woensdag 6 juli 2016

DE GOEDERENBANK BERGEN LB


Profielfoto van Goederenbank Bergen"Het was weer een hoop herrie in de buurt" zegt één van de zorgvragers. "Ze hebben een feestje."
"Waar bedoel je?"  vraag ik.
"Daar" hij wijst uit zijn raam "Bij dat nieuwe bedrijf, naast de Multimate, waar vroeger de Boerenbond zat."
"Waarom hebben ze dan een feestje?"vraag ik.
"Die zijn net open" zegt hij. "O, een opening dus"  trek ik als conclusie. "Ja."

"Dat is voor mensen met weinig geld, toch? " gaat hij door.
"Dat klopt, die kunnen daar spullen krijgen, zoals een bed, kasten of kleding en schoenen." som ik op.
"Ik heb toch ook niet zo veel geld? "  geeft hij aan. "Klopt"  zeg ik.

"Dan ga ik daar ook heen." zegt hij triomfantelijk.
"O, en wat ga je dan halen?" vraag ik nieuwsgierig.
"Geld, natuurlijk" zegt hij, niet gelovend dat ik dat niet begrijp.
"Geld???" vraag ik nog eens "Maar dat hebben ze daar toch niet."
"Bij een bank hebben ze altijd geld."zegt hij.
"Maar dit is een goederenbank." geef ik aan, kennelijk snapt hij het woord goederen niet.
"Bank is een bank en daar kan je geld halen, en dit is er een voor arme mensen. dat ben ik ook, en alles is daar gratis, dus het geld ook." geeft hij stellig aan.


zondag 3 juli 2016

VERDWENEN TRACTOR

Dat zorgvragers niet alles alleen kunnen is algemeen bekend. Daarvoor krijgen ze hulp.
Maar dat mensen misbruik maken van zorgvragers, misschien wel vanwege dat ze niet alles alleen kunnen, vind ik grofweg schandalig.

Eén van mijn zorgvragers heeft een tractor. Deze werd regelmatig gebruikt door dorpsgenoten. En vaak deed hij zelf ook nog het werk voor deze dorpsgenoten. Niets mis mee, want hierdoor onderhield hij zijn sociale contacten. Hij deed het graag.

Hij werd gedwongen om te verhuizen. Hij kon niet in de ouderlijke woning blijven wonen, na het overlijden van zijn zus, die samen met hem daar woonde.
Dus hij kwam in een ander dorp te wonen, waar hij de hele grote tuin moest inruilen voor een klein balkonnetje, waar net twee tuinstoelen neergezet konden worden.

Geen plek meer voor de tractor. zelfs niet in de omgeving, aangezien dit speciale flats zijn voor ouderen die zorg nodig kunnen hebben.

Een tractor kan je niet zomaar aan straat zetten. Dus er moest een plek gevonden worden in de buurt.
Zoals dorpsgenoten zich zouden moeten gedragen kwam er een plek bij een boer, die daarnaast handelt in landbouwvoertuigen. En daar stond ie dan. Al een paar jaar.

Aangezien de regelgeving verandert dit jaar, en iedereen een rijbewijs ( cq certificaat voor tractoren) moet gaan halen, vond onze zorgvrager dat het tijd werd om deze te halen. Hij ging op examen. Na veel geoefend te hebben op de dagbesteding, was de grote dag aangebroken. Het rijden was geen probleem, maar de theorie wel. Hiervoor kreeg hij een herexamen, die mondeling werd afgelegd.

En ja hoor, hij haalde het en is nu trotse bezitter van het gewilde roze kaartje.

Onlangs kwam er een brief van de verzekering, die wilde weten of zijn tractor een privé aangelegenheid was of een zakelijk voertuig. Mede doordat hij zijn papieren wilde halen dacht hij maar eens te gaan kijken hoe zijn tractor erbij stond. Dus reisde hij af naar zijn geboorteplaats.

Aangekomen bij de boer, was zijn tractor in geen velden of wegen te bekennen. "Ja, de tractor hebben die kopers van jou onlangs afgehaald "zegt de boer. "Hoezo afgehaald, ik heb niets verkocht" antwoord onze zorgvrager. "Nou die mannen kwamen vertellen dat ze al met jou hadden afgerekend en ze wisten zelfs je bijnaam, dus dat zat wel goed" zegt de boer.

DUS NIET!!  het komt erop neer dat de tractor is verdwenen. Ik vind het een grof schandaal.

woensdag 29 juni 2016

JUMBO VERSUS ALBERT HEIJN



Afbeeldingsresultaat voor albert heijnBoodschappen doen is niet mijn hobby. Ik ben geen koopjes jager, want daar heb ik geen tijd voor. Een paar huizen verderop zit bij ons een Jumbo. Lekker makkelijk dus. Toch brengt dit ons in de problemen.

Ik ben in de woning begonnen, en dan is het logisch dat je boodschappen gaat doen, waar je zelf het meest komt. Als je dat ca anderhalf jaar doet, dan zijn de zorgvragers er aan gewend. Dus hun voorkeur gaat uit naar de Jumbo, inmiddels zes jaar. Dat gaat zo ver dat nieuwe begeleiding steeds te horen krijgen: " Ja maar, Alida koopt altijd dat, en dat is veel lekkerder."  Erg lastig voor de begeleiding, want dit gaat niet alleen om de boodschappen, maar om alles. Alida doet het zo en Alida vindt dit niet goed, want zij doet het anders. Frustrerend. Maar heeft alles te maken met vertrouwen.

Nu is een paar jaar geleden de Jumbo verbouwd. Dat zou een verbetering moeten zijn. Maar helaas sinds de verbouwing zijn er vele schappen leeg. Vele goedkope merken zijn verdwenen en vervangen door duurdere. Nu is dat een feit, maar niets is erger als je niet kan krijgen wat je wilt kopen.

Ik was al eens gebeld door Albert Heijn. Bij hen is het mogelijk om thuis te laten bezorgen. Dat is erg verleidelijk. Want je hoeft dan minder te sjouwen, met je boodschappen. Maar die ommezwaai, hoe gaan de zorgvragers er op reageren??

Nu hebben we wekelijks, soms dagelijks te maken dat we ook met iets anders thuis komen, omdat het normale niet voorradig was. Ook dat geeft problemen. Want ze eten met de ogen, en alles smaakt anders. Als we dan een nieuw product in een oude verpakking doen is er niets aan de hand. Om te testen is dat leuk, maar dit is niet vol te houden in het dagelijks werken. Ik heb ook niet het vertrouwen dat we bij de Jumbo verse producten gaan krijgen, als zij de boodschappenlijst gaan samenstellen. Want hoe vaak moeten we niet iets ruilen omdat het voor de houdbaarheidsdatum al bedorven is. En dan moeten we ook de boodschappen zelf nog ophalen.

Dus hebben we de ommezwaai gemaakt. We krijgen nu elke donderdag de weekboodschappen. Met een extra voorraad, in een afgesloten kast. Zo kunnen we voorkomen dat we plotseling iets niet hebben. Dat dit moeilijk zou worden wisten we. Maar daar moeten we nu even doorheen. Dus elke dag zitten we de maaltijden de hemel in te prijzen. Hoe lekker het wel niet is.

Ons grootste geluk is , dat ze honger hebben en bijna geen mogelijkheid om vervangend voedsel te kopen. Dus maakt honger rauwe bonen zoet.  Kwestie van tijd........





















zondag 26 juni 2016

DE TANDARTS

Hij liep al een paar dagen te klagen, over tandpijn. Niet zo vreemd, met die stompjes in de mond. Vaak zagen die rood, en zwart. Al flink aan het rotten dus. Dan stopte hij een asprootje  tussen de wang en die tand, want dat hielp volgens hem.

De tandarts in Bergen wilde hem niet behandelen. In het verleden had hij de tandarts geschopt en in de vingers gebeten. Hij was dus een schrikscenario voor tandartsen. Omdat hij zelf ook last had van angst, ging hij maar niet meer naar de tandarts. Maar nu zag het er naar uit dat een bezoekje aan een tandarts noodzakelijke zou worden.

Dit werd natuurlijk zo lang mogelijk uitgesteld. Want één ding was duidelijk, dit kon niet worden gerepareerd, dus dat werd trekken. Als ik voorstelde om op zoek te gaan naar een tandarts dan schudde hij heftig zijn hoofd, want hij was er nog niet aan toe. Het deed nog niet voldoende pijn, om de angst aan de kant te zetten.

In het weekend krijg ik een telefoontje. Of ik kan komen, want het gaat niet meer. Hij heeft er zoveel pijn aan. Ik rij erheen en zie één hoopje ellende zitten op de bank, met angstige ogen.
Ik bel naar de huisartsenpost en die maken voor mij een afspraak met de dienstdoende tandarts. Ergens 30 km verder op. Ik krijg de waarschuwing mee, dat het geen prettige tandarts is. Een bullebak. Nou, dat kan gezellig worden.

Ik beloof hem, dat ik mee ga de behandelkamer in en zijn voeten vast zal houden, zodat hij weet dat ik in de buurt ben. We gaan die kant op.

We zitten in de wachtkamer. Verder is er niemand. We horen de geluiden van de kamer ernaast. Daar wordt er vrolijk op los geboord. Geen prettige geluiden. We zitten haast een uur te wachten. En inmiddels loopt de wachtkamer vol. Er worden praatjes gemaakt en gelachen. Dus niet iedereen is bang voor de tandarts.

De deur gaat open en er komt iemand uit, die niet zo vrolijk kijkt. We wachten weer, en daar komt hij aan. Met een norse stem roept hij onze zorgvrager zijn naam. We staan beiden op. "Wat ga jij doen??" vraagt hij me zeer onvriendelijk "Ga eens even zitten, er komt niemand mee in mijn behandelkamer" brult hij verder. Niemand zegt iets in de wachtkamer. Ze kijken van hem naar mij. Dit vraagt om een snelle reactie. "Ik wil wel hier wachten, maar dan kunt u mij niet aansprakelijk stellen als hij de tent gaat afbreken". zeg ik met heldere stem. "Wat bedoel je?"roept hij boos.
"In Bergen mag hij al niet meer bij de tandarts komen" zeg ik zoetig. 'Dus ik waarschuw alleen maar, kom direct niet bij mij, als het zover is"

De tandarts kijkt naar de patiënt, die er zeer agressief uitziet, met een gezicht op onweer. Het is weer stil in de wachtkamer. Volgens mij durft niemand adem te halen. De tandarts denk na en overweegt waarschijnlijk zijn kansen. Je kunt een spelt horen vallen.

"Oké, kom maar mee, maar loop me niet in de weg." zegt hij ruw. We lopen de behandelkamer in.
Ik merkt dat de tandarts hem steeds aankijkt, en probeert te peilen hoe gevaarlijk deze jongen is.
Ik moet in mezelf glimlachen. Zo'n bullebak, die diep in zijn hart ook wel een beetje schrik heeft.
Als hij in de stoel ligt, sta ik, zoals afgesproken aan zijn voeten en hou die vast. Ik voel dat hij zich enigszins ontspant. De tandarts legt uit dat hij moet trekken, zoals verwacht.
Je ziet hem aarzelen, want nu moet hij spuitjes geven. Hij probeert nog met harde stem te zeggen dat hij vooral moet blijven liggen. Dit zegt hij niet voor niets, maar hij kent de jongen niet en heeft niet door dat die niets meer doet.

Toch kan ik het niet na laten om de man een beetje angst in te boezemen, dus zeg ik "Als hij direct gaat spuiten, dan mag je hem niet in de vingers bijten zoals je anders altijd doet hoor!!!! Ik heb een binnenpretje, want wie is er het meeste bang hij of die bullebak. Ik kan het zien. HAHAHA

donderdag 23 juni 2016

ONDERONSJE


Afbeeldingsresultaat voor boterbloemen" Ik ben zo blij dat papa weer terug komt uit het ziekenhuis."  Hij kijkt me blij aan. Er was een tijd dat dit heel anders was. Een tijd waarin zijn vader er niet voor hem was. Dat een biertje belangrijker was, dan een snee brood voor zijn kinderen. Vaak is zoonlief teleurgesteld, door zijn ouders.

Maar vandaag gaat de vlag uit.  Hij is oprecht blij zijn vader weer te mogen zien, in huis. We zitten aan de tuintafel, lekker buiten in de zon. Hij mijmert over vroeger. We krijgen het over zijn school. Hij zat in Nijmegen op school. "Weet je wat ik erg vond?" vraagt hij. Tijdens zijn schooltijd, ik zou het niet weten en haal mijn schouders op. "Elk jaar kwamen alle ouders een paar keer op school. Dan mocht je laten zien in welke klas je zat, aan welke tafel." Hij staart de tuin in. "Weet je?" zegt hij bedroefd "Mijn ouders kwamen nooit." Want die zouden de weg nooit vinden, hadden geen geld voor een buskaartje en zouden nooit aankomen." Hij staart weer voor zich uit.

Dit zijn moeilijke momenten. Ik snap heel goed dat hij dat niet leuk vond. Hij heeft er toch 6  jaar doorgebracht. "Maar" zijn ogen lichten op "  Ze zijn één keer wel geweest, niet op een ouderdag"
"Ik keek uit het raam, terwijl ik in de klas zat en toen zag ik papa en mama ineens het schoolplein oplopen."
"Dat is toch mooi?" vraag ik. "Ja, heel leuk, alleen ze waren niet alleen, onze begeleider van jeugdzorg was er bij."  "Nou, dat is toch heel goed, want alleen konden ze niet komen, en was het verder toch leuk?" vraag ik belangstellend. "Ja" zijn ogen gaan weer glanzen. "Ik heb alles kunnen laten zien, waar ik zat, in welke klas en mijn juf heb ik voorgesteld." "Nou," vat ik samen "Dan hebben jullie toch een fijne dag gehad." "Ja" zegt hij en kijkt weer voor zich uit.

Vaak vraag ik me af op zulke momenten wat er allemaal in dat bolletje omgaat. Het blijft nog een tijdje stil en we kijken naar de mooie gele boterbloemen in de tuin.

"Weet je?" begint hij weer te praten "Toen wist ik nog niet wat ik had."  "Wat bedoel je daar mee?" vraag ik, omdat ik de link niet kan leggen met het vorige verhaal. "Nou" zegt hij "Ik weet van jullie wat ik heb, want jullie hebben mij het uitgelegd, maar er is nooit iemand geweest, nog van school of van de instelling waar ik woonde, of van jeugdzorg die me hebben verteld dat ik een beperking heb en dan ook nog borderline."

Ik ben verbaasd over de opmerking. Het is inderdaad merkwaardig dat je uit huis geplaatst wordt in een instelling, waar allemaal mensen wonen met een verstandelijke beperking, je wordt getest maar niemand bespreekt de uitkomst met jou. Er wordt over jou gepraat, maar niet met jou.

Ik weet nog dat MEE ook een test had gedaan. Zelfs aan huis, omdat ze niet in staat zijn om zelfstandig te reizen, naar een plaatst als Uden. De uitslag werd vervolgens gewoon met de post naar hen verstuurd, zonder dat er maar enig uitleg werd gegeven over de inhoud. Ik kan me nog herinneren, dat de jongens me toen hebben verteld over de brieven. Later heb ik ze gekregen, want ze begrepen de inhoud niet, en voelden alleen aan dat de uitkomst betekende dat ze niet normaal waren. Hierover hadden ze al dagen met elkaar strijd gehad, omdat de één een iets hoger IQ had dan de ander. Alleen wisten ze niet wat dat betekende.

Ik heb toen proberen uit te leggen op hun niveau, dat ze bijzonder zijn. Dat ze door ons geholpen kunnen worden, en dat we de wereld een beetje begrijpelijker willen maken. Hier doelde hij op. Ik had het hen uitgelegd. Dat was niet makkelijk, want  dan moet je het nog aanvaarden. Dat was toen onmogelijk.

Maar nu zitten we in de tuin van de zorgwoning. Kijken naar de mooie bloemen, genieten van de zon en wachten op de komst van zijn vader uit het ziekenhuis. "Ik ben trots op jou." zeg ik tegen hem.
Hij glundert, maar vraagt niet waarom. Vandaag is een dag waarin hijzelf erkent dat hij bijzonder is, en het heeft geaccepteerd.

donderdag 16 juni 2016

ONZE BONDSCOACH LÖW

Afbeelding voor het nieuwsresultaat
Hot nieuws op dit moment is de bondscoach van Duitsland. Löw. Hij was op tv te zien, terwijl hij met zijn hand in de broek zat te krabben. De meesten van ons zijn niet zo opgevoed. En als moeder corrigeer je je zoon als die zoiets doet. Volgens mij moeilijk af te leren op die leeftijd, van Löw. Dus dan maar een gepast excuses op de nationale televisiezender.

Wij hebben onze eigen Löw in de zorgwoning. Bijzondere mensen hebben soms bijzonder eigenschappen. Ze kennen geen gêne, hebben geen idee dat het niet netjes is als je gaat krabben, met je hand in de broek. Toch proberen we steeds weer uit te leggen dat het niet netjes is. Zeker niet in het openbaar. Ook hier is het moeilijk af te leren.

Soms zijn er momenten dat ze toch hun best willen doen. Onze jongen fungeert op peuter niveau en doet dus veel dingen, die peuters doen op die leeftijd. Wie herkent het niet als je kleine begint te wiebelen, op de stoel? Ik vraag dan na een tijdje gewiebel of hij naar de wc moet. Want dat is vaak zo.

Ook bij onze zorgvrager. Hij is zeer autistisch, en als hij ergens mee bezig is en zich daarop concentreert dan gunt hij zich niet de tijd om naar de wc te gaan. Dus gaat hij wiebelen. Je moet hem dan begeleiden naar de wc, want anders moeten we schone kleren halen. Maar tijdens de loop naar de wc, kan het zijn dat hij nog niet is uitgepraat en wil hij zijn verhaal eerst afmaken. Dat doet hij al wiebelend. Moet je je voorstellen dat hij bijna twee meter is, ik een paar koppen kleiner en tegen hem opkijk. En dan staat hij te wiebelen, wat steeds harder gaat, omdat hij het bijna niet kan ophouden.

Van de week stond hij weer bij mij. Had een heel verhaal, waarvan het einde nog niet inzicht was. Hij begon te wiebelen, en het werd steeds heftiger.
"Moet je plassen??" vroeg ik herhaaldelijk.
"Nee" antwoordde hij steeds. Maar het wiebelen werd erger.
Dus vroeg ik nogmaals op duidelijk heldere stem: "Moet je echt niet plassen?????"
Geïrriteerd zei hij weer: "NEE."

"Wat ben je dan aan het doen?" vraag ik verbaast."Ik mag van jou niet aan mijn ballen krabben, want dan krijg ik op me dak, dus ik probeer het op deze manier."