Posts tonen met het label verhalenlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhalenlijn. Alle posts tonen

maandag 16 april 2018

EVEN STOPPEN....

We hebben een uitje. Een uitje betekent iets leuks doen, zoals een musical bezoeken of bowlen. Als ze aan de beurt zijn mogen ze zelf kiezen wat ze leuk vinden.

Bij een uitje hoort nette kleding. Kleding die de dag te voren gewassen en gestreken wordt. Een nette bloes, met daaronder een nette broek en de zondagse schoenen.

Dit uitje met Durk is winkelen in een grote stad. Hoe dom kan ik zijn om er van uit te gaan dat elke grote stad de koopavond heeft op de donderdag........ verkeerd dus. De winkels zijn gesloten.

We besluiten om naar de pizzeria te gaan. Het is een flink eind lopen. Al lopend gebeurt het soms dat de broek niet op zijn plek wil blijven zitten. Of de broek zakt naar beneden, of de riem gaat ineens open.

Om het euvel te verhelpen roept Durk dat we even moeten blijven staan.

want.............................................................

'Anders val ik van mijn kont af.'

donderdag 1 maart 2018

HELEMAAL GEEN GOEDE MORGEN

Ik staar uit het raam. Ik zie een strak blauwe hemel. Door de wind is de gevoelstemperatuur wel -15. Berekoud, kouder dan koud. Je oren vriezen er bijna af. Op de achtergrond hoor ik stemmen. Iemand wordt wakker. 'Goedemorgen' hoor ik de begeleidster vrolijk zeggen.

'Het is helemaal geen goede morgen voor mij' gromt Jeroen. Hij loopt de trap af om naar de toilet te gaan. Ik zit in de keuken en hij loopt langs mij. Hij zegt, voordat ik wat kan zeggen 'Het is helemaal geen goede morgen voor mij.' 'Dan kunnen we elkaar de hand geven, want voor mij is het ook helemaal geen goede morgen.' zeg ik. Hij loopt door, zonder iets te zeggen, en verdwijnt weer achter de deur.

Ik zucht. Het is inderdaad helemaal geen goede morgen. Je hebt soms van die dagen dat als je opstaat je eigenlijk weer terug wil. Terug, onder de dekens, lekker warm en niemand zien. Dat zijn van die dagen dat je niet naar de toekomst wil kijken, want die is niet zo gunstig. Dan zijn er van die mensen die je proberen op te vrolijken. 'Achter de wolken schijnt de zon.' zeggen ze dan. Nou ten eerste zijn er geen wolken, ten tweede kan ik de zon niet zien want die staat aan de andere kant van het huis. Dus waar hebben we het over? 

Of er zijn van die mensen die zeggen dat je vooral niet naar het verleden moet kijken. Soms klopt dat, want ik gebruik het ook wel eens om iemand op te vrolijken. Maar niet vandaag.

Toch moet ik aan het verleden denken. Want daar heb ik toch  mooie momenten mee gemaakt. Ik realiseer me heel goed dat niet iedereen dat kan zeggen. Vroeger hoorde ik bij de club vroege vogels. Ik was altijd rond vier uur wakker. Ik lag met mijn bed onder een raam. Als die openstond dan hoorde je de vogeltjes zingen en de kikkers kwaken. Toen dacht ik: Als ik later groot ben dan wil ik terug denken aan deze geluksmomentjes. Waarom ik dat toen dacht weet ik niet. Maar nu ik 'groot' ben helpt het soms.

De volgende komt beneden. Ik draai me om, om te kijken wie het is. Hij begint meteen te praten.
'De begeleidster zegt dat ik in een winterdip zit.' Hij kijkt me somber aan. .....................
'Wat is dat eigenlijk, een winterdip?'

Ja, een winterdip.......heb je even dan zal ik voorlezen wat ik net heb geschreven ........................


woensdag 7 februari 2018

IN DE AANBIEDING

'Kom eens' Jeroen heeft mij binnen horen komen en is gelijk op me afgekomen. Hij maakt met zijn hand het gebaar dat ik naar hem toe moet komen. 'Kom eens' hij loopt op me af omdat hij denkt dat ik hem niet heb gehoord. Maar ik sta even met iemand te praten.

Hij trekt aan mijn mouw 'Kom nou eens, ik wil je wat laten zien'. Ik loop met hem mee naar zijn kamer. 'Dit moet jij even bekijken, want dit een een heel mooi koopje en dan ben jij niet zoveel geld kwijt. 'Ik wist niet dat ik iets ga kopen'. zeg ik tegen Jeroen.

Hij gaat achter zijn laptop zitten. Ik zie dat er allemaal gereedschapskarren op het beeldscherm staan. 'Maar ik heb geen gereedschapskar nodig hoor, daar kan ik niets mee op mijn kantoor'.
Jeroen begint te lachen. 'Dat snap ik heus wel hoor, maar je kan het toch voor mij kopen?' geeft hij als antwoord. "Weet je wel wat die kosten?' vraag ik.

'Dit is een koopje' zegt hij. Hij begint te zoeken. Zoals zo vaak heeft hij tig tabbladen openstaan op zijn computer. Dus hij kan het even niet vinden. Ik pak een stoel en ga naast hem zitten. 'Kijk ik heb het gevonden'. Hij wijst met zijn vinger de gewenste kar aan. "Maar Jeroen, die kost toch heel veel geld? zeg ik. 'Dat valt wel mee' zegt hij vrolijk 'kijk maar eens goed'.

Ik bekijk het beeldscherm. Ik zie een gereedschapskar, die vol zit met gereedschap. Rechts in het beeld staat dat als je die deze week nog besteld wordt het gratis bij je thuis bezorgd. Links onderaan staat dat als je deze kar bestelt met inhoud dan bespaar je € 999,=. Als je een beetje naar beneden scrolt dan zie je dat je de kar nu voor € 450,= kan kopen.

'Zie je wat dit kost? vraag ik Jeroen. Ik kijk hem aan, zijn ogen staan verbaast. 'Snap je het nou echt niet?' vraagt hij. Ik kijk nog eens naar het beeldscherm, kennelijk mis ik iets. 'Dit is echt een koopje hoor.' benadrukt hij nog eens. 'Nou dat mag je mij dan eens uitleggen' zeg ik nieuwsgierig. Wat heeft hij gezien wat ik niet zie?  Geen idee.

'Kijk' zegt Jeroen, hij wijst naar het stickertje waarop gratis staat. ' Je krijgt hem gratis als je het deze week besteld. En dan krijg je ook nog eens € 999,= toe'.

zondag 26 november 2017

AUTISTISCHE VAKANTIEKIEKJES

Om de logeerweek vast te leggen, maak ik al de hele week foto's. Een weekje logeren levert een heleboel verhalen op. Maar al die verhalen op één hoop, daar krijg je een vol hoofd van. Dat maakt het moeilijk om alles te vertellen als je weer thuis bent.

Om dat te voorkomen ga ik samen met Geert de laatste dag van zijn logeerpartijtje een fotoboekje maken. Samen printen we de foto's, en knippen ze uit. Ik heb een klein boekje gekocht waar per pagina een foto geplakt kan worden.

Als alle foto's zijn uitgeknipt komt het moeilijkste. Opplakken in de juiste volgorde. Omdat Geert dat moeilijk vindt ga ik ze nummeren. Doordat ze allemaal op een hoop liggen probeer ik de tijdslijn aan te houden. Ondertussen plakt Geert alvast de foto's in het boekje.

Op het moment dat hij bij nummer vijftien is, wordt hij nerveus. Hij kan nummer vijftien niet vinden. Eerst probeert hij alleen te zoeken, maar al die nummertjes op een hoop maakt het veel lastiger. Ik begin hem te helpen, pak steeds één foto en leg die opzij. Nadat we alle foto's hebben bekeken, moet ik vaststellen dat ik nummer vijftien heb overgeslagen. 'Dan slaan we die toch gewoon over.' zeg ik optimistisch en geeft hem nummer zestien.

Hij bekijkt de foto, kijkt op de achterkant en zegt 'Dit is niet nummer vijftien.' 'Dat klopt want ik ben die vergeten op te schrijven, dus slaan we die toch gewoon over?' is mijn reactie.
Maar dat was te optimistisch. Want ik zie Geert kijken naar de bladzijde waar nummer vijftien had moeten zitten. 'Ik kan echt niet nummer zestien op die bladzijde plakken, daar moet toch echt nummer vijftien.' Ik zie zijn wanhoop en probeer het nog eens, 'sla die bladzijde maar over, misschien vinden we de foto nog.'

Dit lukt, Geert schrijft op die bladzijde nummer vijftien en gaat verder met nummer zestien op de volgende pagina. Steeds bladert hij terug naar de lege pagina, want die is wel heel erg leeg. We hebben alles mooi op chronologische volgorde. Als we klaar zijn zegt Geert 'Nu hebben we nog steeds nummer vijftien niet gevonden.' Hij kan het maar moeilijk loslaten.

Opeens bedenkt Geert dat we nog niet alle foto's hebben afgedrukt. Want ik heb vandaag ook nog foto's gemaakt. Van Geert op de dagbesteding, en Geert op de heftruck. Samen gaan we terug naar de fabriek om die foto's nog uit te printen. 'Zit hier nou nummer vijftien bij?' vraagt hij hoopvol.

Hiermee geeft Geert heel goed aan dat in zijn hoofd het plaatje nog steeds niet compleet is. Puzzelstukjes waar je mee aan het puzzelen bent. De hele puzzel moet kloppen en dat doet het niet, want nummer vijftien mist nog steeds. Hij bladert weer door zijn plakboekje en komt weer terecht op die ene lege pagina met het nummer vijftien erop geschreven. 'Hoe gaan we dat nu doen?' vraagt hij treurig.

Hij kijkt naar de foto's die nog geplakt moeten worden en vraagt 'Zit hier echt niet nummer vijftien bij? Weet je dat zeker? 'Hoe moeilijk is het voor Geert om zijn puzzel in zijn hoofd goed te krijgen.

Mijn chronologische logica is niet zijn logica. Bij hem gaat het alleen maar om de nummers, die moeten kloppen. Dus ik laat mijn chronologische logica maar los. 'Welke foto vind jij nummer vijftien?' vraag ik. Hij pakt de foto waar hij op de heftruck zit. 'Dit is nummer vijftien.' zegt hij stralend. 'Oké geef maar hier ik zal er nummer vijftien op schrijven.'Hij geeft me de foto, ik schrijf het nummertje vijftien erop en Geert plakt hem op de juiste pagina. 'Nu is het fotoboek klaar.' zegt hij trots. Dit laat ik op school zien en kan ik vertellen wat we hebben gedaan. Hij heeft zijn rust gevonden.

Wat kan ik toch moeilijk doen. Of niet?.......................

dinsdag 24 oktober 2017

DE BOSGROEP KOMT KOFFIE DRINKEN.

Ik kijk vanuit mijn raam zo op het natuurgebied de Maasduinen. Vrachtwagens rijden af en aan. Nog meer werk en kant en klare orders komen voorbij. Ik zie een busje stoppen voor de dagbesteding. Het is de bosgroep, vanuit een nabij gelegen instelling.

Geregeld komen ze langs. Wij hebben door ons werk veel afvalstukken van plaatmateriaal. Het meeste gaat de container in en wordt afgevoerd naar de stort. Soms komen er mensen langs die wat restafval willen hebben, voor verschillende doeleinden. Er komen mensen die vogelhuisjes willen maken voor een jaarmarkt, er zijn mensen die het als stookhout gebruiken voor het kweken van orchideeën en zo komt ook de bosgroep om restafval te halen.

Meestal zitten er twee begeleiders in de bus met een aantal zorgvragers. Samen lopen ze naar de container en halen ze steeds één stuk eruit en brengen die dan naar  de aanhanger, alwaar het netjes wordt opgestapeld. Maar vandaag zijn ze zonder aanhanger. Een jongen stapt uit. Het is Karel.
Karel komt altijd even bij mij op kantoor. Terwijl zijn vrienden het hout laden maakt hij een praatje met mij. Hele verhalen houdt hij, over waar hij woont en zijn zus en familie. In de loop der tijd ken ik een beetje hoe het hem toegaat. Dat geeft inmiddels voor hem een veilig gevoel, want hij blijft steeds langer zitten.

Er wordt op mijn deur geklopt en ik geef aan dat Karel binnen mag komen.
'Weet je wat voor dag het vandaag is?' vraagt hij vrolijk.
'Volgens mij is het woensdag vandaag.'
'Ja deuheu dat weet ik ook wel, maar ik bedoel iets anders' Hij klopt op zijn voorhoofd met het teken dat hij niet gek is.
'Nou, dan weet ik het niet, ik geef het op.' zeg ik.

'Ik ben vandaag jarig....' Hij loopt op mij af, zodat ik hem kan feliciteren.
'Dat is geweldig mooi, van harte gefeliciteerd Karel' en ik geef hem een hand.
'En nou kom ik met jou koffie drinken.' Hij zet zichzelf op één van mijn bezoekersstoelen en kijkt me afwachtend aan.
'Dan zal ik maar even koffie voor je gaan halen.' Ik loop naar de kantine en kom terug met twee bakjes koffie.

Ik merk op, dat als ik uit het raam kijk, dat iedereen in het busje zit en nog geen hout aan het halen zijn. 'Ze zijn nog niet aan het laden.' zeg ik tegen Karel, terwijl ik zijn koffie voor hem zit.
'Nee dat klopt, want we hebben geen hout nodig vandaag.'

Ik ben verbaast en trek mijn wenkbrauwen op. Hij ziet dat en zegt meteen 'We zijn hier omdat ik jarig ben.'  'Omdat je jarig bent?' herhaal ik en kijk nogmaals naar buiten. Ik tel twee begeleiders en nog vier jongens. 'Maar waarom zijn zij dan allemaal meegekomen?'vraag ik.

'Als je jarig bent mag je een wens doen en die gaan ze voor jou organiseren, en mijn wens was dat ik bij jou op de koffie mocht.' antwoord hij trots.
Ik voel me vereerd. Er zit dus buiten een groep mensen, met de handen over elkaar en met de neuzen op het raam, die geduldig wachten op hem tot hij klaar is met koffiedrinken.

Ik breng hem nadat zijn kopje leeg is weer naar het busje. Eén van de groepsleiders knipoogt naar mij en zegt: 'We konden hem niet op andere gedachten krijgen en hij bleef maar doorgaan. Dus zijn we maar naar jullie gereden en heeft hij zijn kopje koffie gehad. Karel zit te glunderen en is gelukkig. Wat wil je nog meer wensen, het kan zo simpel zijn. Ik waardeer de groepsleiders enorm, die toch met een moeilijke groep, moeten wachten in een busje tot Karel zijn koffie heeft opgedronken.
Karel zijn dag kon niet meer stuk.


zondag 1 oktober 2017

RONSELEN ?????

We lopen in Amsterdam. In de Kalverstraat. Het is druk. Je kan bijna over de koppen lopen. Ik ben niet zo lang, dus ik kan niet over de mensen heen kijken. Vandaar dat ik achteraan in onze groep loop.  Zo hou ik een beetje overzicht en raak ik ze minder snel kwijt. Het is drukkend warm, en in die mensenmassa is het niet echt prettig winkelen. Je kan nauwelijks de etalages zien. Je loopt met z'n allen in het zelfde tempo als een kudde achter elkaar aan. Soms gaat het iemand te langzaam en wordt je aan de kant geduwd.

Blacky ons hondje is ook mee. Tussen al die slenterende benen lopen dus ook honden. Ons hondje is niet zo groot, maar hij loopt keurig mee. Dat kan ik van vele honden niet zeggen. Het is ook begrijpelijk. Want die honden zien alleen maar benen en voeten. Ze zijn onrustig en blaffen regelmatig. In een dergelijke drukke stad zou je de honden eigenlijk thuis moeten laten. Stel er raakt paniek uit, die honden worden dan gewoon in de mensenmassa vertrapt.

We lopen al een tijdje en ik heb de indruk dat door de drukte niemand zin heeft om een winkel in te gaan. Inmiddels is Mulan naast me komen lopen. Ook hij vindt het druk. Hij loopt met de oordoppen in om naar muziek te luisteren. Op die manier neemt hij een beetje afstand tot de drukte. Voor ik er erg in heb spreekt een jongeman Mulan aan en gaan ze langzamer lopen.

Ze praten niet in het Nederlands, maar in het Somalisch. Ik kan dus niet begrijpen wat hier gezegd word. Ik heb de taal nog nooit eerder gehoord, maar je kan er niets van maken. Ik merk aan mezelf dat ik dat vervelend vind. Je verliest hierdoor een bepaalde controle. Wat zou die jongen zeggen, ik zie dat hij met de koran in de hand loopt en er mee loopt te zwaaien. Ik kan er niets aan doen, maar mij bekruipt het gevoel dat het niet in orde is. Mulan is door zijn beperkingen een gewild slachtoffer. Je hoort tegenwoordig zoveel over ronselen. Ronselen is het, meestal onvrijwillig,  oproepen van mensen voor onder andere de oorlog.

Ik houd nauwlettend de jongen in de gaten. Ik zie dat hij het doorheeft. De lichaamstaal van hem  doet mij besluiten dat ik aan de andere kant van Mulan ga lopen. Zo dicht mogelijk in de buurt en ik laat duidelijk merken dat hij bij mij hoort. Al snel houdt de jongen het voor gezien en loopt snel door.

Ik vraag Mulan wat hij allemaal heeft gezegd. Hij geeft een warrig antwoord, waaruit blijkt dat de jongen over de koran sprak, maar dat Mulan er niets van snapt. Zo gebeurt dat dus. Ze spreken jongeren aan op straat. Ogenschijnlijk lijkt het heel vriendelijk, maar ondertussen.

Wat zou er met Mulan gebeuren als hij geen bescherming had? Ik durf het haast niet uit te spreken.....

zaterdag 16 september 2017

VEILIG VERKEER

Wij als Nederlanders hebben iets met fietsen. Heel Nederland fiets. Er wordt veel aandacht besteed aan de veiligheid op straat. Kinderen leren al vroeg fietsen en op de lagere school halen ze een verkeersdiploma. Met enigszins een gerust hart stuur je ze naar de middelbare school. Want de tijd dat iedere ouder zijn kind naar school brengt is dan voorbij.

Maar wat, als je het gevaar niet kunt overzien. Je zomaar van de oprit de weg op fiets, zonder te kijken. Dan kan je niet met een gerust hart zeggen, 'ga maar even fietsen.'
Toch proberen we zelfredzaamheid te stimuleren.

Jeroen gaat elke dag met de fiets naar de dagbesteding. Als hij klaar is met het ontbijt, naar de wc is geweest en zijn neus heeft gesnoten, kan hij zijn jas aan trekken. Dat is niet zomaar een jas, het is een jas vel oranje gekleurd met lichtreflecterende strepen. Dat vindt Jeroen de veiligste kleur.

Als de jas aan is kan Jeroen naar zijn fiets, met een tas vol dingen die voor hem belangrijk zijn om mee te nemen. Dat is ook weer een stukje veiligheid. En de laptop niet te vergeten. Als de fietstassen zijn gecontroleerd, ze moeten namelijk elke dag op dezelfde manier worden dichtgemaakt, dan kan hij opstappen.

Als begeleider spoed je je dan naar jou eigen vervoersmiddel en rijdt je er achter aan. Helaas moet je, op de heenweg, met de auto een stukje omrijden, maar dan kan je veilig achter Jeroen aan. Op de terugweg doe je dezelfde handelingen.

Jeroen fietst behoorlijk snel. Het lijkt wel of hij oogkleppen op heeft, want hij kijkt strak naar voren. Maar op elke kruizing, waar hij over moet steken, stopt hij. Hij stapt van de fiets en kijkt naar alle kanten. Als Jeroen zeker weet dat hij geen auto's  ziet of hoort aankomen, stapt hij weer op de fiets om verder te gaan.

Jeroen zijn grootste angst is dat een auto te dichtbij voorbij komt. Hij is zo gefocust op fietsen, dat hij dan schrikt. Of er toetert iemand. Dan kan hij heel boos worden en gaat grommen. Bij een dergelijk incident wil hij graag weer een stukje veiligheid en nabijheid hebben. Dan rijden we, op zijn verzoek, heel dicht achter hem aan.

Na zes jaar zie je wel een verandering. Hij is minder gespannen en kan zelfs af en toe zwaaien als hij je ziet aankomen met de auto. Dus zijn neus is niet meer op de voorkant van de fiets gefocust. Maar zodra er een medeweggebruiker zich 'misdraagt', zijn we weer bij af en beginnen we gewoon weer opnieuw.




zondag 30 juli 2017

STILTE VOOR DE STORM

Nog even een paar daagjes rust. Voordat het begint. Een paar daagjes, uitblussen, uitwaaien en uitrusten. Op de boot is het rustig en stil. Even weg van de hectiek en de drukte. We zitten in de stilte voor de storm.

Morgen gaat het team met vakantie, voor een welverdiende rust na een periode die zich kenmerkt door afscheid nemen en verwelkomen. Afscheid nemen van de vader, waar we in de loop der jaren ons aan gehecht hebben. Verwelkomen van een nieuwe jongen met  nieuwe uitdagingen.

Morgen om precies te zijn arriveren we om acht uur om voor de eerste drie weken niet meer weg te gaan. Vierentwintig uur zorg, drie weken lang.

Vakantie, onze zorgvragers hebben vakantie. Al weken zijn ze aan het aftellen. Kijken ze waar ze heen zullen gaan als er een uitje is. De laatste werkdag, dan moet er gevierd worden dat de vakantie begint. Met een hapje en een drankje en vooral de taart mag niet missen. De laatste dag, dan wordt alles opgeruimd en schoongemaakt, om de komende drie weken niet op de dagbesteding te komen.

Voor autisten is een vakantie vaak moeilijk. Want al doe je nog zo je best, het is anders. Het ritme is anders, de dagen vullen zich anders.  Maar na zoveel jaren is hier ook een ritme ingekomen. Want op de eerste dag gaan we met z'n allen om de tafel zitten. Dan hebben we een grote kalender met drie weken erop. Dan gaan we voor drie weken plannen wat we gaan doen. Ieder heeft zijn eigen inbreng. Ze mogen aangeven waar ze naar toe willen, als we met onze bus rond gaan reizen.

Als de kalender klaar is, is er weer rust voor hen. Want dan is het heel duidelijk wat er gaat gebeuren de komende weken. Nou maar hopen dat we het weer mee hebben.

woensdag 26 juli 2017

NACHTELIJKE ESCAPADE

De dienst zit erop voor Anna. Ze loopt door de gangen van het oude gebouw. Het is er muisstil. Alleen de hakjes van haar schoenen klinken galmend door de gang. Iedereen ligt eindelijk in bed. Allen gedoucht en gepoetst. De gang is slecht belicht. Hier en daar zijn er lampen kapot. Die moeten nodig vervangen worden. Anna neemt zich voor om morgenvroeg als eerste de technische dienst te bellen.

Er is een bries merkbaar. Anna krijgt het koud, want het is herfst en bij de grote voordeur is het glas van een raampje gebroken. Het tocht er altijd. De wind is guur en de oude boom slaat met zijn diep hangende takken op de dakpannen. Het lijkt alsof het extra duister is, want de maan zit achter de donkere wolken.

Anna loopt naar het kantoor en pakt haar jas. Wil die aandoen en ziet dan nog een briefje liggen. Ze pakt het briefje en leest hardop voor wat er staat: 'Hallo Anna, wil jij nog even kijken bij Berend voor je weggaat. Hij was nogal druk vanavond en we willen even weten of de onrustband nog op de juiste plaats zit. Alvast bedankt. Groetjes Wilma.'

Daar gaan we weer, denkt Anna. Altijd als je denkt naar huis te kunnen moet er nog iets gebeuren. Ze gooit haar jas geërgerd over de stoel en loopt de gang weer in. Tiktak, tiktak hoor je van de hakjes, snel en met korte stapjes loopt ze richting Berend zijn kamer. Berend is één van de twee bewoners die in de nacht opgesloten slaapt in zijn kamer en vanwege zware escalaties slaapt hij met een onrustband.

Anna draait de sleutel om in het slot en kijkt door een kier naar binnen. Dit is altijd een spannend moment. Soms lukt het Berend om uit te breken en staat je achter de deur op te wachten. Omdat ze nu helemaal alleen is in het gebouw is ze voorzichtig.

Het licht van de gang valt op het bed. Ze ziet dat Berend slaapt, maar de band zit niet goed. Ze zucht, nu kost het nog meer tijd en komt ze nog later thuis. Dat is vervelend, want ze wil, voor ze naar bed gaat, nog even met de benen omhoog en een lekker wijntje drinken. Snel loopt ze naar binnen om de band goed te zetten. Poef, met een zware zucht valt de deur dicht.

Ze draait zich onmiddellijk om. Oh nee toch, de deur....
Ze grijpt naar haar jaszak en realiseert zich dat die op kantoor op de stoel is gegooid. Ze kijkt naar haar handen of ze werkelijk denkt wat ze denkt. De deur is dicht gevallen met de sleutel aan de buitenkant in het slot. De deur kan van binnenuit niet worden geopend, uit veilheidsredenen. Maar die veiligheidsredenen zorgen er nu voor dat ze er niet uit kan. In de kamer is geen nachtlampje. Je ziet alleen de lichtgevende knopjes van de lichtknop, maar als je de grote lamp aandoet dan wordt Berend zeker wakker. Haar ogen moeten wennen aan het duister.

Ze probeert logisch na te denken en niet in paniek te raken. Ze kijkt vlug naar Berend, die rustig ademt. Gelukkig die slaap nog. Wat nu??

Buiten hoort ze twee mensen praten. Dat zijn vast de begeleiders van de andere twee blokken. Die willen ook naar huis. Ze probeert of ze bij de bovenraampjes kan komen. Op haar tenen reikt ze met haar hand naar boven. Helaas ze kan er niet bij. Ze doet een schoen uit en probeert zo bij het raampje te komen. Het gaat net. Ze tikt met de hak op het raampje. Snel kijkt ze achterom of Berend wakker wordt. Het gaat goed, maar ze durft niet te hard te tikken. Stel dat hij wakker wordt. Het zweet breek haar uit. Ze probeert rustig te blijven en klopt nog een keer op het raampje.

Ze staat stil, haalt geen adem en probeert te luisteren of haar collega's haar horen. Ze hoort ze lachen en ze merkt dat het geluid zachter wordt. Dit gaat dus niet werken. Wat nu...wat nu....???

Ze kijkt nog een keer naar Berend. Die slaapt er door heen. Gillen of schreeuwen heeft geen zin want er is niemand meer in het hele gebouw. Ze wordt moe en de paniek loert om de hoek. Ze kan niet eens even zitten, want de kamer is leeg behalve een bed.

De camera, dat is het.....
Ze zoekt op het plafond naar de camera. In de nacht is er een kijk- en uitluistersysteem. Verderop op het terrein staat het hoofdgebouw. Daar is de afdeling bewaking, waar twee collega's waken in de nacht. Alle afdelingen in diverse gebouwen vallen onder hun verantwoordelijkheid. Via camera's kunnen ze uitluisteren en indien nodig meekijken. Bij Berend kunnen ze allebei, vanwege het extreme gedrag en de zorg die hij nodig heeft.

Ze pakt haar schoen weer en loopt naar de camera. Ze begint met de schoen te zwaaien. Nogmaals en nogmaals.....
Anna wacht af. Heeft geen idee van tijd. Ze loopt op de tenen heen en weer en probeert vooral geen lawaai te maken. Haar collega's hebben haar natuurlijk wel gezien, maar moeten zeker tien minuten lopen om bij haar te komen. Ze wacht en wacht. Ze hoort haar hart kloppen en een lichte hoofdpijn steekt de kop op. Nu vooral rustig blijven vermaant ze zichzelf. Een hele tijd staat ze stil en probeert geluiden van buiten op te vangen. Niets, ze hoort niets en er gebeurt niets. Ze zwaait weer met haar schoen.... en nog eens ..........en nog eens.

Dit duurt wel erg lang.... Ze gaat toch maar de gok wagen en begint zacht te roepen. Direct kijkt ze om naar Berend. Die slaapt rustig door. Ze voelt dat haar oksels nat zijn en baalt, nu stinkt ze ook nog. Ze roept nog een keer.....

In de bewakingskamer zitten Geert en Wies te lachen. Ze hebben schik, en zijn moppen aan het tappen. Af en toe kijken ze even op alle beeldschermen. Zien niets verontrustend en kletsen verder, gezellig met een kopje warme chocolademelk. Heel even lijkt er beweging op een beeldscherm, ze zetten het geluid wat harder. Och, dat is Berend die snurkt weer een keer. Ze hervatten hun gesprek. Een hele tijd later horen ze weer wat. Ze zetten het geluid nog iets harder. Wies vraagt Geert : 'Berend kan toch niet praten? Toch hoor ik iemand praten. Het geluid wordt nu op volle sterkte gezet. Het piept en kraakt maar ze horen toch een stem. Geerts staat op, pakt zijn jas en geeft aan dat hij polshoogte gaat nemen.

Anna is heel blij en spoed zich naar huis.

Bij ons gaat het anders. Wij hebben een slaapdienst, op kantoor staat een bed. Met de camera op de achtergrond en we kunnen ook uitluisteren. Maar we zijn dichtbij. Als iemand op de noodknop drukt zijn we binnen een minuut bij hen. Dat geeft veel vertrouwen. We sluiten niemand op en iedereen kan met een draaiknop zijn eigen deur van binnen open maken.

Of we wel eens buitengesloten worden? Echt wel. Als je uit je slaap gewekt wordt en met spoed naar boven rent, dan wil het wel eens gebeuren dat je zonder sleutel naar boven gaat. Je komt dus niet meer bij jou bed. Helaas moet je dan toch een collega wakker bellen of wachten tot het ochtendgloren het begin van de dag aankondigt.

zondag 16 juli 2017

VAN BOVEN AF

Je kunt op twee manieren begeleiden. Van onderen af, zoals wij dat doen. Je pakt ze bij de hand en neemt ze serieus en laat ze de wereld begrijpen. Maar de andere kant is begeleiden van bovenaf. Jij doet wat ik zeg want anders....

We zitten tv te kijken, naar een documentaire van de spoedeisende hulp in een ziekenhuis in Londen.  Regelmatig hebben ze daar dezelfde personen die menen spoedeisende hulp nodig te hebben. De zorg is in Engeland iets anders geregeld, dan bij ons in Nederland.

Er komt een man aan bij de spoedeisende hulp. Hij heeft iets aan zijn voet, en wil dat er een dokter naar komt kijken. Je kijkt als toeschouwer mee met het personeel in het ziekenhuis. Die laten ons zien hoe zij het ervaren. Ze zien de man aankomen en hebben al een oordeel over de man. Daar komt hij weer aan, voor de zoveelste keer. Zuchtend loopt de verpleegkundige naar de man toe. Hij geeft aan dat hij pijn heeft aan zijn voet. Zij antwoordt daarop dat het de zoveelste keer is en dat ze snel wil kijken en dat hij dan weer net zo snel weg moet gaan. Met de klemtoon op snel.

Hij loopt met haar mee en gaat op een stoel zitten. Hij doet zijn schoen uit, verwijdert de sok en houdt zijn been omhoog, zodat ze kan zien wat er aan de hand is.  Zij doet latex handschoenen aan en pakt zijn been, kijkt hooguit een minuut, laat het been weer zakken en geeft aan niets te zien en dat hij zijn sok en schoen weer aan kan doen. Het is dan de bedoeling dat terwijl de man zijn sok en schoen aantrekt, zij naar de volgende patiënt gaat. In de camera geeft ze aan dat het wel weer zal gaan onweren, als de man weigert weg te gaan, zoals elke keer weer.

De man voelt zich niet serieus genomen en gaat amok maken. Hij vindt dat er een arts naar moet kijken en begint dus te roepen. Onmiddellijk komt de verpleegkundige terug en begint tegen hem te schreeuwen dat hij op moet schieten, dat er geen dokter naar gaat kijken en dat als hij nog steeds doorgaat met aandacht vragen dat ze de bewaking gaat oppiepen.

De man schiet in de verdediging en zegt dat hij echt pijn heeft en wil dat er iemand naar kijkt. Boos en demonstratief drukt de verpleegkundige op een alarmknop die ze in haar hand houdt.

Als kijker naar het programma word je meegenomen naar de afdeling bewaking. Daar zitten twee mannen vierentwintig uur op camera's te kijken en er lopen vier man rond die oproepbaar zijn. Dat zijn geen gewone mannen, dat zijn zwaar bewapende mannen gekleed in zwarte kleding met kogelvrije vesten, wapens in de riem, aan de andere kant een stroomstootwapen. Hiermee kunnen ze een belager tijdelijk uitschakelen, omdat een dergelijke stroomstoot de spieren van jou lichaam tijdelijk verlamd. Daarnaast hebben ze oortjes in de oren en een grote walky-talky  op de borst hangen. Met een beschermende helm op het hoofd en zwaar gespierde armen van de fitness. Als ze lopen met al die toeters en bellen, lopen ze net als bavianen , borst vooruit en een arm langs het lichaam slingerend en de andere op het wapen rustend.

Er komen twee van de mannen aanlopen, terwijl de verpleegkundige nog steeds staat te schreeuwen en de man rustig op de stoel zit. Nu met die twee kerels achter haar geeft ze nogmaals aan dat hij weg moet en als hij dat niet doet deze twee heren hem wel even een handje helpen. De man komt niet in actie, vraagt alleen om een dokter. De twee bewakers pakken hem bij de armen en sleuren hem richting de uitgang. Dat begint de man wilt te bewegen. Weer gaat de alarmbel en komen er nog twee van die beveiligers aan. Met z'n vieren springen ze boven op de man. Zo blijven ze enkele minuten liggen. De man verroert zich niet meer.

Ze pakken hem op en zetten hem weer op zijn benen. Het is dus de bedoeling dat hij het ziekenhuis verlaat. Ze zetten hem met twee man buiten de schuifdeuren. Wachten nog even, kijken toe hoe de man weg schuifelt van de deuren. De mannen keren voldaan terug naar hun afdeling. Alles bij elkaar genomen zijn er vijfenveertig minuten verstreken, van toen de man kwam en weer vertrok. In die vijfenveertig minuten zijn er vijf mensen van het ziekenhuis direct betrokken bij dit incident. Wat zou dit gekost hebben? ............

Twee minuten later staat de man weer bij de SEH. De man gaat gewoon weer op dezelfde stoel zitten. De verpleegkundige zit met de handen in het haar. Hier hebben ze geen tijd voor. Er komt toevallig een bewaker langslopen. Een vrouwelijke wel te verstaan. Ze knielt neer bij de man en vraagt wat het probleem is. De man geeft aan dat zijn voet zeer doet. Ze vraagt of ze even mag kijken. Hij laat de voet zien. De vrouw vraagt een stukje verband aan de verpleegkundige. Ze doet het verband om zijn voet. Helpt hem met het aantrekken van de schoen. Reikt hem de hand, die hij gewillig vastpakt. Samen lopen ze naar de uitgang. Ze geeft als tip dat hij een paar straten verderop onderdak kan krijgen. Ze geeft hem een hand, een schouderklopje en wenst hem een goede nacht. Hij draait zich om en verdwijnt in het donker, om niet meer terug te keren die nacht. De bewaakster loopt naar haar afdeling. Al met al heeft dit ongeveer tien minuten geduurd en de man is blij vertrokken. Tien minuten met één persoon en iemand die even een stukje verband pakt.

Volgens mij is van onderen af toch goedkoper, meelevender en menswaardiger!



zondag 23 april 2017

HELP MIJN SCHEERAPPARAAT IS KAPOT

Er wordt op de deur geklopt. Ik weet al wie dat is. Hij duwt de deur open en staat op de drempel te wachten met in zijn handen zijn scheerapparaat. " Mag ik iets vragen? " zegt hij.
"Natuurlijk, wat is het probleem? "vraag ik.

"Mijn scheerapparaat is kapot, hij laat niet meer op." Hij laat me zijn apparaat zien. "Ik krijg hem niet open, want ik heb geen bitje voor de schroefkop." Hij laat zien waar die schroef zit. Dat is een inderdaad een speciale kop.

Ik geef hem het advies: " Dat wordt sparen, jongen. Dat gaat zo maar 9 tientjes kosten." Daar gaan we weer, sparen hoe vaak hebben we het daarover?  HEEEEL VAAAK. Daar heeft onze zorgvrager niet zo'n zin in. Hij wil al zoveel sparen, voor andere dingen. Dan komt dit er ook nog eens bij. Echt niet.

Hij zoekt naar een oplossing. Dat geld bespaard. "We kunnen er zelf één gaan maken. Daar heb ik een blokbatterij van 9 volt voor nodig, een motortje en een gebogen scheerplaat."  Zijn fantasie neemt weer een loopje met hem. Hij ziet het helemaal zitten.

Nico geeft aan dat Nico dat niet zou kunnen, en vraagt hem als Nico het al niet lukt om zoiets zelf te maken zou hij het dan wel kunnen?  Onze zorgvrager denkt na en zegt twijfelend " Nee als jij dat niet kan, dan kan ik het ook niet." Gelukkig dit heeft hij al geleerd. Conclusie: Dat wordt dus sparen.

"Oké dan, dan ga ik wel sparen, maar dan wil ik een hele goede die mijn leven lang meegaat. Wat denk je wat zoiets kost? € 10.00,= of misschien wel € 100.000,=? Wat denk je?"

"Tja, dan moet je wel een leven lang gaan sparen." is het antwoord. "Dat is toch niet erg? " geeft hij aan. "Een leven lang sparen en dan kan je hem kopen en vlak voor je dood gaat, kan je hem misschien nog wel één keer gebruiken, want dat is een leven lang."

"Oké dan." hij haalt zijn schouders op, draait zich om en tijdens het weglopen zegt hij: "ik ga wel weer sparen voor die tientjes."

zondag 16 april 2017

BIJ GEVAAR BEL 112

           
" Meldkamer, wat wilt u politie, brandweer of ambulance ?"

Dat is de eerste vraag als je 112 belt. Je kan dan zeggen wat je nodig hebt en zij schakelen je dan eventueel door. 

Als het om een ambulance gaat willen ze allerlei gegevens weten, over de persoon die hulp nodig heeft.  Daar is een protocol voor. In de hal ligt een doos waar alles inzit wat je nodig hebt, als één van onze zorgvragers een epilepsieaanval krijgt. Voor de andere zorgvragers is een lijst, die op kantoor hangt waar je alle gegevens kunt vinden die je op dat moment nodig hebt.

Gelukkig hebben we nog nooit een brandweer nodig gehad. Dus daar hebben we eigenlijk geen ervaring mee.

Maar de politie, daar hebben we ook ervaring mee. Er zijn soms momenten dat je de ondersteuning nodig hebt, of goed kan gebruiken. Als je door wordt verwezen, krijg je iemand aan de lijn van het dicht bijzijnde kantoor. Daar kan je uitleggen wat je nodig hebt. Daar hebben we een speciale voor onze doelgroep een agent toegewezen gekregen. Gelukkig komt dit niet vaak voor, maar toch........................ Af en toe toch wel.

Zo belden we een keer om hulp, maar ze kwamen niet. Iets wat we niet konden begrijpen. Want zeg nou zelf,  je belt niet voor de gein naar 112. Dan roei je maar met de riemen die je hebt. 

Maanden later spreken we een agent. We vertellen het voorval en spreken onze verbazing uit, dat er niemand is komen opdagen. Ook de agent vindt het merkwaardig. Want waarvoor heb je anders het nummer 112. Ook hij weet dat als we bellen het serieus genomen moet worden.

Hij neemt onze klacht op en beloofd ons er op terug te komen. Een paar dagen later worden we gebeld. Hij verklaard dat hij die oproep heeft afgeluisterd. Want alle gesprekken worden altijd opgenomen. Dus kon hij, omdat wij nog wisten op welke dag het was, ons gesprek bestuderen.

Nieuwsgierig vragen we waarom ze niet gekomen zijn. De verklaring die hij dan geeft is onvoorspelbaar. Wij waren zo kalm aan de telefoon, dat de politie zich niet kon voorstellen dat we echt een probleem hadden. Want zo verklaarde hij, mensen reageren in zulke situaties dermate gespannen dat ze niet konden geloven dat het werkelijk waar was. 

Je kunt het niet bevatten. Als begeleiding moet je vooral zorgen dat het niet uit de hand mag lopen. Je moet je hoofd koel houden en goed kunnen beredeneren wat de volgende stappen zijn bij een escalatie. Deze stappen zijn jaren geleden besproken met dezelfde politie. Waarbij we nadrukkelijk op het hart werden gedrukt de kalmte te bewaren. 

Dat deden we, maar de volgende keer kunnen we misschien maar beter gaan gillen. Dan hebben we meer kans om gehoord te worden.


woensdag 5 april 2017

ZOEK EN GIJ ZULT VINDEN

"Over zeven minuten ben ik volwassen" zegt hij. Nadat hij voor de zoveelste keer uit bed is gekomen. Hoe spannend is dat? Hij wordt 23 jaar. Omdat je vanaf die leeftijd een volwaardige uitkering krijgt ziet hij dit als de grens van volwassenheid.

Hieperdepiep hoera..........
Met een guitig snoetje luistert hij naar ons zingen, want hij is jarig. Hij is zo blij en heeft zich er echt op verheugd om jarig te worden.

Al weken ben ik bezig voor een fotoboek voor hem. Regelmatig gaven de zorgvragers aan dat ze het jammer vinden dat ze zo weinig foto's hebben van zichzelf. Dat heb ik ter harte genomen en heb dit jaar voor iedereen een eigen fotoboek gemaakt, waar zij zelf de hoofdrol in spelen. Hij verwacht ook een boek. Want laatst kwam hij bij mij op kantoor, toen ik met zijn boek bezig was. Je kon aan zijn gezicht zien dat hij dat heel leuk vond. Hij bleef maar naar mijn scherm staren.

De verrassing is dan ook niet echt groot, als hij ons cadeau uitpakt. Zoals op elke verjaardag is iedereen toch wel nieuwsgierig wat er in staat. Ik heb zeker wel 10.000 foto's gemaakt in de loop der jaren, van alle zorgvragers.  Er staat dus van alles in.

Het boek doet zijn ronde in de groep. Als zijn oom, die naast mij zit, het boek doorbladert vertel ik trots bij elke foto waar het over gaat. Het boek geeft een beeld van toen hij bij ons kwam en de jaren daarna. Opeens zegt hij iets spontaan, waar ik kippenvel van krijg, en wat mijn dag een extra dimensie heeft gegeven. Het is zeker een opsteker voor ons gehele team.

Hij zegt:

Hier heeft hij zichzelf terug gevonden............ 

en weet je??      Wij zijn er zo trost op dat we hebben mogen helpen bij het zoeken !!!!!!!!!!!!!!!


zondag 2 april 2017

ONDERNEMERSCHAP EN SPAREN GAAN HAND IN HAND

Ik ben met ondernemersbloed geboren. Als driejarige stond ik al bij mijn vader in de winkel het boter-schappen te vullen. Daar kon ik net bij, met mijn kleine beentjes. Mijn ouders leerden ons dat je moest sparen. Als meisje zijnde was dat natuurlijk voor de uitzet.

Vanaf mijn negende kreeg ik wat zakgeld als ik meehielp in de winkel, maar dat werd allemaal opzij gezet. Ik wilde ook wel eens wat kopen, dus verzon ik daar iets op. Het speelgoed waar ik niet meer mee speelde, kon ik natuurlijk verkopen.

Dus ging ik langs de deuren om het te verkopen. Met het verdiende geld ging ik dan iets nieuws kopen. Zoals een springtouw van zes meter. Die had niemand en daarmee stal ik de show.
De handel ging goed en na een tijd had ik zo mijn eigen adressen, die altijd in waren voor het kopen van mij waar.

Maar mijn ouders bleven consequent, het geld wat ik verdiende in de winkels, dat spaarde mijn moeder netjes voor me op een bankrekening. Ik was er wel eens op tegen en probeerde wat geld los te peuteren, maar niets hielp. Toen ik ging trouwen, toen was ik hen dankbaar. Want daarvoor was nu voldoende geld en zelfs voor de inrichting van een huis.

Toch heb ik daar iets van geleerd. Eerst sparen en dan kan je iets uitgeven. Lenen was iets dat hoorde bij je studietijd en het kopen van een woning. Meer schulden mocht je niet maken.

Onze zorgvragers hebben een hele andere kijk op het geld. En de waarde ervan, is moeilijk door hen te beoordelen. Toch doe ik mijn best om hen iets mee te geven van mijn opvoeding.  Eén zorgvrager komt altijd met de vraag: Wat zal ik doen iets kopen of nog langer sparen?

Een moeilijke vraag voor hem, want de waarde van geld zegt hem niets. Eén euro kan net zoveel zijn dan tienduizend euro. Maar hij was flink aan het sparen. Hij wilde graag een nieuwe fiets op accu natuurlijk. Op een dag komt hij weer naar me toe."Wat vind jij slimmer, zal ik door sparen voor mijn autorijbewijs of zal ik die fiets maar kopen?" Ik krijg niet de kans om te antwoorden want hij gaat verder : " Een fiets kan ik nog niet kopen, want ik heb nog niet genoeg, ik moet dus nog even door sparen" 

Hij wijst naar me met een vingertje en zegt: "Eerst sparen en dan kopen, want je mag geen schulden maken. Dat zeg jij altijd"

Ik heb daar niets aan toe te voegen! De tijd is voorbij dat je langs de deuren kunt gaan om je speelgoed te verkopen.

woensdag 15 februari 2017

MANNEN KOMEN VAN MARS VROUWEN VAN VENUS

"Wanneer neem je nou eens een mannelijke begeleider aan?" vraagt hij voor de zoveelste keer.
"Die zijn moeilijk te vinden, dat weet je toch? " is standaard mijn antwoord.

Toen hij bij ons kwam, moesten we in één keer de begeleiding verdubbelen. Want hij had één op één begeleiding nodig en we hadden er maar één op de groep staan. Nou is het onmogelijk om in eens het team te verdubbelen. Ook is het niet altijd makkelijk om de juiste personen te vinden. Dat betekent dat er wisselingen plaats vinden.

En wisselingen is nou net iets waar hij moeilijk tegen kan. In de eerste maanden was het zelfs zo, als er een bezoeker kwam, dook hij onder de grootste tafel op de dagbesteding en kwam er de eerste uren niet meer onder vandaan.

Wisselingen betekent voor hem dat hij afscheid moet nemen van de één en weer moet wennen aan een ander. Dat is heel moeilijk, voor de hele groep trouwens. De nieuwelingen hebben het de eerste maanden best moeilijk. Ook al doe je je best, je wordt behoorlijk getest en bent regelmatig de slechtste begeleider, volgens hem, die ik heb kunnen vinden. Het voorstellen en inwerken van een nieuwe begeleider wordt dan ook met behulp van een stappenplan doorgevoerd.

En de bewoners, die testen. Want door de begeleiding te testen, kijken ze of de begeleider er werkelijk voor hen is. Of jij de veiligheid en bescherming kunt bieden, die ze nodig hebben. Een fles ammoniak aan je mond zetten is geen zelfmoordpoging, maar is om te kijken of de begeleiding hen tegenhoud om te drinken. Dan pas ben je te vertrouwen.

Naar mate hij langer bij ons verbleef, begon hij er aan te wennen, dat er ook bezoekers komen die niet voor hem kwamen. Maar al snel kreeg hij in de gaten dat er weer een sollicitatieronde aan de gang was.

Iedere keer vroeg hij of ik mannelijke begeleiders wilde zoeken voor hem. Hij ging zelfs helpen zoeken. Weken is hij dan bezig om begeleiders van de vorige instelling te zoeken op internet. Want hij weet er wel een paar. We hoeven ze alleen maar te zoeken en dan kan ik ze direct aannemen.

Voor hem lijkt het heel simpel. Maar het zoeken alleen al was een ware tocht op internet. Hij bedacht van alles om op te zoeken. Hij kwam er achter dat je namen ook verschillend kunt schrijven, dus werd de zoektocht alleen maar gecompliceerder. Ze waren niet te vinden.

Toen vond ik er één. Een mannelijke begeleider. Normaal laat ik de nieuwe begeleiders eerst de werkplek zien, zonder de bewoners erbij. Want dan kom je als nieuweling niet meteen in hun beschermde omgeving. Nadat de begeleiding en de bewoners aan elkaar hebben kunnen wennen op de dagbesteding, komt de volgende stap in de woning.

Maar deze keer had ik wat minder mogelijkheden en de begeleider wilde toch de woning zien. Het was vakantie en dan zijn de bewoners de gehele dag in huis. Onze zorgvrager was bij de rondleiding op zijn kamer bezig. Hij zou onder de douche gaan. Dus gingen we snel naar boven, om hem toch nog even te kunnen voorstellen aan de nieuwe begeleider.

Wat was hij blij. Eindelijk een man. Hij zag het meteen zitten en was wonderbaarlijk open en vriendelijk. Gaf zelfs meteen een hand.

Nadenkend waarom hij zo gefixeerd is op een  mannelijke begeleider, moest ik denken aan een boek die ik heb gelezen. Mannen komen van Mars Vrouwen van Venus. Hierin worden mannen en vrouwen met elkaar vergeleken. De conclusie is dat mannen anders handelen dan vrouwen.

Wat heeft onze zorgvrager er nu aan? Wel in dat boek wordt aangegeven dat vrouwen praten over problemen om te praten en mannen oplossingsgericht zijn en de problemen onmiddellijk willen oplossen.

Daar zit het geheim van zijn wens. Hij is nogal technisch ingesteld, en kan vele problemen hebben. Een mannelijke begeleider gaat net als hij op zoek naar een oplossing. Een vrouwelijke begeleider doet dit minder, zeggen ook vaak dat ze niet technisch zijn. Mannen kunnen hem helpen bij programmeren, computers uitleggen, een racebaan maken en zijn in zijn ogen zijn alleen mannen heel technisch.

Daarmee zullen we het, als vrouwelijke begeleiders, moeten doen.............




zondag 12 februari 2017

MUGGENWETENSCHAP

Als er iets is waar hij niet tegen kan zijn het muggen of vliegen op zijn kamer. Maar ook mieren, zilvervisjes en vlooien. Hij ziet van alles, ook al zien wij het niet.

Er zijn tijden dat hij met een vliegenmepper door het huis loopt om alles te vermoorden. Als hij er eentje heeft dan slaat hij het letterlijk tot moes. Zo weet hij zeker dat ze niet meer weg kunnen vliegen.

In de zomer kan hij er uren mee bezig zijn, want dan zijn er ook veel. Ook weet hij dat in de winter als het echt vriest, er minder eitjes uitkomen in het voorjaar. Dus laat maar komen die vorst.

De nachtelijke activiteiten zijn iets minder. Ook dan kan hij er een hele tijd mee bezig zijn, om ze te pletten. Iets wat voor de anderen, die lekker liggen te slapen, niet zo prettig is. Want hij slaat ze zowat door de muur of grond heen.

Soms dan komt de begeleiding helpen. En heel soms dan klap je in je handen, of je slaat op de muur en roept dan: "Ik heb hem." Als dan de vraag komt : "Meen je dat nou?" dan is de kans groot dat hij weer rustig gaat slapen.

Laats had ik slaapdienst en moest hiervoor naar boven. Ik sloeg op de muur en zei dat ik hem had. Maar het ging iets te snel, dus hij geloofde me niet. ( terecht :) ) "Waar is hij gebleven dan?"  vroeg hij. Tja, even denken wat ik kan verzinnen..................., maar hij keek met zijn neus op de grond en laat er daar nou net ééntje liggen. "O, ik zie hem al" roept hij blij en ik kan weer naar beneden.

Als één van de begeleiding bij hem aan het eten is en hij heeft last van een bromvlieg, pakt ze snel de mepper. Anders komt hij voorlopig niet aan het eten. Ze geeft de vlieg een flinke mep en hij valt dood op de grond. Hij loopt van tafel en gaat er gehurkt bij zitten. "Nou meppen maar." roept hij.
" Maar hij is toch al dood, en beweegt niet meer ?" zegt de begeleider.

Hij kijkt naar de vlieg, die volgens zijn normen nog niet geplet is. : "Nee hoor." zegt hij  " Weet je dan niet dat een vlieg ook zijn adem in kan houden?"........................

woensdag 8 februari 2017

4 STUKJES WC PAPIER, VOOR EEN AUTIST

2 x 4 stukjes wc papier kreeg hij mee, op zijn kamer in de vorige instelling. Wc-papier en een po. Dan ging de deur op slot en kon hij er niet meer uit. Het was dan de bedoeling dat hij ging slapen.

Een kamer met een bed vast aan de muur. Een kast, ook vast aan de muur. Een tv achter pvc beschermd tegen vernieling. Evenals de camera, die in de nacht over hem moest waken.

Dat was het, met een po en 2 x 4 velletjes wc-papier. Als hij dan in de nacht naar de wc moest, kon dat op de po.

De eerste nachten bij ons in huis merkten we dat hij in paniek raakte als de deur dicht ging. Hij dacht dan dat we hem gingen opsluiten. Dit was niet het geval, maar de angst zat diep. Wij hadden ook geen po, maar gewoon op de gang een toilet. Daar kon hij in de nacht gewoon naar toe.

Maar de 4 velletjes, die bleven. Dat was er zo ingesleten, dat we hierin mee zijn gegaan. Hij had veel begeleiding nodig bij de toiletgang. Dus pakten we alvast 4 velletjes voor hem.

Maar dan kwam het, want die velletjes moesten zo gevouwen worden dat de "ruwe" kant naar binnen gevouwen zitten. Nu zie ik geen ruwe kant, maar hij bedoelde dat de kant waar de afdruk van afbeeldingen omhoog geperst zijn. Ja je moet goed kijken, om welke kant het gaat. Want anders kreeg hij "geschuurde" billen.

Dus elke keer, weer goed kijken. Want anders moest het overnieuw en dat kostte weer tijd. En bij elke nieuwe begeleider moest dit worden uitgelegd en voorgedaan.
Maar na een tijdje, weet je als begeleider hoe het moet.

Dan zit ik thuis op de toilet. Gedachteloos scheur ik 4 velletjes af en begin alvast te vouwen. Ik ben me ineens bewust wat ik doe. Volgens mij ben ik geen autist, maar op een of andere manier neem je die gewoonte over. Ik kan me niet eens herinneren hoeveel ik anders pakte. Vreemd is dat. Deze handeling doe ik dus al mijn hele leven lang, zonder er bij na te denken en nu weet ik niet eens hoeveel velletjes ik altijd pakte.

Ik raak het niet kwijt. Als ik weer op de toilet zit, pak ik bewust 3 of 5 velletjes. Want ik ben toch niet autistisch?? Ik doe mijn best om het niet te zijn. Wat een rare gewoontes houden wij er op na.

Maar onze autist, pakt nog steeds 4 velletjes. Soms heeft hij de angst dat er niet genoeg velletjes zijn voor de nacht. Dus zijn oplossing was, ik leg alvast wat stapeltjes klaar. Dit werd ook een gewoonte. Al snel waren een paar stapeltjes niet genoeg Na een uur op de wc te hebben vertoefd, met de deur op slot, kwam hij naar buiten.

Zo we kunnen een paar weken vooruit..............................

zondag 18 december 2016

VRIENDIN VERSUS GELD

"Weet je, ik zou zo graag een vriendin willen hebben." hij kijkt me met grote ogen aan en gaat verder; "snap dat dan toch."

Ik begrijp het, want ieder mens is op zoek naar geluk, genegenheid, liefde en vriendschap. Natuurlijk geldt dat ook voor bijzondere mensen. Ik heb al veel vaker deze vraag gehoord. De wens is duidelijk, maar de uitwerking is lastiger. Dan wordt het ineens een ethische kwestie.

Bij hem hebben we de oplossing gevonden in het feit dat hij nog niet alles kan om zelfstandig te kunnen wonen. De vriendin vindt het vast niet fijn om elke keer je billen te poetsen.  Enerzijds motiveert het hem om het zelf te kunnen doen, anderzijds realiseert hij zich dat dat nog heel lang kan duren. Maar het verlangen blijft.

Tijdens een gesprek met Nico ging het erover dat hij om zijn best te doen, vroeg wilde opstaan. Als bewijs dat hij dan op tijd op de dagbesteding kon komen. Hij gaf aan dat Nico in het verleden wel vaak om 5 uur opstond om naar zijn werk te gaan. Nico gaf aan dat dat al heel wat jaren geleden was. Nog voor hij mij kende.

Een paar dagen later..
Na er over nagedacht te hebben, had de zorgvrager een bijzondere link gelegd. Naar je werk ga je om geld te verdienen. Naar je vriendin ga je omdat je van haar houdt. Dus moet er gekozen worden tussen geld verdienen of een vriendin.

Met deze wijsheid kwam hij bij mij. Ging voor me staan en vroeg of ik hem wilde helpen.
"Waarmee dan?"vroeg ik
"Wat zou jij kiezen het meisje of geld?" hij keek me aan en ik zat me af te vragen waar hij dit nou weer vandaan haalde.
"Dat is best moeilijk om te kiezen" gaf hij aan. Want ja hij wilde graag veel geld hebben en ook wilde hij graag een vriendin.
"Snap mij nou eens."  herhaalde hij weer.
"Weet je"  zei ik  "Je kan ook heel slim zijn en dan kies je voor een vriendin met heel veel geld."
Hier moest hij over nadenken. Want je zag hem de informatie verwerken.
Toen begon hij te lachen. Het kwartje was gevallen. Dat was de goede oplossing, als je een leuk meisje tegen komt dan vraag je gewoon even of ze een spaarrekening heeft waar veel geld opstaat.

woensdag 26 oktober 2016

DE BOSGROEP GAAT AUTO RIJDEN

Regelmatig kwamen ze langs. De bosgroep. Om afvalhout te halen. Met een busje waarin een aantal zorgvragers zaten en een aanhanger. Allemaal haalden ze één plank uit de afvalcontainer en liepen ermee naar de aanhanger. Bij de container stond een begeleider die hielp met het uitzoeken van de planken en bij de aanhanger stond er een om ze te helpen met laden.

Eén van de zorgvragers had geen tijd om te helpen sjouwen. Zodra ze aankwamen en mochten uitstappen dan liep hij naar mijn auto om die te bewonderen. Elke keer weer kwam hij naar mijn kantoor, klopte netjes aan en vroeg of hij even in mijn auto mocht rijden.

Aangezien deze jongen moeilijk gedrag had en enorm kon gaan staan schreeuwen zodra hij angstig werd, durfde ik hem niet in mijn auto te zetten.

Maar de aanhouder wint. Na de zoveelste keer dat hij vroeg dacht ik: Ach het kan geen kwaad, we gaan gewoon op het industrieterrein een blokje om. Wat kan er nou mis gaan?

Hij klopte weer aan de deur. "Binnen" riep ik. "Daar ben ik weer, en mag ik nu wel van jou in de auto????" vragend keek hij me aan.

Ik pakte de autosleutels. Spontaan deed hij een dansje en klapte in zijn handen.

 EINDELIJK  EINDELIJK EINDELIJK................

Hij liep achter me aan. Ik deed de deur voor hem open en voorzichtig ging hij zitten. Hij streelde over het dashboard. Hij glunderde, want nu zat hij er echt in.

Hij voelde aan de stoel, keek in de spiegel, probeerde een raampje te openen. Er ging een wereld voor hem open. "Nou, zullen we maar gaan rijden?" vroeg ik . Hij klapte weer in zijn handen. Zijn dag kon niet meer kapot.

Ik stapte in en startte de motor. Hij gierde van plezier. Hij streelde weer de stoel en het dashboard.
"Wat mooi, wat mooi" riep hij steeds. Hup daar ging het raam weer open. Knopjes zijn interessant, hij drukte op de verwarming en draaide de muziek heel hard. Geweldig.

Ik reed ondertussen de hoek om en gaf iets meer gas. Ondertussen hield ik hem in de gaten. Want alle knopjes waren wel erg leuk om aan te raken.

Zomaar uit het niets pakte hij mijn stuur beet en gaf een ruk. Ik schrok me wilt. Kon nog net de auto op de weg houden en gaf aan dat het beter was dat hij daar niet aan kwam. Hij deed nog een poging om het stuur beet te pakken. Dus ging ik boven op de rem staan en bracht de auto tot stilstand. Dat hielp, want hij schrok.

" Nu is het de bedoeling dat je niet meer aan het stuur komt" sprak ik streng. Hij keek me met guitige ogen aan. "Oke "

We reden de laatste hoek om en ik wilde gaan parkeren. "Ik rem wel even voor jou" zei hij en voor dat ik kon reageren trok hij de handrem omhoog.

Ik was blij dat we er weer waren. Had mijn lesje wel geleerd. Zijn dag kon niet meer stuk.

Toen hij een aantal weken weer klopte en vroeg "zullen we nog een keer?" Heb ik beleefd bedankt.

maandag 25 juli 2016

DE BOSGROEP MOET PLASSEN

De bosgroep is een groep van een instelling bij ons in de buurt. Ze komen regelmatig bij ons op de dagbesteding om afval hout te halen. Een busje met een stuk of 5 jongens en twee begeleiders. Samen met de begeleiders mogen ze stukken hout in de aanhanger of busje gooien. Erg gezellig als die langs komen.

Nu komt het wel eens voor dat één van die jongens naar de wc moet. Normaliter geen probleem, Immers we hebben toiletten in het gebouw. Maar meestal zijn de jongens in het bos bezig. Op plekken waar even geen toilet aanwezig is. Dus wat doe je dan? Je plast even tegen een boom aan.

Ons gebouw staat aan de rand van het mooie natuurgebied de Maasduinen. Het is zelfs een beschermd natuurgebied. Dus vanuit mijn kantoor kan ik wegdromen, de hei opkijkend.
Eén van de jongens had bedacht dat hij niet naar de wc wilde gaan, maar gewoon tegen een boom aan wilde plassen.

Bomen genoeg op de hei. Dus hij loopt de hei op. Het eerste boompje, cq bosje stond vrij dicht aan de rand van de straat. Hij bestudeert aandachtig de afstand van gebouw en plasplaats. Hij roept: "Jullie kunnen mij zo zien, ik ga iets verder op staan." De groepsleider zwaait en de jongen loopt verder de hei op.

Weer komt hij bij een boompje en bestudeert weer de afstand tot ons gebouw. Helaas niet goed bevonden en hij roept: "Ik ga nog een stukje verder, hoor, want jullie mogen niets zien." De groepsleider zwaait weer, Inmiddels komt iedereen erbij staan uit nieuwsgierigheid wat er allemaal gebeurd.

Nog een eindje verderop vindt hij een goede boom. Hij doet zijn broek naar beneden en begint te plassen.  Als hij klaar is, is hij zo trots dat hij dit gedaan heeft dat hij vergeet zijn broek op te hijsen. In vol ornaat draait hij zich om en begint met beide handen te zwaaien en roept: 'Ik ben klaar hoor, zal ik nu maar terugkomen?" Wel handig als je even je broek optrekt, zullen we maar zeggen......