nog nooit meegemaakt. Mijn ouders bedachten toen dat ik maar eens een paar keer mee moest , naar begrafenissen van mensen uit onze kerk. Onder begeleiding van mijn moeder. Zo kon ik eraan wennen, dat het niet eng is en onderdeel van het leven is.

Mulan heeft net te horen gekregen dat zijn oma is overleden. Je merkt dat hij worstelt met het idee van doodgaan. Hij geeft aan dat hij het niet goed begrijpt. Wat betekent doodgaan. Nico probeert uit te leggen dat de ziel uit het lichaam gaat. Dat alleen het lichaam overblijft en dat we het lichaam dan begraven of cremeren. Mulan probeert de uitleg te begrijpen.

'Als je dood bent dan ga je in een kist liggen, toch?'  vraagt hij ter bevestiging.
'Daar word je ingelegd, want dat kan de dode persoon niet zelf meer.' antwoordt Nico.
'Daarna wordt de kist in een gat in de grond gestopt, toch?' hij kijkt Nico vragend aan.
'Dat is één mogelijkheid, of je wordt gecremeerd.' Nico denkt dat Mulan het begint te snappen.

'Dat onder de grond, hé , dat lijkt me zó vervelend' zegt Mulan.
'Vervelend???' vraagt Nico, die hem even niet begrijpt.

'Als je in die kist ligt, in een gat in de grond en dan onder de zoden, in het donker...............
Dan zie je toch helemaal niets meer?......................

woensdag 11 oktober 2017

VERLIEFD, VERLOOFD, GETROUWD....

Ik was gisteren op een congres voor woon-initiatiefnemers. Ik heb daar zeer waardevolle informatie gekregen en daar ga ik vast meer over schrijven. Allemaal zorgondernemers bij elkaar. Veel herkenning en ook veel gespreksstof.

Onder het genot van een kopje koffie vertelt een collega een leuk verhaal, die aansluit op mijn vorige blog. Deze wil ik jullie niet onthouden. Zij was door de ouders van de  twintig jongvolwassene bewoners gevraagd om eens te peilen hoe ver de bewoners waren in hun ontwikkeling op gebied van seksualiteit. Een onderwerp die in instellingen bijna behoort tot de dagelijkse kost, is voor ouders niet altijd even gemakkelijk. Juist doordat ze zo dichtbij hun kinderen blijven staan. Toch willen ze graag weten hoe ver de jongeren hierin zijn en wat er nodig is om een juiste voorlichting te geven. Ter voorbereiding op de onderzoek avond had ze een paar dia's uitgezocht, om op het onderwerp seks te komen.

Tijdens de inleiding komen de hartjes voorbij, die de verliefdheid moeten aangeven. Verliefd en dan wat? Dan krijg je verkering. Zo gaat het haast bij iedereen en ook deze jongvolwassenen hebben het ideaal plaatje van huisje boompje beestje.

Ze laat een dia zien van een verliefd stelletje die op een bankje in het park zit. Ze laat de dia even inwerken op de bewoners en vraagt aan hen: 'Wie kan mij vertellen wat je op het plaatje ziet?'

Eén van de jongens steekt zijn hand op en zegt: 'Het zal wel weer over seks gaan, maar daar weet ik  onderhand alles al van en heb het al heel veel geoefend."
Dit had ze even niet zien aankomen,

Maar hij gaat verder: "Maar wat ik nu zo graag wil weten.......

Ja?????....................

Hoe kom ik op dat bankje?'......................

zondag 8 oktober 2017

ONDERONSJE......

Langzaam haal ik de vork naar mijn mond, en neem de hap die er op ligt. Ik zit aan tafel met een bord warm eten voor me. Tegenover mijn bord staat het bord van Jeroen. Er ligt nog niets op zijn bord, maar naast zijn bord staat een magnetronbak. Het eten is al een keer opgewarmd, maar Jeroen is er nog niet aan toe.

Jeroen staat in een hoek. Hij kwam binnen met een druppel aan zijn neus, dus dat heeft nu zijn prioriteit. Hij wil zijn neus snuiten. Dat is inmiddels een nieuw ritueel geworden. Omdat hij de begeleider niet wil aansteken, gaat hij in de hoek staan. Met zijn rug naar ons toe. Zijn voeten moeten altijd op de juiste plaats staan, dus daar kijkt hij nu naar. Als hij staat kan hij zijn neus snuiten. Terwijl hij dat doet gaat er ergens een alarm af. Jeroen raakt geïrriteerd. Met zijn voet probeert hij zijn tas te raken. De tas die mee is geweest naar de dagbesteding. Hij stopt met zijn neus te snuiten. Gooit de keukenrol-papier in zijn prullenbak.

Uit zijn tas haalt hij zijn mobiele telefoon. Daar komt het geluid vandaan. Ik eet rustig door en begrijp dat hij er nog even niet aan toe is om te gaan eten. Ik wil mijn eten niet koud laten worden, dus ga gewoon door.

Jeroen gaat aan tafel zitten en moppert. 'Vandaag geen alarmen' zegt hij. Voor elke vaste handeling op een dag heeft hij een alarm gezet, zodat hij eraan herinnert wordt dat hij iets moet doen. Zo blijft hij in zijn ritme. Hij zet de alarmen af voor de rest van de dag en ik kan eindelijk zijn eten opscheppen.

Ik ben inmiddels klaar met eten en schuif mijn bord aan de kant
'Ik ben sinds kort tante en heb er twee neefjes en een nichtje bij gekregen' zeg ik. Hij kijkt op van zijn bord. 'Hoezo?' vraagt hij. 'Mijn broer is toch getrouwd?' 'Ja dat weet ik al.' hij kijkt me aan met een gezicht van: vertel eens wat nieuws. 'Nu heb ik een neefje die net als jullie heel bijzonder is, en die komt binnenkort bij ons logeren.' Jeroen eet door. 'Dat neefje wil heel graag jou ontmoeten.' ga ik verder. Hij kijkt weer op en krijgt een glimlach. Hij wordt nu echt nieuwsgierig. 'Hoe ziet hij er dan uit?' vraagt hij.

Ik pak mijn mobiel en zoek tussen de foto's. Terwijl ik aan het zoeken ben kom ik bij een foto van Jelle, mijn oudste zoon. Op de foto staat hij samen met zijn vriendin. 'Kijk' zeg ik 'Jelle heeft een vriendin.' Ik draai het scherm zo dat hij mee kan kijken. Bij het woord "vriendin" is hij super geïnteresseerd. Hij bestudeert de foto.

'Waar heeft Jelle zijn vriendin ontmoet dan?' vraagt hij.
'In Utrecht, waar Jelle woont' antwoord ik.
Hij blijft naar het beeldscherm kijken en denkt ondertussen na.
'Dus...... hij heeft zijn vriendin....... gevonden in Utrecht?'
Ik knik bevestigend. Hij kijkt ineens heel blij, begint met zijn arm te zwaaien om de woorden die hij wil gaan zeggen kracht bij te zetten. Hij heeft iets bijzonders ontdekt...............

'Dan moet ik naar Utrecht gaan verhuizen, want daar zijn dus de vriendinnen te vinden en ik wil er ook één."



woensdag 4 oktober 2017

REGELS ZIJN REGELS EN AFSPRAAK IS AFSPRAAK

De spanning is te snijden. Het is maandagochtend en iedereen komt zwijgend de keuken in voor het ontbijt. Het is spannend omdat vandaag het zorgkantoor komt voor een huisbezoek. Zij wil ook graag  even met de budgethouders praten. En dat is nu net hét dingetje.

Ze komt rond tien uur in de ochtend en ze willen helemaal niét met haar praten. Gisterenavond heb ik de mentor al op de hoogte gesteld, dat dit verschrikkelijk moeilijk is voor hen. Bij het vorige bezoek is Durk zo ontploft dat hij balken en platen door de fabriek gooide en oerkreten brulde.

Ze schuiven allemaal aan en beginnen met het ontbijt. Durk pakt de vleeswarenschaal en haalt de deksel eraf. Hij bekijkt de deksel en constateert dat die vies is want hij ziet schimmel. Hij smijt de deksel achterover richting het aanrecht. Met een klap valt de deksel op het paarse keukenblad.

De begeleiding geeft aan dat dit niet netjes is en dat hij de volgende keer beter even kan opstaan en het gewoon netjes wegleggen. Dit valt natuurlijk niet goed vandaag. Durk bromt en zegt dat ze zich er niet mee moet bemoeien. Tja, weer een dingetje. Ook dat is weer niet netjes. Vervolgens gaat Mulan ook nog eens benadrukken dat hij zich ook moet gedragen. 'Dus dat geldt ook voor jou, Durk!'

Alles is vandaag moeilijk. Durk blijft boos en de spanningen lopen bij iedereen op. Ondanks dat zij allemaal bij de dagbesteding zijn en het zorgkantoor vijf kilometer verderop  in de woning zit te praten met de mentor.

In eerste instantie krijg ik een half verhaal te horen. Kort gezegd en gesproken: Mulan en Durk hebben ruzie met elkaar. Het is lastig te begrijpen, maar zodra de begeleiding, in een later stadium,  uitleg geeft dat zij als eerste iets heeft gezegd, word het me duidelijk.  Grootste oorzaak is natuurlijk het huisbezoek, maar de spanning blijft ook nadat ze zeker weten dat de dame in kwestie allang is vertrokken.

De spanning moet eruit. Ik loop naar Durk en probeer een gesprekje aan te gaan. Hij staat met zijn rug naar me toe en sleutelt aan een spuitmachine. Hij is nog niet van plan om te luisteren. Tot het moment waarop ik ( zoals vaker)  zeg dat hij me even aan moet kijken. Dat doet hij en ik weet uit ervaring als er echt oogcontact is dat ik een gesprek kan voeren.

'We gaan even naar mijn kantoor.'zeg ik. Durk sjokt achter me aan. Schouders omlaag, rug gebogen alsof er kilo's zand op liggen. Hij gaat zitten en ik vraag wat er aan de hand is. Hij moet even bijkomen en geeft aan dat het aan Mulan ligt, want die bemoeit zich overal mee.

'Volgens mij sla je een stukje over.' zeg ik.
Hij kijkt me aan en wekt de indruk dat hij geen idee heeft wat ik bedoel. Ik help hem even door te vertellen dat er een deksel door de lucht vloog en de begeleiding hier iets van zei.

Er valt een stilte. Door zijn korte termijn geheugenverlies duurt het altijd even voordat de informatie is verwerkt. Ik houd mijn mond en kijk hem afwachtend aan.

'O, dat bedoel je.'zegt hij.

'ja en????????????'

'Ja maar dat kan ik uitleggen, dat heeft niets met de spanning te maken of het zorgkantoor.' zegt hij met klem.
'O, maar waar heeft dat dan mee te maken?' vraag ik nieuwsgierig.
'Nou dat weet je toch wel?' Hij kijkt me aan en vervolgt zijn betoog: 'Ik houd me aan de regels en regel 1 aan tafel tijdens het eten is dat je absoluut niet van tafel mag lopen. En die deksel was heel vies en moest weg van de tafel. Dus ik kon alleen maar gooien, want ik mag niet opstaan.'

Tja, regels zijn regels en afspraak is afspraak. Probeer daar maar iets tegenin te brengen.

zondag 1 oktober 2017

RONSELEN ?????

We lopen in Amsterdam. In de Kalverstraat. Het is druk. Je kan bijna over de koppen lopen. Ik ben niet zo lang, dus ik kan niet over de mensen heen kijken. Vandaar dat ik achteraan in onze groep loop.  Zo hou ik een beetje overzicht en raak ik ze minder snel kwijt. Het is drukkend warm, en in die mensenmassa is het niet echt prettig winkelen. Je kan nauwelijks de etalages zien. Je loopt met z'n allen in het zelfde tempo als een kudde achter elkaar aan. Soms gaat het iemand te langzaam en wordt je aan de kant geduwd.

Blacky ons hondje is ook mee. Tussen al die slenterende benen lopen dus ook honden. Ons hondje is niet zo groot, maar hij loopt keurig mee. Dat kan ik van vele honden niet zeggen. Het is ook begrijpelijk. Want die honden zien alleen maar benen en voeten. Ze zijn onrustig en blaffen regelmatig. In een dergelijke drukke stad zou je de honden eigenlijk thuis moeten laten. Stel er raakt paniek uit, die honden worden dan gewoon in de mensenmassa vertrapt.

We lopen al een tijdje en ik heb de indruk dat door de drukte niemand zin heeft om een winkel in te gaan. Inmiddels is Mulan naast me komen lopen. Ook hij vindt het druk. Hij loopt met de oordoppen in om naar muziek te luisteren. Op die manier neemt hij een beetje afstand tot de drukte. Voor ik er erg in heb spreekt een jongeman Mulan aan en gaan ze langzamer lopen.

Ze praten niet in het Nederlands, maar in het Somalisch. Ik kan dus niet begrijpen wat hier gezegd word. Ik heb de taal nog nooit eerder gehoord, maar je kan er niets van maken. Ik merk aan mezelf dat ik dat vervelend vind. Je verliest hierdoor een bepaalde controle. Wat zou die jongen zeggen, ik zie dat hij met de koran in de hand loopt en er mee loopt te zwaaien. Ik kan er niets aan doen, maar mij bekruipt het gevoel dat het niet in orde is. Mulan is door zijn beperkingen een gewild slachtoffer. Je hoort tegenwoordig zoveel over ronselen. Ronselen is het, meestal onvrijwillig,  oproepen van mensen voor onder andere de oorlog.

Ik houd nauwlettend de jongen in de gaten. Ik zie dat hij het doorheeft. De lichaamstaal van hem  doet mij besluiten dat ik aan de andere kant van Mulan ga lopen. Zo dicht mogelijk in de buurt en ik laat duidelijk merken dat hij bij mij hoort. Al snel houdt de jongen het voor gezien en loopt snel door.

Ik vraag Mulan wat hij allemaal heeft gezegd. Hij geeft een warrig antwoord, waaruit blijkt dat de jongen over de koran sprak, maar dat Mulan er niets van snapt. Zo gebeurt dat dus. Ze spreken jongeren aan op straat. Ogenschijnlijk lijkt het heel vriendelijk, maar ondertussen.

Wat zou er met Mulan gebeuren als hij geen bescherming had? Ik durf het haast niet uit te spreken.....

woensdag 27 september 2017

GEZICHTSHERKENNING: WAT DOEN WE ERMEE?

Hoe vaak kijken we niet naar een persoon en hebben al een oordeel over wat voor persoon dat is? Alleen maar kijkend, bepaal je met wat voor soort mens je te maken hebt. Ik bedoel, dat je feilloos probeert te zeggen of het  bij voorbeeld om iemand gaat met het syndroom van Down of niet. Dat zegt dan volgens jou iets over het IQ van die persoon.

Mensen met het syndroom van Down ervaren dat vaak als niet prettig. Ik merk dat als een onbekende tegen een dergelijk persoon gaat praten, harder praat. Alsof er iets met het gehoor mis is. Of langzamer, terwijl dat niet nodig is.
Als je uit het goede hout gesneden bent, dan ga je meteen op hun niveau een gesprek aan. Je houdt dan rekening ermee dat ze misschien niet alles direct begrijpen.

Maar hoeveel mensen zijn er niet, waar je helemaal niets aan ziet? Volgens mij zijn dat er een heleboel. Want het checken via alleen het gezicht is eigenlijk onmogelijk. Hoe vaak zit je er dan naast? Wat nu als je er naast zit?

Als je met iemand in gesprek gaat, merk je vaak aan de manier van praten, kijken en bewegen dat ze anders zijn, dan jou. Het zou dan goed zijn dat je schakelt naar het level wat zij begrijpen. Maar je weet eigenlijk niet eens welk level dat is. Erger nog je vergeet dat heel vaak, want ze zien er toch normaal uit?

Dit is denk ik een groot probleem in de communicatie. We hebben gelijk een oordeel klaar, zonder te weten met wie we te maken hebben. Wat gebeurt er als je een gewoon gesprek aangaat? De kans is groot dat je de persoon overvraagt. Wat houdt het overvragen nu in?

Overvragen betekent meer vragen van de persoon dan wat redelijk is. Dit doe je niet expres natuurlijk. Maar hier wordt wel vaak de grootste fout begaan. We gaan er steeds maar klakkeloos vanuit dat je begrepen wordt in hetgeen je zegt. Maar dat werkt andersom ook zo. De kans is ook groot dat jij niet begrijpt wat de ander bedoelt. Een voorbeeld. Mulan is nog maar kort bij ons. We kennen hem toch nog niet zo goed. Hij heeft het regelmatig over het feit dat hij iets saai vindt. We zijn er nu achtergekomen dat saai bij hem betekent dat hij iets moeilijk vindt. Dat is toch compleet iets anders. Zo zie je maar dat je altijd goed moet luisteren naar de ander.

Goede tip in deze, check of de ander je heeft begrepen. Want begrepen worden, dat willen we toch allemaal.

zondag 24 september 2017

LAAT ME TOCH MET RUST !

Hoevaak komt het niet voor dat je niet lekker in je vel zit? Als er dan iemand aan je kop 'zeurt', wie zegt er dan ook vaak: 'Laat me toch met rust'?

Waarom zeggen we dat?

Volgens mij is dat omdat we de ervaring hebben dat je in een tijd van rust je gedachten weer even kunt herschikken. Je komt tot rust en ervaart weer wat meer leegte in je hoofd.
Wij zijn in staat om een dergelijke pauze in te lassen.

Als ik in onze groep kijk dan hebben we de afgelopen jaren ervaren dat iedereen op zijn eigen wijze met rust gelaten wil worden, ook omdat ze ervaren dat jou hoofd dan even weer minder vol is.
Soms zijn de keuzes die ze maken om rustig te worden, zacht gezegd, niet erg handig.

In een boom klimmen om afstand te nemen is hiervan een goed voorbeeld. Jeroen koos in het verleden altijd een boom uit. Dat was hem aangeleerd in de vorige instelling. Ze hadden zelfs hem een boom toegewezen, waarin hij telkens weer in kon klimmen als het even niet meer ging. Het vervelende aan deze gewoonte voor ons was, dat we worden omringd door een natuurschoon vol met bomen. En daarvan koos hij vaak een boom uit die op sterven na dood was. Dus gevaarlijk. Maar gelukkig is er niets gebeurd. Inmiddels gaat hij naar zijn kamer.

Jos gaf de voorkeur om in onze kennel te kruipen, waar hij het liefst in het hondehok ging zitten.
Andere oplossingen zijn om even weg te fietsen, een ommetje maken of naar je kamer gaan.

Wat is nou het verschil tussen onze zorgwoning en een grote instelling. Beiden weten we dat het helpt als we iemand die niet lekker in zijn vel zit, rust moeten gunnen.

Wij hebben ze geleerd dat als je even rust wil, je een rustige veilige plek kan gaan zoeken en dat we ze ook echt met rust laten. In grote instellingen wordt vaak in een dreigende situatie geroepen: 'Ga naar je kamer' punt! Beter is dat ze uit zich zelf de rust zoeken.

Wordt de situatie als dreigend en gevaarlijk ervaren ( vaak omdat er te weinig begeleiders zijn vanwege bezuinigingen ) dan hebben ze maar één oplossing: de isoleercel.
Het klopt dat je in een ruimte, dat prikkelarm is, tot rust kunt komen. Maar niet als je gedwongen wordt om in een isoleercel tot rust te komen. Want de dwang leidt tot frustratie. Inplaats van de-escaleren escaleren ze telkens weer als ze even niet lekker in hun vel zitten.

Er is maar één positieve oplossing, voor ons allemaal: Laat me toch echt even met rust. Als mijn hoofd leeg is komt ik wel weer naar je toe.

zaterdag 16 september 2017

VEILIG VERKEER

Wij als Nederlanders hebben iets met fietsen. Heel Nederland fiets. Er wordt veel aandacht besteed aan de veiligheid op straat. Kinderen leren al vroeg fietsen en op de lagere school halen ze een verkeersdiploma. Met enigszins een gerust hart stuur je ze naar de middelbare school. Want de tijd dat iedere ouder zijn kind naar school brengt is dan voorbij.

Maar wat, als je het gevaar niet kunt overzien. Je zomaar van de oprit de weg op fiets, zonder te kijken. Dan kan je niet met een gerust hart zeggen, 'ga maar even fietsen.'
Toch proberen we zelfredzaamheid te stimuleren.

Jeroen gaat elke dag met de fiets naar de dagbesteding. Als hij klaar is met het ontbijt, naar de wc is geweest en zijn neus heeft gesnoten, kan hij zijn jas aan trekken. Dat is niet zomaar een jas, het is een jas vel oranje gekleurd met lichtreflecterende strepen. Dat vindt Jeroen de veiligste kleur.

Als de jas aan is kan Jeroen naar zijn fiets, met een tas vol dingen die voor hem belangrijk zijn om mee te nemen. Dat is ook weer een stukje veiligheid. En de laptop niet te vergeten. Als de fietstassen zijn gecontroleerd, ze moeten namelijk elke dag op dezelfde manier worden dichtgemaakt, dan kan hij opstappen.

Als begeleider spoed je je dan naar jou eigen vervoersmiddel en rijdt je er achter aan. Helaas moet je, op de heenweg, met de auto een stukje omrijden, maar dan kan je veilig achter Jeroen aan. Op de terugweg doe je dezelfde handelingen.

Jeroen fietst behoorlijk snel. Het lijkt wel of hij oogkleppen op heeft, want hij kijkt strak naar voren. Maar op elke kruizing, waar hij over moet steken, stopt hij. Hij stapt van de fiets en kijkt naar alle kanten. Als Jeroen zeker weet dat hij geen auto's  ziet of hoort aankomen, stapt hij weer op de fiets om verder te gaan.

Jeroen zijn grootste angst is dat een auto te dichtbij voorbij komt. Hij is zo gefocust op fietsen, dat hij dan schrikt. Of er toetert iemand. Dan kan hij heel boos worden en gaat grommen. Bij een dergelijk incident wil hij graag weer een stukje veiligheid en nabijheid hebben. Dan rijden we, op zijn verzoek, heel dicht achter hem aan.

Na zes jaar zie je wel een verandering. Hij is minder gespannen en kan zelfs af en toe zwaaien als hij je ziet aankomen met de auto. Dus zijn neus is niet meer op de voorkant van de fiets gefocust. Maar zodra er een medeweggebruiker zich 'misdraagt', zijn we weer bij af en beginnen we gewoon weer opnieuw.




zondag 3 september 2017

AUTISME MET GROTE GEVOLGEN

Het is half twaalf, iedereen is naar zijn eigen kamer. We kruipen ook in bed. Terwijl Nico naar een programma zit te kijken op de televisie, overdenk ik de afgelopen dag. We hebben weer een leuke dag gehad. Een uitje doet ons allemaal goed.

Ik kijk op de camera, Jeroen ligt lekker in bed en slaapt als een roosje. Terwijl ik me omdraai en Nico aankijk vraag ik me af waarom die jongen toch zo vaak een natte onderbroek heeft. Hij probeert zijn plas altijd heel lang op te houden. En ondanks dat hij een natte broek verafschuwd gebeuren er toch veel ongelukjes.

Ik deel mijn zorg met Nico, die ook toegeeft dat het vreemd is. We nemen ons voor om eens te observeren wat hij zoal doet rond de plasmomenten. Misschien is er een verklaring voor.

Als Jeroen in de nacht wakker wordt, is dat omdat hij de drang voelt om te plassen. Vooral als hij de avond daarvoor veel drinkt kan hij niet de nacht doorkomen zonder een keer te plassen. Maar wat gebeurt er nu als hij wakker wordt.

Hij slaat zijn deken zorgvuldig open, zodat zijn langen benen er onderuit getrokken kan worden. Hij gaat zitten en zoekt zijn bril. Die moet op want anders ziet hij alles wazig. Als die helemaal goed zit kan hij verder. Dan is zijn neus aan de beurt. Om de plas op te houden begint hij alvast te wiebelen. Hij pakt de keukenrol en scheurt er precies langs het lijntje een velletje af. Zet de rol terug en vouwt het papier dubbel. Dan kijkt hij op zijn wekker om de tijd te observeren. Het wiebelen wordt al erger, maar hij moet eerst zijn neus snuiten, zoals altijd.

Na het snuiten, pakt hij zijn alarmknop en loopt richting de wc. Dan is hij uit beeld. Als hij op de alarmknop drukt, sta ik op om hem te helpen. Als ik dan bovenkom ligt er vaak kleding op de grond voor onze waskamer. Vandaag ook. Dat betekent dat er weer een ongelukje is gebeurd.

Mijn grote vraag is nu: Waar gaat het nu fout? Daar moeten we dus achter zien te komen. Natuurlijk proberen we het drinken te beperken, maar er moet toch nog iets anders zijn. Na een paar dagen te observeren weten we een belangrijke oorzaak.

Als Jeroen in de avond naar bed gaat, dan gaat dat volgens een paar rituelen, zoals bekend is bij mensen met autisme. Hij kleedt zich om, gaat naar de badkamer om zijn tanden te poetsen en vervolgens naar de wc. Op de wc begint hij eerst alles goed te zetten. Er is een rand waar alles ligt, zoals zijn wc velletjes op maat, er moet ruimte zijn om de alarmknop neer te leggen. De spuitbus moet precies in de hoek. De wc-rol moet op de juiste manier hangen en de borstel ook in de juiste hoek. De bril wordt geïnspecteerd en indien nodig schoon gemaakt en in de juiste stand gezet. Dan kan hij gaan plassen. Al die handelingen zijn niet erg als hij niet zo nodig hoeft. Maar als het in de avond allemaal goed is gezet, wat gebeurt er dan in de nacht?

We hebben meerdere autisten, waarvan er eentje altijd rond half twee naar de wc moet. Ook hij wil alles op de juiste plek hebben staan. Dus als hij op dezelfde wc komt wordt alles zo neer gezet dat hij rustig op de pot kan gaan zitten.

Maar Jeroen komt altijd later en als hij dan weer op de wc komt staat alles weer anders. Dat kan niet dus begint het ritueel weer van voren af aan. Omdat alles zijn tijd kost voor hij naar de wc kan gaan is het dus heel logisch dat als hij dan aankomt op de wc, de handelingen te lang duren en dus gaat het mis.

De ene autist is niet de andere, het zou misschien makkelijker zijn als ze allemaal hun eigen wc hadden, maar helaas dat is niet het geval.

woensdag 30 augustus 2017

TANTE DOOR

Ik schenk koffie voor mezelf in, pak de krant van de eettafel en loop richting de bank. Zuchtend plof ik neer en neem een slok van mijn koffie. Even een momentje voor mezelf. Even rust terwijl iedereen bezig is elders in de woning.

Ik sla de pagina om en kom bij de rouwadvertenties. Omdat het een plaatselijk weekblad betreft kijk ik altijd even naar de berichten. Mijn adem stokt. Ik ken iemand ......
en die is nu overleden.

Dorothea Goossens. Wat verschrikkelijk. We noemden haar altijd tante Door. Een markant figuur in Bergen die altijd voor iedereen even tijd had. Een paar maanden geleden hebben we nog zitten keuvelen op het tuinmuurtje voor ons huis. Ze vond de tuin van ons zo mooi.

Tante Door die in mijn zwangerschapstijden altijd even over mijn bolle buik moest aaien. Als hulpverlener in de zorg had ze werkelijk zorg om vele dorpsgenoten. Een lieve vrouw die  met haar duidelijke manier van handelen vele gezinnen heeft geholpen.

Ook ons gezin in de zorgwoning heeft ze goed geholpen. Destijds toen de Anneke in verwachting was van de jongste heeft tante Door zich enorm voor hen ingezet. Het is mede aan haar te danken dat Anneke zich heeft laten helpen na de bevalling, zodat het bij deze drie jongens is gebleven.

Het was misschien voor haar een taak die bij haar functie hoorde,  maar het was een goede oplossing om meer problemen te voorkomen. We zijn haar dankbaar, voor wat ze voor velen in Bergen heeft betekend. Slaap zacht lieve tante Door.

De tijden zijn veranderd. De maatschappij is tegenwoordig veel harder. Mensen zoals tante Door bestaan nog wel maar de hulpverlening heeft andere waarden en normen. Zo was er iemand die al veel kinderen heeft. Vele al uit huis geplaatst zijn. Zelf zag ze in dat het beter zou zijn om zich te laten helpen, zodat er geen kinderen meer bij kwamen. Maar dat moest ze zelf € 300,= bijleggen. Die had ze niet, dus klopte ze bij de gemeente aan met de vraag of zij die driehonderd wilden betalen.
De gemeente zag het niet als taak om die kosten te dragen. Op naar het volgende kind, die misschien weer beperkingen heeft, veel hulp nodig zal hebben en uiteindelijk ook nog eens uit huis geplaatst moet worden. Volgens mij is dat toch duurder dan de driehonderd euro die zij gevraagd heeft........

of zie ik dat verkeerd?????????????????

zondag 27 augustus 2017

WAAR ZIJN DE OPVOEDERS GEBLEVEN ??

Een paar weken geleden werd ik gebeld en was er de vraag of we plek hadden voor een jongeman. Het is een grote instelling, die de jongen kennelijk niet meer willen. Eén van de medewerkers kent ons en dacht dat hij bij ons goed op zijn plek zou zijn. Helaas voor de jongen is er geen plek meer bij ons.

Ik hoorde dat de jongen de boel kort en klein had geslagen en daardoor werd er onmiddellijk een traject opgestart om hem buiten de instelling te plaatsen. De jongen had dit gedrag nog niet eerder vertoond.  Toch moest hij weg.

Wij hebben inmiddels een nieuwe jongen, Mulan, die nu ruim acht weken bij ons is. Een nieuweling in de groep betekent aanpassing voor de groep. Deze aanpassing gaat wonderbaarlijk goed. Hij is goed geaccepteerd en doet goed mee. Dat wil zeggen tot eergisteren.

Het is een zware week voor Mulan geweest, de afgelopen dagen. De vakantie is voorbij en het normale leven gaat weer van start. Omdat hij diabeet is moet er op zijn voeding gelet worden. Iets wat hij niet kent, want hij is gewend om zijn eigen gang te gaan. De afgelopen twee jaar.

Nu is er ineens een groep, waar Mulan rekening mee moet houden. Waarin iedereen heel hard zijn best doet op de dagbesteding en de huisregeltjes accepteren. Voor Mulan is de overgang erg groot. Dat uit hij door steeds aan te geven dat hij zo snel mogelijk een vriendin wil hebben en een betaalde baan om dan op zichzelf te willen gaan wonen.

Natuurlijk is dat een mooie wens, maar met zijn verstandelijke beperking zal dat niet haalbaar zijn. In ieder geval is het wennen om nu weer in het dagelijkse gareel te komen. Voor ons is het zichtbaar dat Mulan het daar moeilijk mee heeft.

Gisteren liep de spanning op en gingen ze met elkaar op de vuist. Nadat de begeleiding ze uit elkaar hadden gehaald ging Mulan naar zijn kamer. Hij pakte zijn telefoon en belde 112 en liet zich doorverbinden met de politie. Toen de begeleiding op zijn kamer kwam was hij net heel rustig aan het vertellen dat hij iemand had geslagen. Hij verzocht de politie om hem op te komen halen want bij deze gaf hij zichzelf aan.

Nico greep in en gaf aan dat de escalatie voorbij was en dat hun hulp niet nodig was. Na het verbreken van de verbinding vroeg Nico wat hij aan het doen was.

Heel rustig antwoordde Mulan 'Ik moet toch weg? Want ik heb iemand geslagen.'
'Denk jij nu echt dat jij weg moet?'
 Mulan zei 'Dat gaat altijd zo.'
'Maar hier toch niet. Hier word je geleerd dat dit niet goed is en praten we over hoe je een conflict wel kan oplossen.' antwoordde Nico.

Het lijkt erop dat hij de escalatie moedwillig is opgestart, want je slaat gewoon even iemand en dan moet je weg en dan hoop je dat de volgende plaats wel gaat doen wat jij wil.

Alleen wij werken niet zo. Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld om meteen bij de eerste escalatie de zorgvrager maar weer te dumpen. Ik vraag me af waar die jongens dan blijven? Als je al bij een eerste escalatie weg wordt gestuurd, waar is dan de opvoeding gebleven? Is weg sturen dan beter als opvoeden?? Wij geloven in het aanleren van goed gedrag en het beheersbaar maken van jou agressie.

Het lijkt erop dat men bang is geworden voor opvoeden, regeltjes en waarden en normen. Hoe erg is het als je steeds weg wordt gestuurd? Waar blijven deze groep zorgvragers? Dat zou ik wel eens willen weten. Wij doen er in ieder geval niet aan mee!



woensdag 23 augustus 2017

DE DIERENTUIN

Het laatste uitje van de vakantie gaat richting Rotterdam. We vertrekken vrij vroeg en de weersvoorspelling is wisselend. Maar we hebben er zin in. Bepakt met regenkleding en paraplu's rijden we richting het westen.

Als we zijn aangekomen lopen we door de verschillende landen heen. Bij een mooie loopbrug die aan de ene kant een hele mooie vijver toont kunnen we aan de andere kant een tijger bewonderen. Hij ligt lui in het gras en kijkt ons met lome ogen aan. Het is een stuk lager dan waar wij staat en het terrein is afgezet met een stalen hek met gaas. Op het hek is een groot bord vastgemaakt.

Mulan leest voor wat er opstaat. 'Kijk uit! Schrikdraad'.

Hij bestudeert het bord grondig, kijkt naar de tijger en  kijkt me vervolgens aan en vraagt: 'Wie schrikt er dan?'.........

Durk reageert onmiddellijk en zegt: 'Plas er maar even tegen aan.'
Mulan kijkt me vragend aan.  Hij heeft dus nog nooit van schrikdraad gehoord. Daar sta je helemaal niet bij stil.

'Doe maar even niet.' zeg ik.

zondag 20 augustus 2017

SLIMME JONGENS

Als je onder bewindvoering zit is dat niet altijd even leuk, of helemaal niet leuk. Je hebt dan vaak niet veel te zeggen over jouw geld en jouw bankrekening. Het zou goed zijn als bewindvoerders zich meer inleven in hun cliënten.  Maar heel vaak is dat jammer genoeg niet het geval. Ze krijgen te weinig betaald, voor het werk dat ze moeten doen. Hierdoor moeten ze veel cliënten hebben om alles draaiende te houden. Voor veel cliënten betekent dat helaas weinig tijd voor de individu. Het contact laat dus te wensen over.

Onze jongens denken dat als je in het bezit bent van een bankpas, je de macht in handen hebt. Want geld hebben staat gelijk aan macht. Ze denken dat je met een bankpas naar de bank kan gaan, om de bewindvoerder eruit te gooien. Maar dat is natuurlijk niet zo.

Met een bankpas kun je ook via internet iets kopen. Door het niet hebben van een bankpas, heb ik in het verleden veel voor hen besteld. Maar met de komst van de cadeaubonnen is daar een eind aan gekomen.

Ze zijn dus toch slimmer dan je zou vermoeden. Ze kopen van hun weekgeld cadeaubonnen en dan kunnen ze via internet zelfstandig inkopen doen. Met een beetje hulp van ons, hebben ze diverse accounts en bestellen ze erop los.

De plaatselijke Primera heeft aan hen een goede klant, met veel omzet. De jongens vinden het helemaal geweldig. De pakketjes worden ook nog eens thuis bezorgd. Inmiddels hebben ze gelukkig vertrouwen in de begeleiding gekregen, dat die de pakjes niet openmaken.

Ze hadden flink gespaard, dus de afgelopen weken hebben ze voor circa elfhonderd euro aan cadeaubonnen gekocht en hadden we dagelijks bezoek van de bezorgingsdiensten.
Een mooi voorbeeld als het gaat om de zelfredzaamheid van zorgdragers.

woensdag 16 augustus 2017

NIEUWE TAFELPOTEN

Het is al enige tijd geleden dat Jeroen in een vlaag van verstandsverbijstering de poten onder zijn tafel heeft afgebroken. Niet erg slim, maar omdat hij grote muziekboxen heeft, dienden die voortaan als tafelpoten. Met de bedoeling om nieuwe poten te gaan halen.

Het moment van halen en kopen is aangebroken. Samen met Nico gaat Jeroen naar de Multimate. Alle aanwezige poten worden bekeken. Zoals altijd wil hij de grootste. Dat zijn poten bedoeld voor een sta-tafel met een hoogte van één meter tien. Niet echt comfortabel om aan te eten, legt Nico uit.

Jeroen vindt dat geen probleem, want dan maken we gewoon een verlaagd blad die we aan het grote blad kunnen hangen, waar een bord op past. Met de fantasie van Jeroen is niets mis. Nico stimuleert hem om toch maar de gewone hoogte te kiezen. Zo gezegd, zo gedaan. Met vier witte poten vertrekken ze weer naar huis.

Het is de bedoeling om de poten vandaag onder het blad te schroeven. Tijdens het ontbijt begint Jeroen over de poten. 'Jij hebt gisteren de poten betaald toch?' vraagt Jeroen. 'Dat klopt.' zegt Nico. 'Ik vind dat ik die moet betalen, want ik heb zelf de tafel kapot gemaakt.' geeft Jeroen aan.

'Daar heb je wel gelijk aan, dat zou je dus kunnen doen.' zegt Nico. Jeroen zit in gedachten en na een tijdje zegt hij 'Hoe gaan we dat dan oplossen?' 'Jij kan mij het geld geven voor die poten en dan heb jij betaald.'

'Oké, oké dan, dan zal ik jou het geld betalen en dan is het probleem opgelost.' zegt Jeroen.

Na een paar happen boterham zegt Jeroen ineens 'Maar dat kan helemaal niet.'  Nico kijkt verbaast 'Waarom kan dat niet?'

' Als ik jou nu ga betalen zijn de poten tweedehands en die hoef ik niet. '

zondag 13 augustus 2017

DISCRIMINATIE..... OF TOCH NIET?????????

Na een lange rit vanuit het schone Limburgse land zijn we aangekomen in onze hoofdstad Amsterdam. De weersvoorspellingen zijn gunstig. Mooi wandel of slenterweer.  We parkeren altijd bij de Zeebrug en vertrekken dan met de tram om in het hartje van Amsterdam te gaan winkelen. Bij de automaat koop ik extra kaartjes en we lopen over het spoor naar de overkant waar de halte is voor de binnenstad.

De tram is net vertrokken en daarom moeten we vijf minuten wachten. Langzaam stroomt het perron vol met vooral vakantiegangers. Jongeren die vlakbij op een camping hebben gestaan en nu bepakt met een tent het centrum in willen gaan.

Eén man loopt rond met zijn neus bijna op de grond. We kijken wat hij aan het doen is. Muntjes zoeken. Kennelijk verliezen mensen op deze plek kleingeld uit hun jassen, of tassen. Regelmatig raapt hij een muntje van de stoep.

Anneke heeft nog net tijd om een sigaretje te roken. Zo staan we te kijken naar de mensen om ons heen. Mulan begint te roepen: 'Zie je die vrouw daar?' Hij wijst naar de overkant, waar het perron is die in tegengestelde richting gaat dan de onze. Daar staan twee mensen met elkaar te praten. Een man en een vrouw. 'Zie je dat, die vrouw?' vraagt hij nogmaals. Ik kijk en heb geen idee wat hij bedoeld. Ik zie gewoon twee mensen. 'Wat is er met die vrouw?' vraag ik.

'Die vrouw is lelijk zeg' roept hij. Meerdere mensen kijken nu naar de overkant. We bestuderen de vrouw, voor zover dat mogelijk is. Want ik kan op die afstand toch echt niet beoordelen of het om een mooie of lelijke vrouw gaat. Haar gezicht staat vriendelijk en ze amuseert zich goed met de man.
'Waarom vind jij die vrouw lelijk?' vraag ik hem.

Onze Somalische Mulan zegt vol overtuiging: ' Die vrouw is zwart !!  Zie je dat dan niet? Ik hou niet van zwarte vrouwen. Geef mij maar een Hollands blond meisje.'

Vol verbazing kijk ik van de ene zwarte mens naar de andere. Ik vraag me af of dit nou ook onder discriminatie valt. Hij heeft er waarschijnlijk nog nooit van gehoord.

woensdag 9 augustus 2017

WITTEBROODSWEKEN VOORBIJ

Mulan is blij, want hij heeft een nieuwe woonplek. De afgelopen acht maanden zat hij op de verkeerde plek, maar er was nergens plaats voor hem. Totdat iemand zijn lot aantrok. De beste man klom in de telefoon en stelde de vraag of er nog plek is bij ons.

Wij hebben plek en wij spreken af voor een kennismaking. Die verloopt goed. Hij is aardig en beseft heel goed dat hij een beperking heeft. Hij loopt een paar keer mee, om te kijken of de 'klik' er is. Wij denken dat hij goed past in de groep. We krijgen een overdracht van twee kantjes. Het grootste deel bestaat uit medische informatie en een klein deel uit informatie over Mulan. Het is heel summier en beslaat alleen een verslag van de afgelopen twee jaar. 

Een jongen gevlucht uit Somalië. Hierbij heb ik een heleboel beelden. Van de televisie, waar je vooral op dit moment bootjes ziet met heel veel mensen aan boord. De verschrikkelijkste beelden komen voorbij. Oorlog en verwoestingen, doden en gewonden. Daar word je niet vrolijk van. Maar van Mulan weten we nauwelijks iets. Door die verschrikkelijke beelden durf ik nauwelijks iets te vragen. We wachten maar af, tot hij komt met verhalen. Het enige wat we weten is dat hij geen enkele contact met zijn familie wil.

Zoals bij elke nieuweling gedraagt hij zich voorbeeldig. Hij is vriendelijk, beleeft, spreekt met twee woorden en is afwachtend en kijkt vooral de kat uit de boom. Regelmatig zeggen we tegen elkaar, wacht maar tot de wittebroodsweken voorbij zijn.

Mulan is erg behulpzaam en wil graag mee om de boodschappen te halen en ook loopt hij graag mee om Blacky uit te laten. Tijdens het winkelen begint hij ineens te vertellen. Over zijn moeder, die hij niet meer wil zien omdat ze veel te streng is en bovendien heel gelovig. Mulan geeft aan dat hij niets met het geloof te maken wil hebben, omdat hij het er niet mee eens is. Ik vraag waarom hij zo denkt. Hij lacht en zegt dat de vrouwen hoofddoekjes moeten dragen en je alleen hun ogen kunt zien. 'Dan weet je niet of het knappe vrouwen zijn en ik val op blond.' zegt hij. 

Het is even stil. Dan zegt Mulan 'Weet je dat ze in Somalië de meisjes ook besnijden?'  'Ja dat heb ik wel eens op de televisie gezien.' antwoord ik. 'Ik ben ook besneden, maar ik voel daar niets van. Maar bij de meisjes is het heel erg.' 
Ik zwijg en wacht af wat er gaat komen. 'De meisjes worden besneden en moeten dan gelijk weer rond gaan lopen. Dan lopen ze dus bloedend op straat. Ik vind dat echt niet kunnen.'

Ik zie het voor me, beelden die ik nog nooit op de televisie heb gezien. De rillingen lopen over mijn rug. Afschuwelijk. Mulan staart voor zich uit. We zeggen even niets. Wat heeft hij toch allemaal meegemaakt? Dit is nog maar het begin.

Als we vandaag gaan ontbijten heeft Mulan corvee. Hij heeft moeite met de tafel te dekken. Weet niet zo goed wat er allemaal uit de koelkast moet komen en schijnt veel verkeerd te doen. De anderen corrigeren steeds. Je hoort de irritatie, van beide kanten. Hij moet nog veel leren. Maar het valt vandaag niet zo goed. 

Als we klaar zijn is Nico samen met Kees aangeschoven en wil met hem ontbijten. Dit wijkt af van de dagelijkse gewoonten. Mulan geeft aan dat ze maar op hun eigen kamer moeten gaan zitten. Hij moet de tafel opruimen en schoonmaken. Maar ze blijven zitten. Hij begint te mopperen en loopt boos naar de kamer, ploft op de bank en zegt dat het veel te lang duurt. Hij heeft even niet meegekregen dat Nico het gaat opruimen, en dat hij nu klaar is. 'Ben je boos?'vraag ik als ik de kamer binnen loop en hem boos zie kijken. 'Ja ik ben heel boos.' is zijn antwoord. Ik probeer het uit te leggen, maar het komt niet binnen. Later praat Nico nog even met Mulan. Maar het is moeilijk voor hem.

De wittebroodsweken zijn voorbij. De ware Mulan laat zich zien. We zijn benieuwd wat ons te wachten staat. Een nieuwe bewoner is een nieuwe uitdaging. deze keer geen oer-Hollandse uitdaging, maar een uitdaging met een gekleurd tintje.

zondag 6 augustus 2017

CAMERA ZOEK

Ik lig onderuitgezakt naar de televisie te kijken. Nog even rust, voordat we naar de zorgwoning gaan. Na een paar daagjes rust lig ik totaal ontspannen met de telefoon in mijn hand. Ik voel de telefoon trillen. Een berichtje. Ik open de Whats-app en zie een foto van de camera van Kees. In het volgende appje wordt de vraag gesteld : Heb geen beeld, jullie een tip om dit te verhelpen. Het volgende berichtje geeft aan dat de camera ook piept.

Ik denk na wat het zou kunnen zijn, en kan maar één ding bedenken. Ik app terug: Ik denk dat Kees de stekker van de camera eruit heeft getrokken. Vervolgens wacht ik af.

De telefoon gaat, het is Ineke. Ik neem op. 'Hij heeft inderdaad de stekker eruit gehaald, en vervolgens heeft hij de camera verstopt.  Ik schiet in de lach. Dat is nu weer typisch Kees. De hele dag is hij al tegendraads geweest. Dus is dit een logische vervolg, op de gebeurtenissen van de dag.

'Wat doen we nu?' vraagt ze. 'Maak hem zelf verantwoordelijk.' geeft ik als antwoord. 'Dat heb ik al gedaan.' zegt ze. 'Ik heb aangegeven dat ik hem dan in de nacht niet kan helpen, als hij een epilepsie aanval krijgt. Ik dacht dat de camera nog boven in de hoek hing, maar dat was niet het geval en Kees gaf heel duidelijk aan dat hij niet ging vertellen waar hij de boel verstopt heeft. Even afwachten dus.'

Ineke verbreekt het contact en denkt na wat ze vervolgens moet gaan doen. Het is natuurlijk heel vervelend als het in een dergelijke nacht iets fout zou gaan. Ze pakt een deken en loopt naar boven. Kees ligt nog steeds in bed en kijkt over de rand van de deken naar Ineke. 'Wat kom je doen?' vraagt hij. Ineke installeert zich op zijn bureaustoel en legt de deken over haar heen. 'Doe niet zo gek' zegt Kees.

'Ik kan je niet zien als ik in bed lig en ik wil niet dat er iets gebeurt vannacht, dus ik heb besloten dat ik dan maar op jou stoel ga slapen.' Kees begint te grommen. Dit was zijn bedoeling natuurlijk niet. Er gaan een paar minuten voorbij. Plotseling gooit hij zijn deken aan de kant en zegt 'Oké dan ik zal zeggen waar het ligt.' Hij stapt uit zijn bed en opent een la van zijn ladekast. Daar haalt hij zijn kabel uit. Vervolgens haalt hij de camera uit de hoek van zijn kamer naast de kledingkast. Hij sluit alles weer netjes aan. Gaat in bed liggen en zegt dat Ineke naar bed kan gaan en wenst haar een hele goede nacht, met mooie dromen.

woensdag 2 augustus 2017

WAT WIL IK LATER WORDEN, OF EIGENLIJK DIRECT

Nadat Kees zijn zelf geschreven brief, die hij heeft opgesteld samen met een begeleider van de GGZ, heeft voorgelezen, kijkt hij me aan. 'Mooi hé?' zegt hij. Hierin stond geschreven waarom hij is opgenomen bij de GGZ. 'Maar ik heb nog een vraag aan jou.' terwijl hij met zijn vinger mijn kant op wijst.

'En dat is?' vraag ik.

'Ik wil bakker worden, kan jij me helpen om dat te regelen?' 'Bakker????' herhaal ik. Ik vraag me af waar dit vandaan komt, want zijn lichaamshouding geeft dat niet aan. Een bakker moet hard werken en deze energie is niet te vinden bij de jongen die tegenover me zit. Het is een jongen uit Somalië die als vluchteling in Nederland is neer gestreken. Donker getint, met een bolle buik , met een verstandelijke beperking waarbij getallen, maten en hoeveelheden hem niets zeggen. Dus meel afwegen, dat gaat hem niet lukken.

'Waarom wil jij bakker worden?' vraag ik. 'Dat vind ik gewoon leuk, dus jij kan me helpen daarbij toch, misschien morgen?' zijn ongeduld is duidelijk merkbaar. 'Dan zullen we dat eens gaan onderzoeken als je bij ons woont.' geef ik aan. 'Oké, onderzoeken als ik bij jullie woon, maar dan gaan we gelijk kijken hé?'

Als klein meisje wist ik al vroeg wat ik wilde worden. Die droom heb ik kunnen verwezenlijken in een diploma en aansluitend een mooie internationale carrière. Wie heeft hierover geen droom ? Het begint vaak dat je wilt worden wat je vader of moeder voor beroep heeft. Ook bijzondere mensen hebben dromen. Kijk maar op de televisie, waar diverse programma's zijn om dromen te laten uitkomen. Ik denk maar aan Johnny de Mol. Bijzondere mensen met mooie dromen.

Ook daar gaat het wel eens mis. Want bijzondere mensen kunnen geen hotelmanager worden. Wel voor één dagje, maar niet je hele leven lang. Na het draaien van het programma, komt de werkelijkheid als een mokerslag aan. Want je droom is niet voor één dagje en eigenlijk is de droom nu voorbij en hebben ze geen droom meer. Dat is hard.

Toch zullen wij ook hen erop moeten voorbereiden dat ze niet naar een school kunnen om hotelmanager te worden, of zoals bij ons Kees die bakker wil worden.
Vanaf het moment dat hij bij ons is stelt hij keer op keer die vraag. Ook de begeleiders doen dan steeds hun best om uit te leggen waarom dat heel moeilijk is.

Vandaag komt hij weer met de vraag wanneer ik hem nu ga helpen. 'Heb jij al een diploma dat je kan laten zien dat je op een school hebt gezeten?' vraag ik. 'Nee dat heb ik niet, ik heb maar even op een school gezeten.' zegt hij. Kees denkt hierover na en komt een dag later bij me.

'Ik wil geen bakker meer worden, ik ga model worden zodat ik over een catwalk kan lopen. Ik laat mijn haar groeien ( nu heeft hij een kaal hoofd), mijn buikje moet afvallen en ik heb alvast wat foto's van mezelf opgestuurd bij de aanmelding.'zegt hij. Weer dat ongeduld.

'Waarom wil je dat worden?' vraag ik.
'Daar heb je geen diploma voor nodig. Dus kunnen we morgen even naar Amsterdam? Want daar heb ik me opgegeven en kunnen we een afspraak maken wanneer ik daar kan beginnen.'

We zullen nog wat geduld moeten hebben om hem uit te leggen dat dromen mooi zijn, maar dat niet elke droom uitkomt. Ik kan ook geen minister president worden.