zondag 2 oktober 2016

WEGLOPEN DEEL 2

Weglopen heeft altijd een oorzaak. In de meeste gevallen bij ons, wil de zorgvrager zijn hoofd leegmaken. Dat deed hij door in een boom te klimmen, zo hoog mogelijk om er voor de komende tijd niet meer uit te komen.

We vroegen ons af, waarom hij wegrende, op zoek naar een onmogelijke boom? Doordat we er onmiddellijk achterna gingen, bood dat voor hem een gelegenheid om een vorm van aandacht te krijgen. Hij rent vooruit, wij er achter aan. Hij is sneller, wij kunnen hem niet inhalen. Dan staan we onder die boom en wachten af wanneer hij een poging waagt om naar beneden te komen. Om vervolgens met behulp van ons, weer naar beneden te klauteren en naar de dagbesteding te lopen.

Dus gingen we er niet meteen meer achteraan. Hij keek steeds achterom waar we bleven, ging zelfs stilstaan wachtende op een reactie van ons. Maar omdat hij steeds naar dezelfde hoek ging, gingen wij niet meer zoeken. Meestal na dertig minuten, kwam hij weer terug. Door de ervaring dat hij steeds terug kwam, bleven wij op de dagbesteding. Dus na de zoveelste keer, besloot hij niet meer weg te lopen, want we kwamen er toch niet achteraan.

Hij wilde een hemelbed bouwen. Van restmateriaal uit de fabriek en grote balken. Vele maanden heeft hij hieraan gewerkt. Eerst tekeningen gemaakt. Zijn kamer opgemeten, want daar moet hij staan. Vervolgens werd het een hemelbed, met gesloten zijpanelen, een dak en een deur om er in te komen.
Het was zo zwaar dat het alleen nog maar verplaatst kon worden met een heftruck. Met gordijnen en lakens maakte hij een plek om te liggen.

Werd zijn hoofd vol, dan kroop hij in zijn hemelbed. Met zijn hoofd onder de lakens. Tot zijn hoofd leeg was en hij weer in staat was te communiceren met de anderen. "Weglopen" was vervangen door een plekje in het hemelbed, om rustig te worden.

Na verloop van tijd, verhuisde het hemelbed naar de zolder. Ook daar liep hij naar toe, om te schuilen. Maar de frequentie werd minder. Vooral het feit dat hij beter met zijn emoties leerde om te gaan, stond het hemelbed er verloren bij.

Toen kwam er een moment dat het even echt niet meer ging. Zijn hoofd zat zo vol, voor hem was de bedreiging zo dichtbij dat hij wegliep. In eerste instantie, omdat we het niet meer gewend waren, keken we hem de straat uit.  Wat zou hij nou gaan doen?. We hadden geen idee. We overlegden met elkaar en besloten hem een half uur de gelegenheid te geven om zijn hoofd leeg te maken, en dan zouden we gaan zoeken.

Toen kwam er een kippenvel-moment, want terwijl we zaten te wachten ging plotseling mijn telefoon. Het was onze zorgvrager, die sinds kort beschikte over een mobieltje. "Ik wil je even laten weten dat ik op de pakkamer zit" zei hij tegen mij. "Ik wil niet dat jij je ongerust maakt, omdat je niet zou weten waar ik ben. Maar het gaat goed met me en ik wacht wel op de begeleider, als jij die naar mij toe wilt sturen."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten