zondag 6 maart 2016

DAGBESTEDING VOOR MOEDER

Heel begrijpelijk was het dat moeder steeds op zoek was naar aandacht. Want alleen is maar alleen. Ze had inmiddels begrepen dat ze niet elke dag zoonlief kon oproepen voor klusjes in huis. En de vrieskist is nooit meer onderwerp van gesprek geworden.

Ik vond dat ze wel wat hulp kon gebruiken bij het schoonhouden van het huis. Alleen als je daar binnen komt, kan je ervaren in wat voor omstandigheden deze mensen moesten wonen en leven.
Alle hulpverlening werd er steeds uitgeknikkerd. Waar ze heel goed in waren geworden in de loop der jaren was het geven van een sociaal gewenste antwoorden. Dus als je moeder vroeg wat heb je gedaan vandaag, dan somde ze netjes op gepoetst, gedweild, gestoft en ga zo maar door.

Hierdoor konden ze vele mensen om de tuin leiden. Maar als je wat vaker binnen kwam dan had je al snel door dat dat niet het geval was. Ik weet nog de eerste keer dat we binnen kwamen om kennis te maken met zoonlief. We mochten op de bank zitten en ze vroegen ons of we koffie lusten. Beleefd gaven we aan dat we wel koffie lusten. Maar toen ze de gebruikte kopjes die op de tafel stonden pakten en daar koffie in gingen serveren, heb ik even moeten slikken. Toen ik een slokje nam, was het ook nog lauwe, koude koffie en moest ik m'n best doen om niet te kokhalzen.

Maar hier raak je de kern van hun problemen. Iedereen behandelden hen als een aso gezin. Maar feitelijk wisten ze niet beter. Ze hebben waarschijnlijk nooit het goede voorbeeld gehad.
Deze mensen hadden echt hulp nodig. Maar niet zoals het in het verleden was gebeurd.

Ik maakte met haar een afspraak om een lijstje te maken en elke dag zou ik even komen controleren of ze werkelijk haar werkzaamheden had gedaan. Dit was de eerste keer dat ze aangaf dat ze niet kon lezen en dus een lijstje niet ging werken. Gelukkig hebben we pictogrammen en hadden we samen een pictolijst gemaakt.

Ze ging heel rap aan de gang. Het begin was gemaakt en ze had een eigen dagbesteding gekregen. Daar waar het voor ons normaal is dat je je huis op orde houdt, hebben deze mensen hulp nodig. Daar gaat het niet vanzelf. Elke dag als ik kwam, stond ze me vrolijk op te wachten bij de voordeur. Niet omdat het half twaalf was, want dan zou ik komen. Maar ze ging er staan als ze dacht dat ik er misschien wel aan zou komen. Want klok kijken kan ze niet. Dus stond ze daar soms tijden op me te wachten. Ze liet me dan zien wat ze had gedaan en glom van oor tot oor. Ze was er trots op.
Toch was heel zichtbaar dat dit geen stand zou houden. Haar "schoon" is iets heel anders als de mijne. Zij deed alles met één klein emmertje sop. Aan het begin merk je niets, maar verderop veeg je het vuil van de ene kant naar de andere.

Dit was een dagtaak. Dit is geen vrijwilligerswerk. Toch ontstaat dit omdat de gemeenschap ze verkeerd beoordelen. Het is toch vreemd dat het nooit bij de gemeenschap en hulpverleners is opgekomen om haar te laten testen. Ze werd gewoon behandeld als ma Flodder, Die geen zin had en vooral als zorgweigeraar werd gezien.Terwijl eigenlijk haar ouders vroeger er al voor hadden moeten zorgen dat ze een veilig plekje kreeg. Een plekje in een zorginstelling. Dan had haar leven er heel anders uitgezien.

vrijdag 4 maart 2016

DE DIEPVRIESKIST LEEGHALEN.

Het ging al een aantal maanden heel goed met vader en zoon op hun "werk"  Ze kwamen keurig op tijd. Hadden een waardevolle dagbesteding. Er komen echte klanten platen brengen en die worden in de fabriek op maat gemaakt en voorzien van allerlei bewerkingen en gegrond, En dan komen die echte klanten het weer ophalen met hun vrachtwagens. Dit maakte indruk en is wat anders als wasknijpers in elkaar zetten.

Zo anders ging het bij moeders. Die kwam ineens thuis alleen te zitten. Nu was haar moeder er nog wel, maar die had niet zo lang meer te leven en zat bovendien in een verzorgingshuis. Dus hield moeders tijd over en zat dus alleen. Ze kan niet lezen en schrijven, maar had toen wel een heel goed getraind geheugen. Want ze kon best veel onthouden, waar anderen briefjes of een agenda voor nodig hebben.

Maar moeders verveelde zich. De vorige dagen dat zoonlief in pyjama op de bank zat spelletjes op een computer te doen, kon ze meekijken. Dat had wel iets. Maar nu waren de dagen lang. Dus ging ze naar een oplossing zoeken. Dan kwam zoonlief bij mij op kantoor of hij alvast naar huis mocht, want hij moest meehelpen om de boodschappen te doen.

Of hij moest meehelpen om de bedden te verschonen. Zo bedacht ze iedere keer wel weer een andere klus die geklaard moest worden. Dit kon natuurlijk niet de bedoeling zijn. En dit moest een halt toe worden geroepen.

Op een dag belde ze mij op, dat zoonlief naar huis moest komen, want de vriezer moest worden leeggehaald, schoongemaakt en opnieuw worden ingepakt. Nu hadden ze in het zeer kleine keukentje een enorme vrieskist staan. Ik had me al vaak verwonderd wat daar in zou moeten zitten. Gezien de omstandigheden dat er maar 50 gulden per week weekgeld binnen kwam. En het meeste geld naar bier ging. Maar die vriezer die intrigeerde me. Ik wilde weten wat er in zat.

Ik gaf aan dat het te druk was om zoonlief zomaar naar huis te sturen, maar dat ik wel even langs zou komen. Dit werd me niet in dank afgenomen en de hoorn werd op de haak gegooid. Maar ik was zo nieuwsgierig, dat ik even later die kant op reed.

Nu woonden ze in een drive-in woning die op een T-splitsing stond en ze mij dus al van verre kon zien aankomen. Ze stond me midden op straat op te wachten. Ik kon niet eens op de parkeerplaats komen. Ze schreeuwde me van alles toe. Wie ik wel dacht wie ik was. Dat ik haar zoon inpikte. Het ging maar door. De buren konden ervan mee smullen.

Uiteindelijk heb ik de auto verderop gezet en liep met haar mee naar binnen. Ze bleef maar schelden.
We stonden voor de diepvrieskist, en ik vroeg haar waarom ik haar niet mocht helpen. Ze eiste dat zoonlief zou komen. "Nou, maar ik kan je best helpen hoor, dat vind ik helemaal niet erg." zei ik.

De manier waarop ze reageerde gaf bij mij zeer duidelijk het gevoel dat er iets niet klopte.
Ik opende die grote kist en zag links onderin één pakje gehakt liggen. Stom verbaasd kijk ik haar aan. Dit had ik natuurlijk niet verwacht. Zij kijkt mij met grote ogen aan en is bang wat er nu gaat gebeuren.

Ik kijk nog eens in de bak en vraag vervolgens heel vriendelijk aan haar: "In welke hoek van de kist had je graag dit pakje gehad,? daar .........of daar ..........of daar..........................

woensdag 2 maart 2016

NEUROLOGIE LOGICA

We zitten op de gang. In het oude ziekenhuis van Boxmeer. Jaren geleden. Toen hij nog alcoholist was. Het is er warm, bijna tropisch. Het is er druk en zoals altijd zitten de wachtruimtes vol. Dus worden er stoelen bij gezet op de verschrikkelijke smalle gangen. Het is er nooit stil, steeds het geroezemoes van mensen die praten. Door de warmte en de drukte is het benauwd. Van alle kanten hoor je bellen, telefoons en iedereen loopt gejaagd door de gangen, om de stoelen heen.

We zitten al een tijdje te wachten, want ik hou er niet van om op het laatste moment aan te komen. Of erger: te laat. Ik ben blij dat hij het nut inziet om even van te voren onder de douche te gaan. Dat lijkt in ieder geval wat frisser. Want naar een kapper gaat hij niet. Heeft half lang haar, die bijna nooit gewassen worden en dus als vette slierten langs het hoofd hangen. Maar als we naar het ziekenhuis moeten, gaat hij onder de douche. Het ziet fris, maar er hangt een walm van alcohol om hem heen. Het schijnt hem niet te deren. Ik denk dat hij het ook niet ruikt.

Echt nuchter is hij niet. Praat een beetje met een dubbele tong. Ik vraag hem of hij weet waarom we hier zitten. Hij haalt zijn schouders op: "Omdat jij het zegt" Er is dus geen besef, waarom we hier zijn. "We gaan naar de neuroloog, voor je epilepsieaanvallen"
"Zal me weinig interesseren" Is standaard zijn antwoord en haalt daarbij zijn schouders op.

De epilepsie aanvallen komen door het drankgebruik. Vroeger had hij hier geen last van.
Maar de drank eist zijn tol. Eerst hadden we het niet in de gaten. Want ze spraken niet over wat er thuis gebeurde. Maar de eerste keer dat het op het "werk"gebeurde, viel hij tegen de grond nadat hij de punt van een machine had geraakt. Hij was bewusteloos, en schudde wat heen en weer. Wij hadden nog nooit een epilepsie aanval gezien. Wisten dus niet wat het was. Door de open hoofdwond en een plasje bloed wat inmiddels op de grond lag, wisten we dat dit ernstig was. De ambulance was al gebeld. Die brachten hem met spoed naar het ziekenhuis.

Uit de onderzoeken kwam dat het een epilepsie aanval was. Dus kreeg hij pillen, die hij vervolgens weigerde te slikken. We hadden aangegeven dat als hij de pillen niet ging slikken, hij niet langer bij ons kon werken. Want het gevaar lag op de loer. Sindsdien kreeg hij onder onze toezicht de pillen.
Maar af en toe moest je dan naar het ziekenhuis voor controle.

Zo ook vandaag. We hebben weinig zin. Want de neuroloog wint er geen doekjes om en is een oude bullebak. Heeft weinig respect voor hem en zou hem het liefst hard aanpakken. Om hem te beschermen ga ik steeds mee.

Daar zitten we dan. De temperatuur loopt op. Een goed gesprek is niet mogelijk. Dus zitten we beiden een beetje te zitten. Ik kijk naar de grond. Zie zijn schoenen. Ik kijk nog eens, ja ik zie het goed. Hij heeft zijn schoenen verkeerd om aan. "Vind je dat handig??"vraag ik hem wijzend op zijn schoenen. Hij bukt zich voorover, beweegt zijn voeten heen en weer. "Ik voel er niets van" zegt hij.
"Zullen we maar even snel de schoenen wisselen?" vraag ik "Want straks ziet die dokter het en dan denkt hij dat we gek zijn" Zonder enige emotie zegt hij toonloos: "Als jij dat wil"

Hij bukt zich dieper en probeert de schoenen los te krijgen. Maar dat lukt niet. Heeft geen goede controle over zijn handelen. Ik kniel snel voor hem en help hem de schoenen te verwisselen. Net als ik weer zit komt de bullebak naar buiten en roept zijn naam. "Alles goed?"vraagt hij.
"Ja hoor, met ons gaat het prima"zeg ik en loods hem de kamer in. Blij dat dit ongezien is gebleven.

maandag 29 februari 2016

AANTREKKINGSKRACHT EEN GAVE, EEN REDDENDE ENGEL

We lopen in Arcen. Het is zomer, we hebben vakantie en dan plannen we met de groep uitjes. In Arcen heb je op de woensdag de sfeermarkt. Lange slierten kraampjes door het dorp. Ongelooflijk veel terrasjes. Wat wil je nog meer. Deze woensdagen trekken vele vakantiegangers aan, maar is ook uitermate geschikt voor bijzondere mensen. Het is gemoedelijk, de gastvrije Limburgers laten zich van de goede kant zien. Het is niet te druk, maar wel gezellig.

Natuurlijk hoort een terrasje pikken erbij. Maar onze groep is groot, met een rollator en het lukt niet om bij elkaar te kunnen zitten. We splitsen ons in twee groepjes op. Een eindje verderop zit Nico met de gebroeders. Vader en moeder zitten bij mij. We bestellen iets fris.
Verderop bestudeert Nico de kaart. Naast het drinken besteld hij van alles. Lekkere hapjes, koekjes en ijsjes. De jongens kijken mij aan. Want dit gaat niet volgens het boekje. Nico heeft niet aan mij gevraagd of dat wel mag.

Maar die zit te geinen.  "Ja" zegt hij tegen de ober en wijst naar mij, die gaat dat allemaal betalen. De jongens worden wel heel erg zenuwachtig. En denken dat dit niet goed gaat. De ober gaat weg en komt even later terug met hun bestelling. Steeds kijken ze naar mij. Kan dit wel, mogen ze wel mee snoepen?? Ik steek mijn wijsvingertje op en vraag of ze problemen hebben. Nico moedigt ze aan om lekker mee te eten. De verleiding is groot. Dus eten ze als stoute jongens het lekkers op. Steeds naar mij kijkend of het allemaal wel goed gaat komen.
De ober komt naar mij en vraagt mij of ik alles bij elkaar wil betalen. Ik betaal en opgelucht halen ze adem. Geen ruzie. Ze zijn lekker stout geweest. Met veel bravoure komen ze weer bij mij.
"Dat durfde Nico toch maar mooi hé? roepen ze met opgewonden stemmetjes.  "Ja " zegt ik maar ik durf ook hoor" Ze kijken me vragend aan  omdat ze niet begrijpen waar ik op doel.

"Je denkt toch niet dat ik betaald heb?"vraag ik. "Ja maar je hebt toch net betaald??????"
"Ja, maar wel met Nico zijn pasje" Verschrikt kijken ze nu naar Nico. Die kan er wel om lachen.
Vrolijk lopen we weer richting de auto. We passeren een vergelijkbare groep, die net de pizzeria ingaan. Ik zie dat ze zeker met zeven man zijn en constateer dat er maar één begeleider bij is. Dat lijkt me wel zwaar, om in deze drukte iedereen bij elkaar te houden.

Onze bus staat aan het eind van het dorp. Dus we moeten nog een eindje lopen. Achter ons loopt ook een bijzondere jongen, die aan het bellen is met een mobieltje. Ik heb de indruk dat hij ons achtervolgt. Want als wij oversteken doet hij dat ook. "Mevrouw.....mevrouw....."roept hij op een gegeven ogenblik. Ik draai me om en voor ik het weet drukt hij mij zijn mobieltje in de handen. Hij maakt gebaren dat ik moet gaan praten. Ik stel me voor aan de telefoon, geen idee hebbende wie er aan de andere kant zit. Ze stelt zich voor als de tante van de jongen. Hij is zijn groep kwijt en weet niet wat hij moet doen. Ze geeft een beschrijving van de groep en geeft aan dat ze zouden gaan eten.

"Oké dan weet ik, denk ik wel waar ze zijn" geeft ik aan. Want ik herinner me de groep van net die de pizzeria in gingen. En zo groot is Arcen nou ook weer niet. Ik stel voor dat we daar naar toe gaan en kijken of dat zijn groep is. Zijn tante bedankt ons wel honderd keer en is blij dat hij een mobieltje heeft voor noodgevallen. Ik stel haar gerust en spreek af als het niet zijn groep is we haar terug bellen en dan brengen we hem wel naar zijn huis terug. Blij loopt de jongen mee.

In het restaurant zit een rood aangelopen meisje die de begeleider is van de groep. Ze mist een jongen, maar omdat ze alleen is kan ze niet gaan zoeken. Want ze kan de rest van de groep daar niet zomaar laten zitten. Lekker die bezuinigingen, dat er maar één begeleider mee mag.
Wat is ze blij als wij met de jongen binnen komen.
"Bel nog even met die tante" adviseer ik want die zal ook wel opgelucht zijn.
Mijn grote vraag blijft, waarom komt die jongen naar mij, terwijl er nog honderden mensen lopen die ook kunnen helpen. Geen idee...........

zaterdag 27 februari 2016

ZIEKENHUISOPNAME ONDERZOEK EPILEPSIE DEEL 6

Ik leg zuchtend de hoorn neer. Heb net gesproken met de neuroloog van onze jongen met epilepsie.
Ik had aangegeven dat we nu elke dag problemen hebben met de medicatie. Want hij had zich zo goed gevoeld in het ziekenhuis zonder al die pillen.

Het is een vreemd gesprek. De medische wereld is af en toe niet te volgen. Het blijkt nu achteraf dat er twee artsen zijn, waarvan de één denkt dat het te opereren is en de ander denkt van niet. Nou lekker wat moet je daar nu mee? Ze legt uit dat het te maken heeft met de slaapkwab. Als de epilepsie van daaruit begint is het te opereren. En omdat onze zorgvrager zo gemotiveerd was voor de onderzoeken, had ze gedacht dat we toch een poging moesten wagen. Niet wetende dat er niets zou gebeuren. Tenminste geen aanvallen, want wij merken de gevolgen dagelijks.
Ze vraagt ons na te denken wat de volgende stap is. Nog een dergelijke ziekenhuisopname zien we beiden niet zitten.

Ik vraag of er een optie is om de pillen te minderen. Want geef nu toe, in heel veel instellingen worden bij elke escalatie pillen toegevoegd. Maar bijna niemand houdt zich bezig of er ooit weer iets vanaf kan. Wij hebben nu ervaren wat er gebeurt als je de medicatie afbouwt. Zijn al die pillen wel noodzakelijk?? Ze geeft aan dat dat gaat als we een stimulator laten inbouwen.
Daar waren we vorig jaar mee begonnen en hadden we hem op voorbereid. Maar toen kwamen die onderzoeken van afgelopen maand. Dat moest eerst. Voor een bijzondere jongen moeilijk te begrijpen, al die wisselingen. En nu loopt hij al dagen te roepen dat hij geen kastje wil. Maar dat is de enige veilige manier om af te kunnen gaan bouwen met de pillen. Dus aan mij de taak hem voor te bereiden op de volgende stap, die hij op dit moment niet wil.

Ik ga samen met een andere begeleider naast hem zitten en leg uit wat we net hebben besproken.
"Ik wil geen kastje " roept hij boos. Hij begint te grommen en de middelvinger op te steken. Hij schopt de stoelen aan de kant. De begeleider pakt hem beet en neemt hem in z'n armen. Zachtjes wiegt hij heen en weer. "Ik vind het zo moeilijk"zegt hij. Dat is natuurlijk ook zo. Maar hij denkt een beetje eenvoudig over de operatie. Er zijn al verschillende geweest die hem uitgelegd hebben wat er fout kan gaan als je de verkeerde hersencellen raakt.

Hij blijft erbij dat hij geen kastje wil. "Want dan zetten jullie mij onder stroom" zegt hij. Het blijkt nu dat hij denkt dat we hem dan stroomstoten gaan geven en dat hij heel veel pijn moet lijden. Dat klopt natuurlijk niet. En dan krijg je een hele lange litteken. Dat klopt natuurlijk ook niet. Schijnbaar heeft hij hier over nagedacht en is zijn fantasie weer eens op hol geslagen. We leggen uit dat het heel anders in elkaar zit. Maar je ziet dat hij het moet verwerken.

De volgende dag tijdens de lunch begint hij er weer over. Hij vraagt mij: "Wat denk jij? Zou het slim zijn om een kastje te plaatsen?" Dit is de eerste stap naar acceptatie. "Ik denk het wel, want dit is de enige manier om veilig medicatie af te bouwen" geef ik als antwoord. Maar hij begint weer te grommen. "Ik wil dat niet."zegt hij. Ik geef aan dat we nog even de tijd hebben, om er over na te denken. Veranderen van onderwerp, maakt dat hij het even kwijt is.

Na een tijdje klopt hij op mijn kantoordeur. "Mag ik binnenkomen?" vraagt hij. "Natuurlijk, kom maar" zeg ik. Hij stapt symbolisch over een drempel, die er niet zit. Maar zo ervaart hij dat. "Ik heb nagedacht" zegt hij serieus, "En ik ga toch maar voor het kastje."
Mooi om te zien hoe hij er mee bezig is.
Maar de komende dagen zullen we nog nodig hebben om het volledig geaccepteerd te krijgen.
Het ene moment staat hij er voor open en het andere moment wil hij het niet.
We hebben nog even tijd...............

donderdag 25 februari 2016

RTL LATE NIGHT SHOW VERGETEN VERJAARDAG

Gisteren tv gekeken. Hoe herkenbaar was het verhaal dat er niemand op komt dagen op je verjaardag.
Onze familie in de zorgwoning heeft half Bergen als familie. Dacht je dat er één komt opdagen??? Nee het is zelfs zo, dat we met een verjaardag in de snackbar gingen eten en dat daar familie zat die zonder blikken of blozen vertrok, zonder zelfs gedag te zeggen. De teleurstelling is van de gezichten af te lezen. Iedereen heeft toch behoefte aan aandacht??

Naast familie worden de begeleiders die geen dienst hebben uitgenodigd, de mensen van de dagbesteding en de buren. De waardering is dan ook super groot als er wel iemand komt opdagen.
Het gaat hen niet om dure cadeautjes, maar om de aandacht en ze hebben liever tien pakjes van 1 euro dan 1 cadeau van 20 euro.

Als werkgever kom je nog meer dingen tegen. Er zijn mensen die wel willen komen, maar daarvoor extra gewerkte uren opschrijven. Dus ik moet ze gaan betalen om op een verjaardagsfeestje te laten komen.

Dit is niet alleen met verjaardagen hoor. Dit kom je ook tegen als er een personeelsuitje georganiseerd wordt. Dan zijn er mensen die me vragen of ik het wel uitbetaal, en als dat zo is dat ze liever het geld willen hebben dan mee te gaan op een uitje. En dan zeggen ze zonder blikken of blozen dat ze niet komen als er niet betaald wordt voor de uren die ze aanwezig MOETEN zijn, volgens hen.
Ik vind dit erg triest. Maar het gebeurt. In wat voor maatschappij leven we tegenwoordig ?

Neem nou de kerstpakketten. Daar is ook heel wat over te doen. Omdat wij altijd klein zijn geweest, en we in het verleden ook mensen hadden die het financieel moeilijk hebben, besteedde ik altijd heel veel tijd om een mooi kerstpakket uit te zoeken. Ik wilde echt dat ze er iets aan hadden. Een beetje extra luxe, in de donkere dag van kerst. Luxe die ze normaal niet kunnen permitteren. Ik ga dan in gedachte na hoe blij ik hoop dat ze zijn. Resultaat...........???

Na enkele uren treft je het kerstpakket aan op marktplaats, want ze willen er van af..........

AANTREKKINGSKRACHT EEN GAVE?

Al vanaf dat ik klein was, trokken de bijzondere mensen naar mij toe. In mijn pubertijd begeleidde ik al jongeren van mijn leeftijd. Dat was bijzonder. Ik kan niet uitleggen waarom dat ik snel een goede band heb met bijzondere mensen. Maar er was één speciaal. Die week niet van mijn zijde. Was gedreven om mij te beschermen. Iets wat door andere pubers wel eens werd getest. Dan gingen ze mij plagen. Nou, dan kwam hij voor me op. Liefst met de vuist.

Hij begon al in het nieuwe jaar te vragen wanneer ik jarig was. Steeds maar weer, want september is dan ver weg. Hij was steeds bang dat hij mijn verjaardag zou vergeten. Dit liep soms zo erg op dat zijn moeder in april al met hem een cadeautje ging kopen, want dan had hij weer rust.
Ik bleef hem zien, totdat ik het huis uit ging om te studeren. Dat vond hij verschrikkelijk, en bleef steeds trouw aan mijn ouders vragen hoe het met me ging. Mijn ouders verhuisden en kwamen nog sporadisch in Sneek. Maar als hij ze ziet vraagt hij nog steeds hoe het met mijn studie gaat. Want daar is zijn geheugen blijven hangen. Super lief na dertig jaar.

Maar op de vraag waarom ik die mensen aantrek, heb ik nog steeds geen antwoord. Het gebeurt gewoon. Zo waren we voor Frans Bauer in Amersfoort. Dat is een heel groot gebouw, met meerdere verdiepingen. We waren erg vroeg aanwezig en hadden al even gekeken welke deur we moesten hebben. Maar omdat het zo lang duurde zijn we weer naar de begane grond gegaan, waar een koffiehoek was. Zittend in de koffiehoek kan je helemaal naar boven kijken. Drie verdiepingen hoog, met allemaal vides. Inmiddels begint het aardig vol te lopen met mensen die voor het concert komen. In de koffiehoek zitten zeker wel vijftig mensen. En dan op iedere verdieping zie je mensen wachten tot de deuren open gaan.

Een eindje verderop is een hoop tumult. Een groep mensen komen opvallend binnen. Stuiven  door de ruimte en duwen zelfs mensen opzij. Je hebt al snel door dat dit een groepje bijzondere mensen zijn. Al zoekend lopen ze door de ruimte. Hun lawaai is dermate hard, dat je ze kan volgen op hun geluid. Ze lopen de trappen op. Lopen op de eerste verdieping wat rond en vervolgen hun weg via de trappen naar de tweede verdieping. Diverse mensen volgen hen, vanwege het lawaai. Ook op de tweede verdieping lopen ze schreeuwend heen en weer. Dan buigt er eentje over de balustrade.

Hij schreeuwt naar beneden: "Hé jij daar......."
Diverse mensen kijken van de begane grond naar boven. "Ja jij daar" en hij wijst mijn richting op.
Ik kijk om me heen of er nog meer mensen zich aangesproken voelen. Maar die kijken allemaal naar mij. Dus ik roep naar boven: "Bedoel je mij???"
"Ja jij, kan jij vertellen waar we naar binnen moeten?" roept hij hard.
"Staat op je entreekaart" roep ik terug. "Die begrijpen we niet, kan jij even kijken?"schreeuwt hij.
Ik maak een gebaar dat ze dan naar beneden moeten komen.

Het hele ritueel begint opnieuw. Van boven naar beneden kun je ze horen aankomen. Het zijn er zes.
Door de mensengroep heen zoeken ze me op. Gaan allemaal netjes achter elkaar in een rij staan. Laten allemaal om de beurt hun kaartje aan mij zien. Ik zie dat ze net als ons op de tweede verdieping moeten zijn, maar dan de linker deur moeten hebben.
"Weet je wat" zeg ik, "We lopen alvast met jullie mee, want de deuren gaan zo open en dat wijs ik jullie de deur"
Zij helemaal blij, en samen lopen we naar boven, door de mensenmassa heen, die alleen maar toekijken. Onbegrijpelijk dat er op de tweede verdieping niemand het initiatief nam om hen te helpen.
Maar we lopen naar boven, ik wijs ze de deur, waar ze keurig en rustig gaan staan wachten.
De deuren gaan open en we lopen naar binnen. Als ik zit kan ik ze zien zitten. Ze zwaaien enthousiast naar ons en wij zwaaien terug. Laat de show maar beginnen.