Wat een prachtig weer is het in de maand september. Tropische temperaturen, gewoon ongelofelijk. Strak blauwe luchten, en het water zo glad als een spiegeltje. We kunnen avonden lang lekker buiten zitten. Zelfs de barbecue heeft zijn dienst bewezen de afgelopen weken. Zomerkleding is geen overbodige luxe. Wat hebben we het toch goed.
Hij staat al met de fiets in de hand. Om naar de dagbesteding te gaan. Keurig op tijd en alles verloopt volgens schema. Hij wil op de fiets stappen, maar komt dan de tuinman tegen. Vrolijk maakt hij een praatje met de tuinman. Ze babbelen over het weer, het wordt vandaag weer ca 25 graden. De tuinman attendeert hem op het feit dat vandaag de herfst is begonnen.
Herfst?????
De jongen laat zijn fiets staan en spoed zich naar binnen. "De herfst is vandaag begonnen" roept hij met luide stem. "Wat is daarmee dan?" vraagt de begeleider.
"Het is herfst, dus dan moet ik mijn winterjas aan en waar zijn mijn handschoenen en sjaal"?????
maandag 26 september 2016
donderdag 8 september 2016
JARIG
Als kind kijk je reikhalzend uit naar je verjaardag. Je telt de dagen en de dag ervoor is al spanend. Nog één nachtje slapen en dan....................ben ik jarig. Als je groter wordt verandert dat.Dan komt de tijd dat de verjaardag in een passend weekend wordt gevierd.
Ook herinner ik me dat ik moest assisteren bij de verjaardagsfeestje van mijn broertje. Mijn moeder kwam vanuit de winkel af en toe kijken of het goed ging. Maar op een dag had ik er genoeg van. De groep was druk en in mijn ogen vervelend. Mijn oplossing was om alle klokken een uurtje vooruit te zetten en ze doodleuk eerder naar huis te sturen.
Maar sommige kinderen hebben helemaal geen feestje. Mogen geen kinderen uitnodigen en krijgen zelfs geen kadootjes. Zo ging het ook bij onze zorgvragers. Toen wij in beeld kwamen, vroegen ze ons of we de verjaardagen konden organiseren. Ze droomden van een leuke verjaardag en het bijbehorende feestje.
Nu ervaren zij hetzelfde als wij vroeger. We maken samen leuke uitnodigingskaarten. Ze tellen al weken hun dagen af. Er is een feestelijk ontbijt en een dagje uit, en de jarige mag kiezen waarheen. Lekker eten, naar keuze en dan begint het feestje om 20.00 uur. We gaan zingen en hebben taart, cadeautjes en hapjes. Na afloop zie je de glunderende gezichten. Geweldig om te zien.
Maar ze hadden nog iets anders erbij bedacht. Om klokslag 00.00 uur gingen ze de jarige alvast feliciteren en een leuke dag toewensen. Ze zitten dan vanaf het warm eten al te kijken hoe laat ze mogen appen. Iedereen wil graag de eerste zijn.
Gisteren was ik aan de beurt. Zelf lig ik vaak eerder in bed, maar ook ik zat in afwachting van de appjes om 00.00 uur. De eerste kwam al ruim voor die tijd. Dan wordt de spanning te hoog en de angst om in slaap te vallen te groot. ( Heb ik ook hoor, want ik moet gewoon een wekker zetten om iemand op dat tijdstip te kunnen feliciteren)
Met de mobiel in mijn hand zit ik af te wachten tot het zover is. Ja, hoor de telefoon begint te trillen.
Dan gaat plotseling de telefoon. Ik kijk en zie de villa pioenroos in het scherm staan. Wie zou dat dan zijn?
Dit jaar meldde de zorgvrager, die niet kan appen zich met de telefoon. Ook om 00.00 uur. Ze wenst me al het goede en geeft aan dat ze niet te lang wil bellen, want de jongens willen appen. Hoe lief is dat. Voor het eerst in 20 jaar belt ze me, om mij te feliciteren.
Even waan ik me weer een meisje van 8, die blij is met alle felicitaties Hier kan geen cadeautje tegen op.
zondag 4 september 2016
WEGLOPEN DEEL 1
In de vorige instelling zat een hek om het terrein heen, waar hij verbleef. Dat was hun oplossing om te voorkomen dat hij verder weg ging lopen en ze hem misschien kwijt zouden raken. Nachtmerrie voor iedere instelling.Om het te verzachten, had hij een boom aangewezen gekregen, waar hij in kon klimmen als hij de neiging had om weg te lopen. Daar klom hij dan in. Tot het weer leeg was in zijn hoofd.
De boom en het hek, waren middelen om te voorkomen dat hij wegliep. Maar met de oorzaak werd niets gedaan.
Hij wist dus niet anders dan als het even niet meer gaat, dan loop je weg en klim je in de boom.
Bij ons is geen hek, maar bomen des te meer. De Maasduinen is een zeer groot gebied, waar je mooi kunt wandelen, paardrijden en fietsen.
Dus liep hij, toen het even niet meer ging, weg. De hei op. Daar zocht hij een hoge boom. Liefst met kleine takken. Voor dat we hem gevonden hadden, waren we al even verder. Met sjorbanden hesen we hem dan weer naar beneden.
Dat kon op de dagbesteding, maar de zorgwoning lag midden in de woonwijk. Toen het daar even niet ging liep hij weg. De straat kende hij doordat hij er langskwam als hij naar huis ging.
Hij liep en liep en liep.
Door een amber-alert waren we er al binnen een kwartier achter dat hij richting Duitsland aan het lopen was. Dus gingen we die kant op om te zoeken. Het begon al donker te worden en we waren zeer ongerust. Toen kwam het telefoontje. Hij was terecht. Maar wat was er nu gebeurd??
Hij had ontdekt dat hij niet meer in Nederland zat. Want hij kon de mensen niet verstaan. Hij had om de weg gevraagd. Maar het lukte niet. Hij wist de route niet meer precies. Toen het donker begon te worden had hij gezocht naar een oplossing.
In het grensgebied wonen veel Nederlanders, net over de grens. Hij had een auto gezien met een Nederlands kenteken. Dus ging hij ervan uit dat deze mensen hem zouden verstaan. Hij vroeg of hij even mocht bellen. Ze hebben hem binnen gelaten en hij mocht daar wachten, tot ik hem kwam halen.
In de auto terug gaf ik aan dat hij heel slim was, om bij een Nederlands kenteken te kijken of iemand Nederlands kon praten. Hij vond zichzelf niet slim. Hij had blaren op zijn voeten, want hij was op slippers vertrokken. 24 km had hij ongeveer gelopen. Maar zo zei hij zelf, Dit ging hij nooit meer doen. Je kan beter praten, over waarom je het even niet aankan.
Afstanden is moeilijk te schatten, maar deze keer heeft hij iets geleerd. Dit was niet de oplossing.
woensdag 31 augustus 2016
WEKKERS
Het was tijd voor een nieuw bed. Bijna alle zorgvragers hadden hun eigen bedden meegebracht. Maar deze was toch echt aan vervanging toe. Na een rondje op de meubelboulevard, hadden we een lux bed uitgezocht.Er volgt dan een procedure bij de bewindvoering, die met grote bedragen een verzoek moet indienen bij de rechter. Na enkele weken kregen we groen licht. Het bed werd gekocht.
Bij de levering hielpen de mannen ons met het opbouwen van het bed. Het enige wat ik nog moest doen was de stekker voor de afstandbediening van hoog/laag in het stopcontact te stoppen.
De mannen vertrokken en ik ging terug naar de kamer van de zorgvrager om de klus te klaren. Onder het bed lag een verlengsnoer met 5 stopcontacten. Maar die zaten vol. Dat terwijl er nauwelijks iets in de kamer staat, wat stroom nodig heeft.
Eén voor één liep ik de kabels na. "Deze is voor de wekker" zei ik. De tweede snoer ging ook naar een wekker. Evenals twee andere snoeren en de laatste was voor het nachtlampje, die op het nachtkastje stond. Ik telde dus vier wekkers op het nachtkastje.
"Kom eens kijken." vraag ik de zorgvrager. Ik wijs naar de wekkers en vraag hem waarom er zoveel wekkers op het nachtkastje staan.
"Kijk." zegt hij "Dat is simpel Deze is voor als ik om half zeven moet opstaan, en deze is voor als ik om half acht moet opstaan. En deze is voor de zaterdag dan mogen we langer slapen en kan ik om half tien opstaan. En de laatste is voor de zondag, dan hoef ik pas om half elf op te staan."
Oké, ik realiseer me dat de beste man niet zelf een wekker kan zetten en dat hij voor deze slimme oplossing heeft gekozen. Voor alle tijden een eigen aparte wekker. Dat is het toppunt van zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij.
Ik besluit om een extra verlengsnoer erbij te leggen. Dan kunnen we in de toekomst er nog een paar wekkers bijzetten.
zondag 28 augustus 2016
PARKEERHULP
Wij zijn trots op onze vervoersbus. Die kan negen personen herbergen en daarnaast is er een speciale plek voor een rolstoel. Waar iemand in de rolstoel vastgezet kan worden, tijdens de rit.
We maken dankbaar gebruik van de bus tijdens de uitjes. De bus heeft wel een paar nadelen, waar we steeds rekening mee moeten houden. Hij is behoorlijk hoog en past dus niet in een overdekte parkeergarage. Daarnaast is het ook erg lang en past dus nooit in de voorbestemde vakken, die op de straat worden aangegeven.
Het vergt dus nogal wat energie om de juiste plekken te vinden. Maar we komen een heel end. Regelmatig parkeer ik gewoon dubbel op twee plekken, omdat het anders niet gaat. Zo heb ik in de jaren in diverse grote steden een plekje gevonden waar we redelijk kunnen staan.
Zo staan we in Nijmegen altijd in de buurt van de kade en het casino. Het is een plek waar bijna altijd wel plekken vrij zijn. Vooral omdat het parkeren er erg duur is.
Onlangs hadden we de bus daar weer neer gezet. Na een prettige winkelrondje kwamen we terug bij de bus. Er was een auto die de bus eigenlijk een beetje had vastgezet. Om eruit te kunnen rijden, moest ik een eind naar achteren om dan te proberen de bocht te kunnen maken.
Ik ben klein en de bus is groot. Dus een goed uitzicht naar achteren heb ik niet. De auto die daar achter stond, was smaller als de bus. Dus ik kon niet zien of ik in de buurt van de auto kwam.
"Wij helpen je wel even." zeiden de zorgvragers. Met z'n allen stonden ze mij aanwijzingen te geven.
"Kom maar, Ja nog een stukje" stonden ze te gebaren. "Nog een stukje....... Ja toe maar......." En druk zwaaiend met de handen.
"Ja, toe maar." Tegelijk roepen ze allemaal "STOP." Nu kun je niet verder, want je zit er tegen aan!"
We maken dankbaar gebruik van de bus tijdens de uitjes. De bus heeft wel een paar nadelen, waar we steeds rekening mee moeten houden. Hij is behoorlijk hoog en past dus niet in een overdekte parkeergarage. Daarnaast is het ook erg lang en past dus nooit in de voorbestemde vakken, die op de straat worden aangegeven.
Het vergt dus nogal wat energie om de juiste plekken te vinden. Maar we komen een heel end. Regelmatig parkeer ik gewoon dubbel op twee plekken, omdat het anders niet gaat. Zo heb ik in de jaren in diverse grote steden een plekje gevonden waar we redelijk kunnen staan.
Zo staan we in Nijmegen altijd in de buurt van de kade en het casino. Het is een plek waar bijna altijd wel plekken vrij zijn. Vooral omdat het parkeren er erg duur is.
Onlangs hadden we de bus daar weer neer gezet. Na een prettige winkelrondje kwamen we terug bij de bus. Er was een auto die de bus eigenlijk een beetje had vastgezet. Om eruit te kunnen rijden, moest ik een eind naar achteren om dan te proberen de bocht te kunnen maken.
Ik ben klein en de bus is groot. Dus een goed uitzicht naar achteren heb ik niet. De auto die daar achter stond, was smaller als de bus. Dus ik kon niet zien of ik in de buurt van de auto kwam.
"Wij helpen je wel even." zeiden de zorgvragers. Met z'n allen stonden ze mij aanwijzingen te geven.
"Kom maar, Ja nog een stukje" stonden ze te gebaren. "Nog een stukje....... Ja toe maar......." En druk zwaaiend met de handen.
"Ja, toe maar." Tegelijk roepen ze allemaal "STOP." Nu kun je niet verder, want je zit er tegen aan!"
woensdag 24 augustus 2016
DAGJE AMSTERDAM
Je kan dus niet spontaan zeggen op een ochtend: Het is mooi weer laten we eens naar Amsterdam gaan. Dat werkt niet bij onze zorgvragers. We plannen op de eerste dag van de vakantie de uitjes op een kalender en ze weten precies waar ze aan toe zijn.Dan volgt de voorbereiding. Daags te voren moet gecontroleerd worden of de kleren die ze aan willen, schoon zijn. Anders moet er nog worden gewassen.
Ik onderzoek waar parkeerplaatsen zijn, waar onze bus past. Die past bijna nergens. Het is ook handig om te weten waar toiletten zijn, voor de hoge nood.
Dan moet de rugzak gevuld worden met paraplu's voor als we regen krijgen en regenhoezen, voor als het erg nat wordt. Natte schoonmaakdoekjes voor als we vies worden. Aspirine voor als we hoofdpijn krijgen. De spullen voor onze diabeet. De eventuele medicatie. Een uitdraai van de plattegrond voor het geval de TomTom het opgeeft. De telefoons moeten opgeladen zijn, voor als we elkaar kwijt raken. De OV-chip kaarten worden verzameld en gekeken of er genoeg geld op staat, anders deze nog vullen.
Op de ochtend staan we extra vroeg op, om niets te missen van de dag en moeten we allemaal voor vertrek naar de wc. Kijken we of we jassen nodig hebben en geef ik aan dat de jas in de bus niet aan hoeft. We vullen de flessen met drinken, zodat we niet verdrogen. De CD wordt opgezet en als de tank vol is kunnen we rijden. Dat wil zeggen ik rijd en de rest slaapt verder.
Als ik geluk heb kan ik meteen een parkeerplaats vinden en hoeven we niet in een file te staan om te komen op de parkeerplaats. Staan we dat wel, dan loop ik naar de parkeerwachter en geef aan dat mijn mensen echt niet zolang kunnen wachten. Dan worden we voorgelaten en kunnen op de tram stappen. ( Voordeeltje van de grote bus met rolstoelplaatsen)
Dan begint de sport pas echt, want ik moet alles in de gaten houden. Dat ze allemaal instappen, dat de kaartjes worden ingecheckt en later weer uitgecheckt. Ik mag ze niet uit het oog verliezen. Maar in Amsterdam is dat wel lastig.Je ziet mensen met een staaf met een vlaggetje erop. Daar loopt iedereen achteraan. Dat zie ik niet goed komen. Dus probeer ik zoveel mogelijk achteraan te lopen, dan heb ik ze in het vizier. Inmiddels heb ik wel geleerd dat ze angstiger zijn om mij kwijt te raken dan andersom. Als ze boos worden lopen ze zogenaamd weg. Maar houden me van een afstand in de gaten. En komen uiteindelijk er gewoon weer bij lopen.
We lopen in Amsterdam altijd dezelfde route. Van Centraal naar het Leidseplein. De eerste keer dat we dat deden, dachten sommigen bij aankomst op het Leidseplein, dat ze dood gingen. Dat was wel zo'n end. Maar ze hebben betere condities en we komen steeds sneller bij het plein. Daar lunchen we en heeft onze diabeet vandaag zelf een waarde van 4,3. Zeldzaam op dit tijdstip. Na de lunch lopen we terug. Ondertussen kijk ik naar het verkeer, met oversteken, geef de richting aan en neem telefoontjes aan alsof ik op kantoor zit en niet in een drukke binnenstad.
We moeten weer op de tram om bij de bus te komen. Naast mij stappen ze in en ik begin de kaartjes een voor een te scannen. Dan sluiten de deuren achter mij. Ik kijk door het raam, de zorgvragers beginnen te roepen en ik zie een zeer verbaast gezicht, die achterblijft en niet is ingestapt. Nu wordt het lastig, want ze raken in paniek. Het is dus belangrijk dat ik rustig blijf. Ik geef aan dat het goed komt en wordt daarbij ondersteund door een conducteur die in het midden van de tram zit. Hij vraagt of ik de begeleider ben. Ik knik en hij zegt tegen hen dat het zeker goed gaat komen. Ik bedenk dat er eentje even naar de achterblijver moet bellen, dat hij daar blijft staan en niet gaat lopen. Dat we bij de volgende halte uitstappen om hem op te halen. Rondje van de zaak zeg ik glimlachend. De conducteur geeft aan dat dit vaker voorkomt, want die snelheid van instappen is men niet gewend. Ze hebben gebeld en de conducteur geeft nogmaals aan dat het goed gaat komen. Hij geeft me een schouderklopje en zegt dat ik het goed heb opgelost. Maar we zijn er nog niet. De tram staat stil voor een stoplicht. Een van de zorgdragers geeft aan dat hij NÜ uit wil stappen om naar zijn broertje te gaan. Dat kan in een tram niet. Helaas heeft hij het nu heel moeilijk, want hij heeft geen controle over de situatie. Bij de eerste halte stappen we uit en gaan terug. Daar staat hij met een glimlach, niet onderste boven en vertrouwende dat we er aan komen. We kunnen nu echt naar de bus.
Die is oververhit, doordat de bus de hele tijd in de brandende zon heeft gestaan. Helaas hebben we maar twee raampjes als airco. Iedereen is moe van het slenteren en ze dutten een beetje. Ik probeer mijn ogen open te houden. Ik ben blij met de mobieltjes van tegenwoordig.
Thuis gekomen kan ik meteen beginnen met het eten klaarmaken. Medicatie aanreiken en gaan we eten. Omdat we toch laat thuis waren kunnen we gelijk na het eten met het hondje de ronde maken. Dus sjor ik weer verder, nu met een rolstoel voor me uit duwend. Ik voel behoorlijk wat spieren. De hele dag slenteren eist zijn tol.
Het is even tijd voor een kopje koffie. Ik plof op de bank neer en ben even weg. Ik word ruw gestoord in mijn dutje als iemand tegen me aanduwt." Hé zeg, wakker worden, slapen doen we hier s nachts, zeg jezelf altijd. "
Verschrikt kijk ik op. Ga aan de gang want ik moet nog kijken naar de was, want morgen is er weer een uitje. De medicatie moet worden klaar gezet en en en.......
"Man doe eens rustig" zegt een zorgvrager. "Het is vakantie hoor."
Ja voor jullie wel, maar ik moet gewoon werken hoor. Mijn vakantie komt nog. Nu moet ik helaas wachten tot het half twaalf is, want dan pas mag ik naar bed. Een regel die ik zelf bedacht heb.
Op naar het volgende uitje. Maar dan wel de zonnecrème in de rugzak, want we hebben een hittegolf.
zondag 21 augustus 2016
DE VAKANTIE
We hebben net gegeten en zitten nog wat te keuvelen aan tafel. Eén van de zorgvragers zit in de ogen te wrijven. "Ben je moe?" vraag ik. "Nee, hoor dat komt omdat ik achter de computer heb gezeten.""Ik heb de nachtwacht opgezegd, ik hoef nu in de nacht niet te waken." geeft hij aan. Normaal geeft hij altijd aan dat, ondanks dat er een slaapdienst is, hij toch in de nacht blijft waken. Het is ook moeilijk voor hem om zoveel verschillende begeleiders te vertrouwen. Dat kost tijd.
"Ik weet hoe dat komt, dat hij nu wel gaat slapen" zegt een andere zorgvrager.
"Dat komt omdat jij er bent." is zijn conclusie en wijst naar mij.
De ultieme veiligheid. Maar ja, ik draai ook al heel wat jaren mee.
"En mijn suikerwaarden zijn heel goed in de vakantie" zegt de zorgvrager trots, die diabeet is.
"Ik weet hoe dat komt," zegt de andere zorgvrager weer.
"Dat komt omdat jij er bent." is zijn conclusie en wijst weer naar mij.
Het is wel typisch, maar ook te begrijpen, want ze heeft nauwelijks de kans om iets stiekem te eten. Ik ben er steeds. Ze wil geen problemen, dus past ze op. Ze is ook de enige die al vroeg aangeeft dat ze blij zal zijn als de vakantie om is. Want dan wordt het weer gewoon. Lees hier, dan kan ze weer ongezien snoepen.
Het is logisch dat iedereen goed in zijn vel zit. Want voor hen is deze situatie, tijdens de vakantie, de meest veilige. Ze verheugen zich op de uitjes. Er is weer een nieuwe CD gemaakt. Dus we kunnen vakantie vieren.
Toen we begonnen lag er op onze kussens op bed een blaadje met de wens dat we goed konden slapen de komende tijd en een fijne vakantie gewenst. Zij zien helemaal niet dat wij als begeleiders moeten werken en eigenlijk geen vakantie hebben. Zij vinden dat wij nu ook vakantie hebben, want we gaan toch samen uitjes maken?
Wel weten ze dat wij na hun vakantie, zelf vakantie hebben. Want ook daar denken ze over na.
"Ik hoop dat het de hele maand september slecht weer is, waar jullie zijn. De hele dag regen en storm."
"Ik weet waarom hij dat zegt." zegt een andere zorgvrager.
"Hij hoopt dat jullie dan snel terug komen, omdat het hier mooi weer is. Want hij kan niet zolang zonder jullie"
Het blijft moeilijk voor ze. Maar ze missen de andere begeleiders echt wel. Ze hebben het steeds over hen. Wat zullen ze blij zijn als alles weer gewoon is. Als de anderen allemaal terug zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)

