maandag 8 februari 2016

ZIEKENHUISOPNAME ONDERZOEK EPILEPSIE DEEL 1

Hij komt grommend onze woning binnen met de handen op zijn oren. Het lawaai van de carnaval die is losgebarsten in ons dorp stoort hem. Dat komt natuurlijk omdat hij nerveus is, want we vertrekken zo naar het ziekenhuis. Een opname van 5 dagen om te onderzoeken in welk deel van de hersenen de epilepsie actief is. Het is een spannend onderzoek, want er worden aanvallen opgewekt. Een dergelijke aanval kan dodelijk zijn. Dus dit is geen ontspannen onderzoek, die je even tussen neus en lippen doet. Dat besef is duidelijk aanwezig.

Daarnaast kunnen we niet voorspellen wat er gaat gebeuren. We kunnen alleen handelen op het moment die steeds gaat komen. Allereerst moeten we vertrekken.
De auto wordt ingepakt met spullen voor 5 dagen. Want ja je kunt niet gewoon even gaan. Met hem heb je andere spelregels. Om het soepel te laten verlopen, proberen we de thuissituatie zo nauwkeurig mogelijk na te bootsen. Dus alles gaat mee, van bord, glas tot eten toe.
Na een lang afscheid, vertrekken we. Met de handen op zijn oren, want het carnaval druist gewoon door alsof er niets aan de hand is.

Als we de laatste rotonde hebben gehad en het dorp achter ons laten, zakken zijn armen naar beneden. Door zijn spanningen praat hij tig keer zo moeilijk en komt alles er stotterend en stotend uit. Wat hem weer doet ervaren, wat de aanvallen kunnen bewerkstelligen. Zijn spanning loopt zo hoog op dat hij begint te schelden en vloeken. Hele stukken van Hans Teeuwen zegt hij op uit zijn hoofd. Hier niet voor herhaling vatbaar. Maar na een kwartier, zakt de angst en begint hij rustiger te worden.

Afleiding is het beste, dus probeer ik hem met allerlei vragen aan het woord te houden. Dan ineens zakt hij weg en houdt zijn handen voor zijn ogen. "Waarom hebben al die auto's lampen aan en zie je wel hoe fel die zijn." hij begint te grommen. Ik realiseer me dat hij waarschijnlijk nog nooit in het donker heeft gereden, zittend naast de bestuurder. En inmiddels begint het al aardig donker te worden. Ik leg hem uit dat dat verplicht is, omdat we anders elkaar niet goed kunnen zien. Hij vindt het maar moeilijk, want hij heeft de neiging om steeds in de koplampen te kijken. Hier kunnen we ons een tijdje mee bezig houden. Al aaiend over mijn bolletje en arm, komen we een uur later toch enigszins ontspannend aan.

Als eerste zoeken we de toilet. Want dat is een onderdeel van de spanning en heeft een vluchtgedrag als uitwerking. Zo kan hij even acclimatiseren, zonder dat ze hem zitten aan te kijken. Na een half uur blijkt dat de andere mensen al zijn weggebracht en moeten we zeker een uur wachten in de "woonkamer", tot ze ons komen halen en naar de kamer brengen.

Overal hangen camera's. Vanuit alle hoeken worden we steeds in de gaten gehouden. Dat is een vreemd gevoel.  Op de kamer hebben we een intake gesprek, waarbij maar weer eens duidelijk wordt hoe moeilijk het is om onderlinge afdelingen te laten samenwerken. De voorbereidende werkzaamheden van drie weken geleden, zijn dus voor niets geweest. Want hier zijn ze dus niet op de hoogte wat er toen allemaal is besproken.

De verpleegkundige doet haar verhaal, steeds onderbroken door hem omdat hij ook wat wil zeggen. Na een tijdje wordt ze ongeduldig en geeft aan dat zijn mama even naar haar moet luisteren. "Dat is mijn mama niet" wijst hij met een vingertje omhoog. Ik leg uit dat ik de begeleiding ben. "Maar ze is wel bijna mijn mama, hoor"geeft hij weer aan:"En haar vriendje is bijna mijn papa."
De verpleegkundige raakt ontroerd. Dit maakt ze kennelijk niet vaak mee.

We installeren ons, pakken de spullen uit en gaan naar bed. "Als ik nu een aanval krijg, dan kan ik niet praten" zegt hij: "Hoe weet jij dan dat ik een aanval heb?" "Ik hoor je toch wel, wees maar niet bang hoor. Dat gaat helemaal goed komen" "Maar....."zegt hij,: Als ik nou vannacht naar de wc moet help je me dan?" "Tuurlijk"antwoord ik. "Maar wordt je dan niet boos of sjaggie, dat ik je wakker maak?"
"Nee hoor" "Beloof je dat????" "Dat beloof ik" "Oké dan, welterusten, slaap lekker en droom maar over fijne dingen"zegt hij en draait zich in zijn slaaphouding...................

donderdag 4 februari 2016

OP TIJD KOMEN OP JE "WERK" DEEL 2

Hij is autistisch en een verzamelaar. Als een ras autist maakt hij lijstjes van zijn verzamelingen. Zo verzamelt hij dvd's. Van speelfilms, het liefst over de CIA of politie. Of leuke tekenfilm. Hij heeft er een heleboel. Wel 900 stuks. Naast deze verzameling, verzamelt hij handtekeningen, boekjes, computerspelletjes en bijvoorbeeld Sms'jes

Van elke verzameling houdt hij dus lijstjes bij. Eerst op papier en daarna schrijft hij ze over op zijn laptop. In een systeem, waar hij alleen bij kan. Want een echte autist is een kei in het verzinnen van wachtwoorden.  Wachtwoorden die niemand kan bedenken en al zeker niet kan onthouden.
Alle lijstjes bewaakt hij met zijn leven en minimaal eens per jaar gaat hij controleren of alles nog wel klopt. Dan worden de dvd's geteld en wordt het vergeleken met zijn lijst in de computer. Hopende dat alles klopt, want anders moet hij weer opnieuw beginnen. Dat komt nog wel eens voor.

Een andere verzameling zijn foto's. Foto's van vrouwen die belangrijk zijn in zijn leven. Foto's waar hij 's nachts naar kan kijken. Die bieden dan veiligheid, want daar verlangt hij heel erg naar.
Logisch als je een leven achter de rug hebt van opgejaagd te worden. Altijd maar die angst dat ze je komen halen. Dus veiligheid staat voorop in het welzijn van zijn leven. En foto's bieden veiligheid. Want op die foto's staan mensen die hij graag mag, en die er steeds hetzelfde er uitzien. Want ja als je ineens je haar gaat kleuren in een andere kleur, is de veiligheid plots verdwenen. En een foto verandert niet. Daar ben je steeds dezelfde persoon, met dezelfde uitstraling.

Er zijn al een heleboel op de foto gekomen. Maar de meeste foto's verzamelt hij van mij. Logisch, want ik ben de eerste vrouw na zijn moeder die zich om hem bekommert. Toen de mobiele telefoons werden uitgerust met een mogelijkheid om foto's te kunnen maken, was hij er als eerste bij. Daarvoor moest hij altijd vragen of ik een foto wilde maken van hem en iemand die hij graag verzamelde. Nu kon hij ongestoord fotograferen. Alleen ik vond het benauwend. Steeds maar weer die camera, poseren en klikken. Gelukkig vroeg hij wel steeds netjes of het was toegestaan. Maar hij kreeg de smaak te pakken. Er ging geen dag voorbij of er werden foto's van mij gemaakt. En elke week liet hij zien hoeveel het er nu al waren.

Ik was op zoek naar rust. Hoe kun je dat nou voor elkaar krijgen. Gecombineerd met het probleem dat hij maar niet op tijd kon komen, kwam ik tot de volgende oplossing.
Hij kreeg een boekje met een kalender. Elke dag dat hij op tijd op de dagbesteding komt, krijgt hij van mij een handtekening. Elke handtekening staat voor één foto. Zo kan hij foto's verzamelen, zonder dat ik elke dag op de foto moet. De afspraak is dan dat hij als we een uitje hebben zoveel foto's mag maken als er handtekeningen zijn.

Je wilt het misschien niet weten, maar dat werkt joh. Hij is laaiend gemotiveerd om op tijd te komen. Toen ontstond er een probleem. Ik had namelijk dagen erbij dat ik niet aanwezig ben op kantoor als het 10.00 uur is. Daar hebben we het volgende op gevonden. Op mijn kantoor hangt een radiografische klok. Die geeft de juiste tijd aan, met de juiste datum en dag. Dus als ik er niet ben, dan maakt hij een foto van de klok en appt me die in de loop van de dag, zodat ik vast kan stellen dat hij echt op tijd is.

een win - win situatie. Ik kom niet elke dag op de foto en hij komt voortaan op tijd op de dagbesteding. Een geweldige oplossing, die volgens mij geen ander heeft.

zaterdag 30 januari 2016

ONZE DORA

Vandaag zou ze jarig zijn geweest, onze Dora. Grote vriendin van onze zorgvragers en altijd van de partij als er een feestje was. Het zijn nu de herinneringen die levendig blijven.

We lopen het restaurant binnen. Een klein pittoresk pandje, beetje afgelegen en een paar dorpen verder op. Even uit de sleur en even samen genieten. Terwijl we onze jassen ophangen zie ik haar zitten. Onze Dora. Dat was een keer te verwachten, immers woont ze in de instelling die op loop afstand gelegen is. En af en toe mag ze met haar rollator en een envelop met gepast geld daar een frikandelletje eten met een glaasje drinken. Je ziet haar genieten.

We zoeken een plaatsje uit, een aantal tafeltjes verder op. Zoeken geen contact, maar geven haar ook de rust.. Terwijl we daar onze maaltijd nuttigen, heeft ze ineens door dat wij daar zitten.
"Hé Alida" roept ze keihard door de ruimte. "jij ook hier?" Ik knik en zie dat er mensen om zich heen beginnen te kijken. Dora mompelt wat in zich zelf en vervolgt haar gesprek:"Wanneer ben ik jarig?" vraagt ze mij. Nu wil het geval dat zij één dag later is als haar vriendin in onze zorgwoning. Dus ik antwoord haar dat dat op 30 januari is. Het blijft even stil. Dan roept ze:"en wanneer is mijn vriendin dan jarig?" De dag ervoor geef ik als antwoord.

Inmiddels begint het voor de mensen om ons heen komisch te worden. Ze kunnen er in ieder geval om lachen. Dora vertrekt geen spier en heeft het volgens mij helemaal niet door. Ze is helemaal op mij gericht. "En mag ik ook op haar feestje komen?"vraagt ze. Ik knik ja. "Wanneer is dat dan?" wil ze weten. "Dat duurt nog zeven maanden, Dora" geef ik als antwoord. "Dat is nog heel lang hé?"zegt ze. Ik knik, want tijd is bij deze mensen relatief.

Dora is helemaal gelukkig. Ze blijft nog even mompelend bezig. En vervolgens wil ze gaan. Maar een jas aan doen en ook de rollator vasthouden is een beetje moeilijk. Vreemd genoeg zit iedereen naar haar te kijken, maar niemand steekt een hand uit. Zelfs de bediening niet. Dus ik sta rustig op. Help haar in de jas. Geef haar een knuffel en doe de deur open. Dag Dora, tot de volgende keer.

Maar ja die is er niet meer. Gisteren was haar vriendin jarig en vandaag gaat ze een kaarsje aansteken voor onze Dora. Want vandaag zou ze jarig zijn geweest.

vrijdag 29 januari 2016

BIJ BETALEN BIJ DE APOTHEKER 0,21 EUROCENT

Het is de bedoeling dat het efficiënter wordt. Medicijnen trekken uit de muur. Voordeel je hoeft niet meer naar binnen bij de apotheker. Je hoeft geen nummertje meer te trekken. Je hoeft niet meer lang te wachten, voor je aan de beurt bent. Om vervolgens weer te wachten tot ze het bij elkaar gezocht hebben. 

Nee, tegenwoordig trekken we heel modern de medicatie uit de muur. Even een code intoetsen en hopla, je hebt je medicatie. En je stapt weer in de auto.

Ik was erg vroeg om ze te halen. De apotheker was nog niet eens open. Maar dat maakt nu niets meer uit toch? Ik pak mijn zakje en zie dat er een factuur in zit. Een factuur??? Wat nou weer.

Ik zit achter mijn bureau, en maak het zakje open. Een factuur van, schrik niet, 0,21 eurocent. Ik probeer er achter te komen waar dat voor is. Maar er staan verschillende afkortingen met uitleg, maar deze kan ik niet herleiden. Ik besluit om te gaan bellen. Want dit mag vet geld gaan kosten en ze zullen weten dat ze dit willen ontvangen.

Ik bel en vraag om verduidelijking. Ik merk aan de stem dat ik niet de eerste ben. Ze probeert zo rustig mogelijk uit te leggen dat dit weer de nieuwste incassering is.  GVS betekent geleverde vergoeding systeem. Zo verteld ze, nadat ik 3x heb gevraagd of ze het wil herhalen, omdat ik het niet versta. Ze zegt er ook snel bij dat dit waarschijnlijk snel weer zal worden afgeschaft. 

Ik vat samen, dat ik dus nu voor deze factuur die volgens mij veel meer kost dan 21 cent , moet gaan betalen. Dat we inmiddels al zeker vijf minuten samen aan de telefoon zitten en dat ik dan nog niet alles heb opgesomd. Ze raakt geïrriteerd, betaald nou maar gewoon via de bank, dan zijn we er van af. Via de bank?? dat kost mij dus nog eens overschrijf kosten.  Waar zijn we nu mee bezig????
Ik kom ze wel brengen. We verbreken de verbinding.

Ik bedenk me dat in onze zorgwoning er meerderen zijn met deze medicatie, die dus allemaal 21 cent moet gaan betalen. Maar die mensen zitten onder bewind, dus krijgt de bewindvoerder vier facturen van elk 21 eurocent en die moet zij dan via de bank gaan overmaken. Hoe inefficiënt kan je zijn???
Zij krijgt weinig geld voor haar werk, en de zorgvragers hebben ook niet veel. Hoezo we moeten bezuinigen in de zorg??????

Dus ik ga voor die 21 cent weer terug naar de apotheker, ik ga naar binnen, ik trek weer een nummertje en ga op mijn beurt staan te wachten. Als ik aan de beurt ben geef ik haar twee muntjes van 10 en ééntje van 1 cent." Ik kom even een factuur betalen," geeft ik aan. Ze pakt de factuur, schuift me de cent terug want die hoef ik niet te betalen. Ze loopt naar een andere balie en moet op beide facturen een stempel zetten, een handtekening en dat er betaald is. Dan krijg ik mijn factuur terug en mag weer vertrekken.  

HOEZO EFFICIËNTER?????????????????

Ik moet voortaan dus twee keer naar de apotheker, en elke maand 21 eurocent betalen.

donderdag 21 januari 2016

OP TIJD KOMEN OP JE "WERK"

Het "werken"was wel leuk, maar zo vroeg opstaan was toch lastig. Samen met zijn vader had hij bedacht dat ze daar wel eens veranderingen in konden brengen. Ze wisten dat we bij het niet opkomen dagen, een kijkje gingen nemen bij de persoon thuis.

Hierop hadden ze het volgende bedacht. Hij zou op zijn oude vertrouwde manier op de uitkijk gaan zitten en hij zou pa wel even waarschuwen als we in aantocht kwamen. En dan hielden ze zich heel stil, zodat we zouden denken dat ze niet thuis waren.

Dus wij kwamen er aan. Klapperden met de brievenbus en luisterden aan de deur met de oren of er iets hoorbaar was. Nee, dus. Dus gingen we weer. Zij met een overwinningsgevoel, en denkende dat we wel op zouden geven. Maar helaas voor hen, kwamen we een uurtje later weer terug. En wat wil??
Ze stonden met z'n drieën net buiten om boodschappen te gaan doen. Dus ze konden niet zo snel in huis komen. We wisten van de hulpverlening dat ze er dan vandoor zouden gaan. Dat was ook het geval, en ze vluchten met z'n drieën een steegje in. Wij er achter aan. Maar opgesplitst. De een vanuit hun gezien achter hen aan en de ander naar de andere uitgang van de steeg.
Tja, das was even pech, want we hadden ze, ze konden geen kant op. Dus kozen ze er maar voor om met ons mee naar binnen te gaan en hadden we een gesprek over op tijd komen op je werk!

Een paar weken later hadden ze weer wat nieuws bedacht. Ze kwamen steeds een paar minuten later. Kennelijk waren ze ons aan het uit proberen. Wanneer zouden we aan de bel trekken?
Na een aantal dagen, steeds later komend, besloot ik dat ik de volgende dag gewoon vroeg bij hun aan de deur te gaan staan.
Ik rammelde met de brievenbus, hoorde wat gestommel, want ze hadden me niet zien aankomen. Ook wij hadden bedacht, dat het zo werkte en er waren meer wegen naar hun huis.
Maar ze deden niet open.

Ik reed naar de fabriek, niet wetende dat ik nu geschiedenis ging schrijven. Want dit verhaal komt nog jaarlijks boven borrelen. Nu wel met humor, maar toen was het spannend voor ze.
Ik liep de hal in, om te kijken of ik iets kon vinden, waarmee ik de deur open kon krijgen, of in ieder geval meer lawaai kon maken dan de brievenbus.
Het eerste wat ik tegen kwam was een beitel. Ik bedacht me geen moment, greep het ding en scheurde weer weg. Het personeel maakte zich zorgen wat ik ging doen. Want dit hadden ze nog niet meegemaakt.

Ik kwam weer bij de voordeur en rammelde weer met de brievenbus. Ze moesten toch nog één kans krijgen. Maar alles wat er gebeurde er kwam niemand naar beneden om de deur te openen.
Ik begon met de achterkant van de beitel op het raam te slaan. Eerst zachtjes en toen steeds harder. Opeen had ik een rond gat in het glas geslagen. Dat hielp. Pa kwam gelijk naar beneden en deed de deur open. Ik mocht naar binnen. Om mijn daad kracht bij te zetten, sloeg ik de deur dicht. Wat ik niet had zien aankomen dat door het gat de spanning van het glas was veranderd. Met een smak werd het glas in de deur op straat gelanceerd. In duizend stukjes.

Boven gekomen, gaf ik aan dat ze nog een kans kregen om te laten zien dat ze wel willend waren. En dat ik ze anders niet meer kon helpen.Ik wilde dat ze binnen een uur in werkkleding op de fabriek kwamen. En ze moesten zich aan de afspraken houden. Ik heb me omgedraaid en ben zonder nog iets te zeggen weggereden.
Ze waren binnen een uur op de fabriek. En pa is nooit meer te laat gekomen. En ik heb voor een nieuwe ruit gezorgd.

Zoonlief, wou wraak. Dus had hij aangifte gedaan bij de politie.
Niet dat hij het vertelde, maar ik werd gebeld door de gemeente. Die vroeg om uitleg. Het was al een paar weken later. En ik kon ook vertellen dat mijn actie ervoor gezorgd had dat ze inmiddels beiden op tijd kwamen. Dus de aangifte is door de gemeente nietig verklaard.

Maar op tijd komen voor zoonlief was, moeilijk. Wat ik daar op heb verzonnen vertel ik de volgende keer. Want na jaren strijd, komt hij nu op tijd.

zondag 17 januari 2016

EEN EIGEN BANKREKENING

Hij is al een paar dagen aan het "werk" en schijnt het toch wel leuk te vinden. Iedereen kan hem goed opvangen en zijn leventje in pyjama achter de geraniums is voorbij.

Ik kom er achter dat hij geen bankrekening heeft. Eigenlijk heel raar. Tenminste tegenwoordig kan ik me niet voorstellen dat iemand geen bankrekening heeft. zeker niet als je tiener bent. Bijna twintig jaar. Maar Hij zal toch een bankrekening moeten hebben als hij in dienst komt van de WSW.

Ik leg hem uit dat het noodzakelijk is dat er een bankrekening gaat komen. Hij glundert gewoon, en vraagt of er ook zo'n plastic kaartje bijzit. Hij bedoeld een bankpas. Ja die zit erbij. Helemaal geweldig, die heeft zijn vader ook. Ik leg uit dat daar alleen geld op komt als je hebt gewerkt. En dat het niet een bodemloze put is.

Samen gaan we naar de bank en dienen de aanvraag in. Na enkele dagen wachten kunnen we terug naar de bank om de pas te activeren. Bij alles ondersteun ik hem. Ik heb hem uitgelegd dat je een pincode hebt en dat niemand dat verder mag weten. Destijds kon je bij de ABN zelf een pincode bepalen. Dus ik ga met hem mee en samen kiezen we een pincode. Hopelijk kan hij die onthouden, maar voor de zekerheid weet ik het ook.

Hij is zo apetrots, hij glundert van oor tot oor. Geweldig om te zien. Hij begint het gevoel te krijgen dat hij erbij hoort. Elke week, gaat hij alleen naar de bank, stopt zijn pasje erin en kijkt wat het saldo is. Vooral om te kijken of er wel geld bij is gekomen.

Na een tijdje kijkt hij boos als ik hem zie. Hij wil niet met me praten. Het is me duidelijk dat er iets aan de hand is, maar kan er maar niet achter komen wat er aan de hand is. Ik vraag zijn vader, maar die geeft aan het niet te weten. Dit duurt enkele weken, en eigenlijk kan je waarnemen dat de boosheid toeneemt.

Ik peins me suf, maar kan echt niets bedenken wat er is. Hij blijft komen, niet altijd op de afgesproken tijd, maar hij komt. Doet wat er van hem gevraagd wordt. Maar zodra ik in de buurt kom is het onweer. Er is niemand die weet wat er aan de hand is.

Op een dag komt de vader praten. Hij denkt te weten wat er aan de hand is. Volgens hem steel ik geld van de jongen. Ik ben de enige, naast de jongen zelf, die weet wat de pincode is.
Ik kijk hem verbaast aan, IK geld van hem stelen???
Ik heb toch mijn eigen geld. Ik heb dat geld van hem toch niet nodig? Ik begrijp er niets van. Maar ik heb een opening voor een gesprek. Ik vraag hem of hij denkt dat ik geld van hem steel. Ja dat was volgens hem wel zo duidelijk. Ik pikte zijn geld in.
Ik vroeg hem of hij dat kon bewijzen. Zeer duidelijk gaf hij aan dat ik maar even mee moest komen naar de bank. Dan zou hij het bewijzen.

Samen lopen we van de parkeerplaats naar de bank. Hij stopt zijn pas erin, toets de pincode in en vraagt het saldo op: "Kijk", zegt hij "Het saldo is 675,= gulden. Maar er is geld verdwenen" Ik kijk naar het scherm en zie toch duidelijk dat die aangeeft dat er 675,= gulden aanwezig is.  Ik vraag hem hoe hij er nu bijkomt dat ik geld steel, want ik snap het nog steeds niet. "Kijk maar" zegt hij vel "ik kan maar 500,= gulden opnemen, dus is er 175,= gulden weg. En dat is elke week meer"
Ik kan er niets aan doen, maar ik schiet in de lach. Ja dit is echt iets wat ik niet had kunnen bedenken. Hij denkt dus omdat hij maar 500,= gulden kan opnemen, dat de rest is verdwenen.  En aangezien ik de enige ben die ook zijn pincode weet, kon het niet anders zijn dat ik dat had gestolen.
Nu begrijp ik ook waarom dat pas later aan de orde kwam. De eerste keren was het bedrag natuurlijk nog niet over de limiet en kon hij opnemen wat er op stond. Maar toen zijn saldo over de limiet heen kwam, kon hij niet alles meer opnemen. Ik ben nog weken verbaasd over wat er is gebeurd. Dit kun je niet bedenken. Het is jammer dat hij zo wantrouwend is, want dit probleem had ik sneller kunnen oplossen.

zondag 10 januari 2016

KLEREN KOPEN

We rijden naar Gennep, om kleren voor hem te kopen. Hij zit naast me in de auto. Het zweet staat op zijn voorhoofd en de spanning is van zijn gezicht af te lezen. Steeds kijkt hij opzij en zit me aan te staren. Aangezien ik op de weg moet letten kan ik niet steeds oogcontact met hem zoeken.
Maar als ik naar hem kijk dan kijkt hij weer snel naar buiten. Best verlegen. En zucht steeds.

Hij krijgt zelfs een rode kleur. Ik bedenk me dat dit voor hem ongelofelijk spannend moet zijn. Met eigenlijk een wildvreemde, die zo maar voor hem kleren gaat kopen. Hij heeft nu kleren van zijn broertje aan.

Je ziet dat de spanning oploopt. Ik realiseer me dat hij alleen zijn moeder heeft als vrouwelijk voorbeeld. Nooit komt hij bij meisjes in de buurt. Hij kijkt dus zijn ogen uit.
En dan weet hij niet waar we heen gaan. Want zo vaak kwam hij niet buiten.

We komen aan bij de bewuste winkel en we gaan kijken. Ik schat de maat en laat hem wat dingen passen. We hebben een broek, trui en een shirt nodig. Dan kan hij komen "werken"
Ik reken af en we stappen weer in de auto. De tas met kleren houdt hij met twee armen vast. Bang dat iemand het weer van hem af gaat nemen. Op de terugreis praten we over de dingen die hij bij ons kan doen. Maar hij is zo onder de indruk, dat er weinig uitkomt.
We spreken af dat hij na het weekend komt en gaat kijken wat we zo al doen in onze fabriek. En dan kan hij zijn vader zien werken.

Als het maandag is verschijnt hij op kantoor. Ik zie dat hij andere kleren aanheeft dan die wij gekocht hebben. "Hé" zeg ik: "waar zijn je werkkleren?"
Hij geeft geen antwoord, maar gaat gauw de fabriek in. Na een paar dagen heeft hij nog steeds de kleding van zijn broertje aan. En ik krijg maar geen antwoord op mijn vraag waar de kleren gebleven zijn. Ik ga op onderzoek uit.

Zijn moeder laat me binnen. Die is blij met het bezoek, want ja ,zij zit voortaan alleen in huis. De andere broers zitten door de week in een instelling en vader en zoon zijn naar de fabriek. Ik loop met haar mee naar boven. Ik geef aan dat ik op zoek ben naar de kleren, die we vorige week hebben gekocht. Nou, ik moet maar even mee lopen. We komen aan bij de slaapkamer van hem. In haar schort heeft ze een deurklink. Daarmee opent ze de deur. Ik kijk rond en merk dat er op geen enkele deur een klink zit. dus als je dat onderdeel niet hebt dan kun je nergens inkomen. Ik vraag waarom dat zo is. Dat wil haar zoon, die is de baas en als hij thuis komt dan heeft hij die klink op zak. En als iemand dan ergens in wil, moeten ze dat aan hem vragen en laat hij hen binnen in die kamer. Maar ... geeft moeders trots aan, nu is zij de baas, want nu is er niemand anders.
We gaan kijken waar de kleren zijn. Dat weet ze want ze liggen netjes in een kast. Keurig opgevouwen. strak op elkaar gestapeld. Het ziet er netjes uit.

"Maar waarom doet hij die niet aan? "vraag ik aan de moeder.
Ze kijkt me glunderend aan, alsof ze me een geheim gaat vertellen. Ja, die kleren zijn heilig. Die heeft hij van jou gekregen. En stel je voor dat die zouden beschadigen. Dat kan toch niet. Dus elke ochtend en avond, dan pakt hij de stapel uit de kast, inspecteert of alles er nog goed bij ligt en ruikt eraan. Alsof ze volgespoten zijn met parfum.
Oké, Ik begrijp dat dit dus even gaat duren en tijd nodig heeft.
Na maanden is de trui die hij aanheeft zo vergaan en vies, dat we vinden dat hij toch echt een keer een andere trui aan moet doen. Maar uit zichzelf doet hij dit niet. Het is net of die kleren onderdeel uitmaken van zijn lichaam en niet verwijdert kunnen worden.

Ik bedenk een list, ik koop een nieuwe trui. Ik roep hem op kantoor. Hij is altijd erg bereid iets voor me te doen. Dus ik verzoek hem om deze trui even te passen, want dat ik moet weten of die maat wel goed is. Ik geef aan dat die andere trui dan even uit moet, want anders kunnen we het niet goed zien. Hij doet de trui uit en terwijl hij de nieuwe aandoet, loop ik naar de prullenbak en laat hierin de oude trui vallen.  Hij kijkt naar de nieuwe trui. Ik vraag of hij het mooi vindt. Natuurlijk, alles wat van mij komt is mooi. Dus dan houden we die aan. Hij kijkt me met grote ogen aan. "Waar is die andere trui dan?? "vraagt hij. In de prullenbak. Die zien we nooit meer terug.

de volgende keer: waar laten we het geld dat hij verdient?...........