Daar zat onze Jan, levenloos op de wc, in verstarde houding. De schok was groot. Dit hadden we niet zien aankomen. Wat nu?......
Ik gaf de gegevens door, met de mededeling dat ik zijn geld beheerde. Het vreemde was dat de hele straat kwam aanlopen, behalve de buurvrouw, die een zus van hem is. Die was in geen velden of wegen te bekennen. De arts stelde zijn dood vast en wij vertrokken naar huis. Want wij waren geen familie. Zijn fiets stond nog buiten. In de boodschappentas zat zijn portemonnee. Maar het weekgeld was verdwenen. Er was dus iemand geweest, die het geld mee genomen had en waarschijnlijk 112 heeft gebeld. We zullen nooit weten wie dat gedaan heeft.
Het werd maandag, na de beruchte vrijdag. De bel ging, op de fabriek, en er verschenen mensen aan de deur, die aangaven dat ze boers en zussen waren van onze Jan. Aan tafel gaven ze aan dat ze geen bankafschriften konden vinden, en dat ze wilden weten hoeveel geld hij bezat en wat zijn schulden waren. De manier waarop dit ging, stuitte me tegen de borst. Ik gaf aan, om tijd te rekken, dat ik daarvoor het één en ander onder elkaar moest zetten. Dat ze de volgende dag maar moesten terugkomen. De familie vertrok, met de mededeling morgen terug te komen.
De telefoon ging, het was dinsdagochtend, en ik kreeg iemand van de gemeente Bergen aan de lijn. Ze vertelde dat de familie net langs was geweest om afstand te doen van de erfenis van Jan. Nu was het aan de gemeente om de uitvaart te regelen. Maar ze wilden eerst met ons overleggen, omdat als zij het regelen dan werd er geen uitvaart geregeld. Ze vonden ons altijd zo sociaal betrokken bij het personeel en vroegen ons mee te denken. Zij brachten hem dan naar het crematorium, omdat dat het goedkoopst was. Koud en kil. En verder werd en niets gedaan. Ze vroegen of wij het niet wilden regelen. De financiën waren dermate goed dat we het van zijn gespaarde geld konden betalen. Dus wij namen de verantwoording.
In de middag kwamen die broers en zussen weer langs. Zij wisten niet dat we gebeld waren door de gemeente. Ze kwamen even informeren of ze het geld mee konden nemen, U begrijpt dat we op een nette manier de mensen de deur hebben gewezen. Wat zou Jan teleurgesteld zijn, hij was er zo van overtuigd dat ze alles zouden regelen. Maar ze hadden zijn huis onderzocht en spullen mee genomen, zonder overleg, en bij ons kwamen ze met een schijnheilig gezicht zijn geld even halen. Inmiddels was het huis vergrendeld door de politie en niemand mocht er meer in.
De pastoor kwam en de begrafenisonderneming. Hij was vrijdag gekleed in werkkleding die ze bij de aula hadden weggegooid. Maar we konden niet meer bij zijn kleding. De pastoor had de oplossing. Je wordt naakt geboren en gaat naakt terug. Dus was hij gewikkeld in doeken en de kist bleef dicht.
Samen met onze medewerkers stonden we in de aula en herdachten hem, samen gingen we hem wegbrengen naar het kerkhof in Gennep. Samen droegen we de kist. Alhoewel er wel wat familieleden waren komen opdagen en ik had zijn stiefkinderen gevraagd mee te komen. Het was een waardig afscheid. Met zijn stiefkinderen liep ik nog even langs het graf van hun moeder. De oorzaak van onze ongelukkige Jan. Maar ze waren weer samen.
We hadden niet gekozen voor een koffietafel. Maar als collega's onderling en de pastoor zijn we naar zijn stamcafe gegaan en hebben we een laatste rondje gedronken en geproost op het leven. En op onze Jan................
zondag 17 april 2016
dinsdag 12 april 2016
ONZE JAN DEEL 1
Je ziet het vaak aan de huid van het gezicht. Die grauw van kleur is en ruw. Je ruikt het vaak, op tijden dat je het nog niet verwacht, omdat het eigenlijk te vroeg is. Je ziet het vaak aan de reactievermogen van de persoon, die veel te wankel is.
Een alcoholist is vaak herkenbaar. Niet alleen omdat hij het verkeer staat te regelen in Bergen op het plein, of al slingerend de weg op fiets. Maar je ziet het hoe hij voor de deur staat als hij aanbelt. Of aan het glas op het aanrecht, die snel wordt weggezet. Of aan de verstop mogelijkheden die worden gecreëerd om de flesjes weg te werken als iemand voor de deur staat. Ik ken zelfs iemand die in de reserve wiel achter in de auto een tank heeft laten maken waar de voorraad ongezien wordt opgeslagen.
Inmiddels hebben we ervaring gekregen met mensen die afhankelijk zijn geworden van alcohol. Sommigen zijn probleem drinkers en kunnen stoppen als de problemen voorgoed zijn opgelost.
Maar sommigen zijn niet te helpen. Het blijven altijd alcohollisten. Maar je kunt wel hun leven dragelijker maken.
Zo was onze Jan. Hij kwam via de gemeente voor een gesprek, voor een stageplek. Het was vroeg in de middag en hij rook al naar alcohol. De bocht om naar mijn kantoor was te scherp en hij liep tegen de deurpost aan. Een lieve zachtaardige man. Superdun, geen bierbuikje te bekennen. Maar hij miste zijn vrouw zo erg, dat hij de dagen probeerde te vergeten door in een roes te leven.
Afschuwelijk hoe verdrietig iemand kan zijn en geen perspectief meer heeft voor de toekomst. Hij kwam en hij bleef. Hij stond open voor hulp om zijn financiën te regelen. Dus zorgde ik voor weekgeld en de schulden werden afgelost. Ik beheerde de rekening en hij probeerde de weken door te komen, door bij ons te komen. Zelfs in zijn vakantie kwam hij om te klussen aan de machines die onderhoud nodig hadden. Om maar niet alleen te hoeven zijn.
Vaak vroeg ik hem wat ik moest doen als hij kwam te overlijden. Want ja wees eerlijk, echte alcoholisten worden niet zo oud. Ik had inmiddels aardig voor hem gespaard. En wilde graag weten wat ik moest doen als die ene dag zou komen. Standvastig antwoordde hij dan dat al zijn broers en zussen alles zouden regelen. Daar geloofde hij heilig in.
Hij was niet vaak ziek, maar inmiddels had hij korsakov. Hij had een niet bestaande vriendin, waarop hij zat te wachten bij de bushalte. Hij zag de gietmachine in de woonkamer staan en wilde niet dat er verf op zijn bank zou komen.
Hij voelde zich niet goed, maar kwam wel elke dag om te werken. Ik had hem naar huis gestuurd, omdat hij er niet goed uitzag. Rond twaalf uur was ik zijn weekgeld komen brengen.
Rond drie uur belde een vriend op dat het verstandig was dat we naar Jan gingen, de ambulance stond voor de deur. Het zag er niet goed uit zei hij nog.
Wij hadden besloten dat hij dan maar een paar dagen bij ons moest blijven tot hij opgeknapt was. Dus we reden naar zijn huis. De ambulance stond inderdaad voor de deur. Voor zijn huis stond zijn fiets, met boodschappentas klaar om zijn bier te halen. We liepen naar binnen en Nico zei "waar is Jan?" De broeder stond met opgevouwen armen in de gang en wees naar de toilet.
Nico trok de deur open en zei: "Kom op Jan we nemen je mee."
Wat we niet wisten was dat onze Jan dood op de wc zat. Die ene dag was aangebroken...........
Een alcoholist is vaak herkenbaar. Niet alleen omdat hij het verkeer staat te regelen in Bergen op het plein, of al slingerend de weg op fiets. Maar je ziet het hoe hij voor de deur staat als hij aanbelt. Of aan het glas op het aanrecht, die snel wordt weggezet. Of aan de verstop mogelijkheden die worden gecreëerd om de flesjes weg te werken als iemand voor de deur staat. Ik ken zelfs iemand die in de reserve wiel achter in de auto een tank heeft laten maken waar de voorraad ongezien wordt opgeslagen.
Inmiddels hebben we ervaring gekregen met mensen die afhankelijk zijn geworden van alcohol. Sommigen zijn probleem drinkers en kunnen stoppen als de problemen voorgoed zijn opgelost.
Maar sommigen zijn niet te helpen. Het blijven altijd alcohollisten. Maar je kunt wel hun leven dragelijker maken.
Zo was onze Jan. Hij kwam via de gemeente voor een gesprek, voor een stageplek. Het was vroeg in de middag en hij rook al naar alcohol. De bocht om naar mijn kantoor was te scherp en hij liep tegen de deurpost aan. Een lieve zachtaardige man. Superdun, geen bierbuikje te bekennen. Maar hij miste zijn vrouw zo erg, dat hij de dagen probeerde te vergeten door in een roes te leven.
Afschuwelijk hoe verdrietig iemand kan zijn en geen perspectief meer heeft voor de toekomst. Hij kwam en hij bleef. Hij stond open voor hulp om zijn financiën te regelen. Dus zorgde ik voor weekgeld en de schulden werden afgelost. Ik beheerde de rekening en hij probeerde de weken door te komen, door bij ons te komen. Zelfs in zijn vakantie kwam hij om te klussen aan de machines die onderhoud nodig hadden. Om maar niet alleen te hoeven zijn.
Vaak vroeg ik hem wat ik moest doen als hij kwam te overlijden. Want ja wees eerlijk, echte alcoholisten worden niet zo oud. Ik had inmiddels aardig voor hem gespaard. En wilde graag weten wat ik moest doen als die ene dag zou komen. Standvastig antwoordde hij dan dat al zijn broers en zussen alles zouden regelen. Daar geloofde hij heilig in.
Hij was niet vaak ziek, maar inmiddels had hij korsakov. Hij had een niet bestaande vriendin, waarop hij zat te wachten bij de bushalte. Hij zag de gietmachine in de woonkamer staan en wilde niet dat er verf op zijn bank zou komen.
Hij voelde zich niet goed, maar kwam wel elke dag om te werken. Ik had hem naar huis gestuurd, omdat hij er niet goed uitzag. Rond twaalf uur was ik zijn weekgeld komen brengen.
Rond drie uur belde een vriend op dat het verstandig was dat we naar Jan gingen, de ambulance stond voor de deur. Het zag er niet goed uit zei hij nog.
Wij hadden besloten dat hij dan maar een paar dagen bij ons moest blijven tot hij opgeknapt was. Dus we reden naar zijn huis. De ambulance stond inderdaad voor de deur. Voor zijn huis stond zijn fiets, met boodschappentas klaar om zijn bier te halen. We liepen naar binnen en Nico zei "waar is Jan?" De broeder stond met opgevouwen armen in de gang en wees naar de toilet.
Nico trok de deur open en zei: "Kom op Jan we nemen je mee."
Wat we niet wisten was dat onze Jan dood op de wc zat. Die ene dag was aangebroken...........
zaterdag 9 april 2016
FRANS BAUER.....WE ZIJN ER WEER
Toch is het anders. Bij de meeste concerten die we hebben meegemaakt is ongeveer de helft een bijzonder mens en de andere helft is de begeleiding. Hoe je dat herkent?? Degene met een smartfoon dat zijn bijna allemaal de begeleiders. Die zijn niet met het concert bezig, maar de bijzondere mensen kijken hun ogen uit in de wachtruimtes en stralen helemaal, ook in de zaal.
Maar hier is een andere mix. Er zijn veel mensen van mijn leeftijd of nog ouder. Terwijl we afwachtend zijn van hetgeen gaat gebeuren, valt zelfs mijn zorgvrager het op dat het anders is.
Met veel geluid en spetters begint de show. Mooie liedjes komen voorbij. Maar er komt niemand op het podium. Halverwege de show voor de pauze, komen er twee vrouwen, die de trap mogen bestijgen. Ze kijkt me aan, zou het dan vandaag dé dag zijn?? Ik weet het ook niet, want andere keren staan ze in de rij. Nu niet.
In de pauze zie ik een vrouw met bloemen en een cadeau. Ze legt het op het randje van het podium. "Kijk" zegt ze "die gaat direct ook het podium op." Maar in de tweede helft gebeurt er niets. Er komen twee andere vrouwen aan die op het podium willen, maar ze worden weggestuurd. "Het mag niet vandaag" zegt ze ontzet. Die andere vrouw zien we ook niet meer en de bloemen en cadeau liggen er niet meer. Voor haar onbegrijpelijk.
Ik denk hierover na. Ik kan me best voorstellen dat hier een halt aan is toegeroepen. Want er stonden steeds meer mensen in de rij. Frans Bauer wil ook graag , terecht, alles in goede banen leiden.
De laatste keer dat we erbij waren ontstond er iets heel onverwachts. Ook Frans Bauer was even van slag. In de rij stond een bijzondere jongeman. Toen hij eindelijk naar Frans Bauer mocht, gaf hij hem een knuffel, zwaaide naar het publiek. Frans stelde hem een vraag, maar daar gaf hij geen antwoord op. Dus Frans vroeg nog iets, waarop de jongeman zei: "Ik kom helemaal niet voor jou."
Frans heel verbaasd "Waar kom je dan voor?" "Ik kom voor die dames in het achtergrond koortje" zegt hij verlegen. "Mag ik die een knuffel geven". Frans is verbouwereerd en schiet in de lach. "Ja, je komt dus helemaal niet voor mij" zegt hij "Dat zijn wel mooie dames hé?" De jongeman glundert helemaal. Hij neemt een sprint en vliegt de dames om de hals. Het hele publiek moet lachen om de situatie. Maar de jongeman was niet van plan om te vertrekken. Heeft dus tot het einde van de show daar gestaan. Hij heeft vast een geweldige avond gehad.
Maar ik kan me er alles bij voorstellen, dat er rust gecreëerd wordt. Want we komen toch echt voor Frans Bauer. Dan maar niet op het podium. Mijn zorgvrager heeft genoten en geaccepteerd dat je niet steeds op het podium mag komen. Bedankt Frans voor de fijne avond........
donderdag 7 april 2016
DE PLAYBOY
"Wist je dat er nu een playboy is van het leger?" zegt hij opgewonden. "Echt waar?" vraag ik.
"Ja die kan je nu kopen." geeft hij aan. "Nou dat zal dan wel eenmalig zijn." zeg ik.
Hij kijkt mij niet begrijpend aan, haalt zijn schouders op en zegt "Weet ik veel."
"Heb jij die dan gekocht?" vraag ik. "Nee, nog niet."
Ik denk na over het thema. Een playboy vol met mooie vrouwen in legertenue. Boven op mooi gepoetste tankwagens. Daar kan je wel een blad mee vullen.
"Ik ben benieuwd hoe die ruikt." vervolgd hij zijn verhaal. "Ruikt?" vraag ik verbaast. "Papier ruikt toch niet echt."
"Papier, waar heb je het over?" vraagt hij verbaast.
Ik kijk hem nu onbegrijpend aan, en realiseer me dat hij het waarschijnlijk over iets heel anders heeft als dat ik denk. Dus vraag ik hem "Waar heb jij het dan over?"
"Over de deo, bij het Kruidvat, die hebben een andere geur met een legerafdruk op de verpakking."
Oké, dat kan ook nog..................
"Ja die kan je nu kopen." geeft hij aan. "Nou dat zal dan wel eenmalig zijn." zeg ik.
"Heb jij die dan gekocht?" vraag ik. "Nee, nog niet."
Ik denk na over het thema. Een playboy vol met mooie vrouwen in legertenue. Boven op mooi gepoetste tankwagens. Daar kan je wel een blad mee vullen.
"Ik ben benieuwd hoe die ruikt." vervolgd hij zijn verhaal. "Ruikt?" vraag ik verbaast. "Papier ruikt toch niet echt."
"Papier, waar heb je het over?" vraagt hij verbaast.
Ik kijk hem nu onbegrijpend aan, en realiseer me dat hij het waarschijnlijk over iets heel anders heeft als dat ik denk. Dus vraag ik hem "Waar heb jij het dan over?"
"Over de deo, bij het Kruidvat, die hebben een andere geur met een legerafdruk op de verpakking."
Oké, dat kan ook nog..................
woensdag 6 april 2016
MUZIEK DOET LEVEN.
Ik kom uit een muzikale familie en beleef muziek als onderdeel van je leven. Als ik de muziek opzet die ik tijdens mijn studententijd beluisterde dan kom ik weer in die sfeer. Als ik liedjes hoor op de radio uit de jaren zeventig, dan beleef ik weer de tijden van de pubertijd. Als ik verdrietig ben dan zet ik muziek op om er uit te komen en weer blij te worden.
Als ik in de auto alleen ben dan staat mijn lievelingsmuziek knoeper hard en jubel ik mee. Niemand die last van me heeft als ik een valse noot zing. Muziek is emotie. Je hele lichaam doet mee en je voelt de trillingen van de muziek, zijn instrumenten en je hartslag gaat sneller. Je kunt je uitleven, uitschreeuwen en wie heeft er geen buren gehad die de muziek veel te hard hadden staan en het was jou smaak niet. Kortom muziek is leven en het leven zit in jou. Muziek is durven, durven mee te zingen of alleen. Muziek is kennen, want als je het vaak draait ken je alle liedjes uit je hoofd. Samen met mijn vader moest ik tijdens de afwas oefeningen doen. Om je stembanden te trainen, je longen lucht te geven en vooral dat je leerde de melodie vast te houden terwijl je vader een tweede stem zong.
Toen de kinderen kleiner waren draaide ik ook mijn muziek in de auto. Ja ze kenden alle liedjes en ze waren te klein om aan te geven dat het niet hun smaak is. Op een dag kwam zoonlief terug van school. Helemaal blij. Hij had een vraag geweten die niemand wist. Ze hadden muziekles en de juf had de vraag: Wat wil Carolientje ?? "Omdat ik altijd naar die muziek van jou moet luisteren in de auto, wist ik als enige van de hele klas het antwoord." zei hij trots. Een liedje van Willeke Alberti en het antwoord is een man. Hoe blij hij was. Want niemand had een moeder die zoveel muziek in de auto draaide.
Wij hebben geen isoleercel bij ons in de zorgwoning, en ook niet op de dagbesteding. Wij zijn tegen eenzame opsluiting, waar die bijzondere mensen hun "zonden" moeten overdenken. Oké, dan sneuvelt er maar een servies, maar om ze dan op te sluiten gaat mij te ver. Ik heb een betere oplossing voor als er iemand ontspoort, of uit zijn dak gaat. Zeker toen we begonnen met de professionele hulp, was dit een hele goede oplossing.
Ik had ze geleerd dat muziek heel belangrijk was. Iedereen had wel een paar liedjes die ze mooi vonden. Al pratende merkte ik dat ze net zo veel voelen op muziek als ik. Het kon hen een beter gevoel geven. Zonder dat ze de betekenis kenden, zoals ik die aan muziek geef, gaven ze gevoelsmatig diezelfde betekenis aan muziek als ik. Niet alleen de melodie, maar ook konden de teksten soms een diepere betekenis hebben voor ze.
Zo heeft er één een liedje, die hij opzet als hij boos is op mij. De hele dag door staat dat liedje op repeat. Op een gegeven moment vertelde hij mij de betekenis van dat liedje en vooral hoe ik het moest begrijpen. In de tekst staat een zin dat hij zijn eigen weg gaat. Dat was zijn uitleg aan zijn broers. Zo van ze zoekt het maar uit, ik ga mijn eigen weg. Maar het refrein gaf aan dat hij er altijd voor me zou zijn. Dus legde hij uit, als je dit liedje hoort, dan weet je dat ik boos ben, maar ik zal je nooit alleen laten. Alleen mag niemand dat weten.
Ik heb van alle zorgvragers een CD gevraagd met hun lievelingsmuziek er op. Als er dan één bij mij in de auto zit dan draaien we de CD die is uitgekozen. Als ze bij mij in de auto zitten zijn ze meestal blij. Want ze mogen met mij mee. Dat geeft een veilig gevoel.
Van dat gevoel heb ik gebruik gemaakt. Als er eentje uit zijn dak ging, even van het padje was, of helemaal geflipt. Dan nam ik ze bij de hand. Zette ze bij mij in de auto en we gingen rijden. Afhankelijk van de ernst, waren de ritjes langer of korter. Ik zei dan niets, deed hun muziek op en zette die zo hard dat we echt geen gesprek konden voeren. Na een half uurtje waren ze dan weer een beetje rustig en kon je weer een gesprek voeren.
Doordat je dan geheel op elkaar bent aangewezen, want er zit verder niemand bij je in de auto, kon je gaan uitzoeken wat er was gebeurd. Kon je een gesprek voeren, hoe we de situatie konden verhelpen en verbeteren. Maar sterker nog was de mogelijkheid die ze van mij kregen om mee te zingen op hun lievelingsmuziek. Dat was voor hen een hele overwinning. Hard op zingen, en je hoefde je niet te schamen. Samen brulden we mee op de muziek. Bewoog hij zachtjes mee op de deining van het ritme, want de bas had ik versterkt. Dat voel je dan echt van binnen. En dat maakte blij!!
Zo keerden ze terug op aarde, met de beide benen op de grond. Met een glimlach naar de toekomst. Zonder afgezonderd te zijn in een isoleercel. En weet je? We hoeven niet meer in de auto, om ze rustig te krijgen. Ze gaan naar hun kamer en zetten heel hard de muziek aan. En als ze zover zijn, om je uit te leggen waarom het even niet ging. Dan komen ze praten. Hoe geweldig is dat?..............
Als ik in de auto alleen ben dan staat mijn lievelingsmuziek knoeper hard en jubel ik mee. Niemand die last van me heeft als ik een valse noot zing. Muziek is emotie. Je hele lichaam doet mee en je voelt de trillingen van de muziek, zijn instrumenten en je hartslag gaat sneller. Je kunt je uitleven, uitschreeuwen en wie heeft er geen buren gehad die de muziek veel te hard hadden staan en het was jou smaak niet. Kortom muziek is leven en het leven zit in jou. Muziek is durven, durven mee te zingen of alleen. Muziek is kennen, want als je het vaak draait ken je alle liedjes uit je hoofd. Samen met mijn vader moest ik tijdens de afwas oefeningen doen. Om je stembanden te trainen, je longen lucht te geven en vooral dat je leerde de melodie vast te houden terwijl je vader een tweede stem zong.
Toen de kinderen kleiner waren draaide ik ook mijn muziek in de auto. Ja ze kenden alle liedjes en ze waren te klein om aan te geven dat het niet hun smaak is. Op een dag kwam zoonlief terug van school. Helemaal blij. Hij had een vraag geweten die niemand wist. Ze hadden muziekles en de juf had de vraag: Wat wil Carolientje ?? "Omdat ik altijd naar die muziek van jou moet luisteren in de auto, wist ik als enige van de hele klas het antwoord." zei hij trots. Een liedje van Willeke Alberti en het antwoord is een man. Hoe blij hij was. Want niemand had een moeder die zoveel muziek in de auto draaide.
Wij hebben geen isoleercel bij ons in de zorgwoning, en ook niet op de dagbesteding. Wij zijn tegen eenzame opsluiting, waar die bijzondere mensen hun "zonden" moeten overdenken. Oké, dan sneuvelt er maar een servies, maar om ze dan op te sluiten gaat mij te ver. Ik heb een betere oplossing voor als er iemand ontspoort, of uit zijn dak gaat. Zeker toen we begonnen met de professionele hulp, was dit een hele goede oplossing.
Ik had ze geleerd dat muziek heel belangrijk was. Iedereen had wel een paar liedjes die ze mooi vonden. Al pratende merkte ik dat ze net zo veel voelen op muziek als ik. Het kon hen een beter gevoel geven. Zonder dat ze de betekenis kenden, zoals ik die aan muziek geef, gaven ze gevoelsmatig diezelfde betekenis aan muziek als ik. Niet alleen de melodie, maar ook konden de teksten soms een diepere betekenis hebben voor ze.
Zo heeft er één een liedje, die hij opzet als hij boos is op mij. De hele dag door staat dat liedje op repeat. Op een gegeven moment vertelde hij mij de betekenis van dat liedje en vooral hoe ik het moest begrijpen. In de tekst staat een zin dat hij zijn eigen weg gaat. Dat was zijn uitleg aan zijn broers. Zo van ze zoekt het maar uit, ik ga mijn eigen weg. Maar het refrein gaf aan dat hij er altijd voor me zou zijn. Dus legde hij uit, als je dit liedje hoort, dan weet je dat ik boos ben, maar ik zal je nooit alleen laten. Alleen mag niemand dat weten.
Ik heb van alle zorgvragers een CD gevraagd met hun lievelingsmuziek er op. Als er dan één bij mij in de auto zit dan draaien we de CD die is uitgekozen. Als ze bij mij in de auto zitten zijn ze meestal blij. Want ze mogen met mij mee. Dat geeft een veilig gevoel.
Van dat gevoel heb ik gebruik gemaakt. Als er eentje uit zijn dak ging, even van het padje was, of helemaal geflipt. Dan nam ik ze bij de hand. Zette ze bij mij in de auto en we gingen rijden. Afhankelijk van de ernst, waren de ritjes langer of korter. Ik zei dan niets, deed hun muziek op en zette die zo hard dat we echt geen gesprek konden voeren. Na een half uurtje waren ze dan weer een beetje rustig en kon je weer een gesprek voeren.
Doordat je dan geheel op elkaar bent aangewezen, want er zit verder niemand bij je in de auto, kon je gaan uitzoeken wat er was gebeurd. Kon je een gesprek voeren, hoe we de situatie konden verhelpen en verbeteren. Maar sterker nog was de mogelijkheid die ze van mij kregen om mee te zingen op hun lievelingsmuziek. Dat was voor hen een hele overwinning. Hard op zingen, en je hoefde je niet te schamen. Samen brulden we mee op de muziek. Bewoog hij zachtjes mee op de deining van het ritme, want de bas had ik versterkt. Dat voel je dan echt van binnen. En dat maakte blij!!
Zo keerden ze terug op aarde, met de beide benen op de grond. Met een glimlach naar de toekomst. Zonder afgezonderd te zijn in een isoleercel. En weet je? We hoeven niet meer in de auto, om ze rustig te krijgen. Ze gaan naar hun kamer en zetten heel hard de muziek aan. En als ze zover zijn, om je uit te leggen waarom het even niet ging. Dan komen ze praten. Hoe geweldig is dat?..............
zondag 3 april 2016
SCHRIKKELJAAR IS INGEWIKKELD
Hij is vandaag jarig, dus ik sta op om hem te feliciteren. "Mag ik je een zoen geven, op je wang?" vraag ik netjes. Zonder te kijken zegt hij "Echt niet want je hebt lippenstift op" . "Hoe kom je daar bij?"vraag ik verbaast. Want dat is niet zo. Hij komt dichterbij en bestudeert mijn lippen. "Wel waar, je hebt lippenstift op" "Heb je iets in je ogen?"Maar ik bedenk me dat bij andere verjaardagen bij het feliciteren dat wel het geval is. Dat is ooit begonnen als grap, waarbij ik iedereen om te bedanken een zoen met heel veel lippenstift op hun wangen had gegeven en ze allemaal tijdens het feestje een gekleurde wang hadden. We hadden toen de grootste lol, en iedere keer met een verjaardag verheugden ze zich op een mondafdruk op de wang. Want dan hoorde je er echt bij.
Hij bestudeert nogmaals mijn lippen, en gelooft me nog steeds niet. Ik geef een zoen op mijn hand. "Kijk maar je ziet niets" Hij bestudeert mijn hand en kan ook niets zien. Dus ik mag hem een zoen op de wang geven. 'Maar" zegt hij "ik wil je wat vragen." "oké roep maar."
"Ik wil graag vrij zijn, vandaag met mijn verjaardag" zegt hij, terwijl hij op de dagbesteding in mijn kantoor staat. "Dat zal niet gaan" geef ik aan, "je bent hier al." "Maar ik heb altijd vrij met mijn verjaardag"roept hij. Ik denk na, hoe het vorig jaar zat. "Ja, maar vorig jaar was je op een zondag jarig, en het jaar ervoor op een zaterdag, dus het was toeval dat je vrij was."
"Hoe komt je daar nu bij?" vraagt hij. "Weet je niet wat voor een dag het vandaag is? Het is vandaag dinsdag en dus was ik vorig jaar op een maandag jarig en toen was ik ook vrij" Hij kijkt triomfantelijk. "Vorig jaar was je echt op een zondag jarig, maar dat komt omdat het dit jaar een schrikkeljaar is." geef ik aan.
"Hu, wat is dat nu weer, daar heb ik nog nooit van gehoord?" hij is helemaal verbaasd. Een andere zorgvrager, die inmiddels ook op kantoor is probeert uit te leggen dat het een schrikkeljaar is. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Want hoe leg je dat nu uit aan mensen die niet alles begrijpen. De werkelijke uitleg is best gecompliceerd. Maar onze zorgvrager lost dit zeer eenvoudig op. Hij pakt de kalender erbij en wijst op de dag van 29 februari en geeft aan dat dit de extra dag is, waardoor alles opschuift.
"Maar waarom dan?"blijft hij verbaast vragen. Het antwoord is heel simpel en eenvoudig: "Nou gewoon omdat de kalender het zegt." Oké.....
woensdag 30 maart 2016
DE DIËTISTE
Toen ik er weer bij betrokken werd, vroeg ik haar wat ze daar dan ging doen." Ik moet daar vertellen wat ik allemaal eet." Ze vroeg of ik met haar mee ging. Ik was wel nieuwsgierig, want die waarden van haar lagen gemiddeld tussen de twintig en de dertig, met uitschieters naar 35.
Ik had altijd begrepen dat die mensen dan in het ziekenhuis belandden en dat daar er dan voor werd gezorgd dat het weer op normaal niveau ingesteld werd.
Nu wist ik dat ze tijdens de bemoeizorg ook eens in het ziekenhuis heeft gelegen en daar opnieuw was ingesteld. Maar daar zag je nu niets meer van terug. Ik was wel benieuwd wat de rol van een diëtiste was. De eerste maanden dat ik mee ging, heb ik alleen geobserveerd. Ik wilde weten wat daar gebeurde. Iedere maand gebeurde hetzelfde.
Ze zit op de gang te wachten tot ze aan de beurt is. Ze wordt opgeroepen, doordat de diëtiste haar komt halen en ze mag gaan zitten. De diëtiste pakt een map, en begint te schrijven en te vragen:
"Hoe gaat het " antwoord : "Goed"
"Heb je goed je best gedaan afgelopen maand?" antwoord: "Ja"
"Wat eet je zoal op een dag?" antwoord: "'s Morgens twee snee mik met jam, 's middags twee snee mik met vlees en 's avonds drie piepers, schepje groente en vlees."
"Keurig hoor en ben je ook aangekomen?" antwoord: "Dat weet ik niet "
"Dan zullen we maar even wegen, kom hier maar op de weegschaal staan"
Ze gaat op de weegschaal staan en de diëtiste noteert het gewicht bij de net opgeschreven antwoorden. "Toch weer een beetje aangekomen, dat is nou jammer, je weet toch dat die aardappelen maar zo groot mogen zijn?" en ze maakt met haat hand een cirkeltje om de grootte van de aardappel aan te geven. "Ja hoor dat weet ik heel goed" "Nou dan zie ik je weer over een maand, tot dan."
De diëtiste brengt haar naar de deur en ze mag vertrekken.
Zo ging het maand in maand uit. Het gewicht nam gestadig toe en het enige wat ze er kwam doen is vragen beantwoorden met sociaal gewenste antwoorden. De diëtiste ging nooit ergens op in, gaf nooit echt raad en eigenlijk was dit verspilde tijd. Want die antwoorden klopten natuurlijk voor geen meter.
Ik zag dus ook totaal het nut er niet van in. Dus werd het een ander gesprek toen ik me ermee ging bemoeien.
we zitten op de gang te wachten tot ze aan de beurt is. Ze wordt opgeroepen, doordat de diëtiste haar komt halen en we mogen gaan zitten. De diëtiste pakt een map, en begint te schrijven en te vragen:
"Hoe gaat het " antwoord : "Goed"
"Heb je goed je best gedaan afgelopen maand?" antwoord: "Ja"
"Wat eet je zoal op een dag?" antwoord: "'s Morgens twee snee mik met jam, 's middags twee snee mik met vlees en 's avonds drie piepers, schepje groente en vlees."
"Ik wil hier even op inhaken" zeg ik " hebt u wel eens gevraagd hoeveel ze op haar brood doet, als we het hebben over de jam?" De vrouw kijkt me verbaast aan. "Ik ga ervan uit dat ze weet hoeveel"zegt ze. "O ja ze weet precies hoeveel, maar hebt u zich nooit afgevraagd waarom ze steeds een beetje aankomt, want met hetgeen ze opsomt zou ze juist moeten afvallen." geef ik aan. De vrouw raakt van slag en vraagt haar "Hoeveel doe je er op?" antwoord: "een bietje" zegt ze in het dialect. "Nou"zegt de vrouw en kijkt mij triomfantelijk aan. "Dat is toch helemaal goed" "Klopt" zeg ik "Als het waar zou zijn, maar hebt u nou nog niet door dat hier continu sociaal gewenste antwoorden worden gegeven?" "Daar behoort u naar te kijken, want ze komt aan en u bent een diëtiste. "Hoeveel doet ze er dan op? "vraagt ze. "Ze gebruikt ca 4 potten grote jam per week, dus reken maar uit"zeg ik.
Verschrikt kijkt ze me aan. "En dan heb ik het nog niet over de rest." Ik kijk haar aan en vraag "Kunt u mij uitleggen wat voor betekenis het heeft dat ze elke maand hier komt?" Ze loopt rood aan en kan me geen fatsoenlijk antwoord geven.
"Kom" zeg ik tegen haar "Hier zie ik het nut niet van in, behalve het spekken van een bankrekening, terwijl jij geen cent te makken hebt. Ik wens u nog een goede middag, maar dit was de laatste keer dat we hier zijn geweest. Bedankt voor de medewerking en tot ziens." We verlaten de ruimte om er nooit weer terug te keren.
Abonneren op:
Posts (Atom)